Herziening regeling ambtsdelicten Kamerleden en bewindspersonen naar Tweede Kamer

Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) en minister Heerma (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) hebben vandaag 2 wetsvoorstellen naar de Tweede Kamer gestuurd. De voorstellen herzien de regels voor opsporing, vervolging en berechting van ambtsdelicten door Kamerleden, ministers en staatssecretarissen en sluiten waar mogelijk aan bij de reguliere strafrechtelijke procedure.

Aanleiding voor de herziening is het rapport van de commissie-Fokkens uit 2021, waarin tekortkomingen zijn geconstateerd in de huidige bijzondere procedure. Het kabinet neemt de aanbevelingen van de commissie over. De Raad van State heeft over beide wetsvoorstellen positief geadviseerd.

De herziening volgt 2 sporen. Omdat de bijzondere procedure in de Grondwet is vastgelegd, is een grondwetswijziging nodig om fundamentele bezwaren tegen de bestaande regeling weg te nemen. In de nieuwe opzet wordt de vervolgingsbeslissing uit de politieke sfeer gehaald en belegd bij de procureur-generaal bij de Hoge Raad. Ook wordt berechting in meerdere instanties mogelijk. Daaraan voorafgaand worden met wijzigingen in ‘gewone’ wetten al zoveel mogelijk knelpunten binnen de huidige constitutionele kaders aangepakt. Daarmee wordt de huidige, deels verouderde en soms onduidelijke regeling vervangen door een gemoderniseerde en duidelijke wettelijke regeling.

Minister Van Weel “Zoals ook de commissie-Fokkens aangeeft is het van wezenlijk belang dat tegen ambtsdelicten van politieke ambtsdragers effectief kan worden opgetreden. Daarom vind ik het belangrijk dat met deze voorstellen stappen worden gezet om te komen tot een toekomstbestendig stelsel voor de opsporing, vervolging en berechting van ambtsdelicten begaan door Kamerleden en bewindspersonen.”

Minister Heerma: “Als een minister, staatssecretaris of Kamerlid een ambtsdelict begaat moeten we dat aanpakken. Dat is essentieel voor het functioneren van onze democratische rechtsstaat. En net zo essentieel is het dat dit op een onafhankelijke manier gebeurt, zonder ook maar de schijn van politieke motieven hierbij. Met deze wetswijziging leggen we dat vast in onze Grondwet.”