Ministeries

5 vragen over het klimaatakkoord in Glasgow

De opwarming van de aarde moet onder de 1,5 graden blijven om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Tijdens de COP26 in Glasgow is twee weken lang onderhandeld over de mondiale aanpak van klimaatverandering. Klimaatgezant Jaime de Bourbon de Parme blikt terug op de klimaatconferentie. ‘We hebben het maximale eruit gehaald, maar kunnen zeker niet achterover leunen.’

Klimaatonderhandelaars Jaime de Bourbon de Parme (links) en Bastiaan Hassing (rechts) tijdens de COP26.

Hoe zijn de onderhandelingen verlopen?

‘In de eerste week van de COP waren de technische onderhandelingen’, vertelt Jaime. ‘Parallel daaraan begonnen allianties te ontstaan om specifieke doelen te behalen, bijvoorbeeld actie tegen ontbossing en vermindering van methaan uitstoot. De tweede week werden de onderhandelingen politieker van aard. De politici namen toen deel aan de onderhandelingen en er werd gewerkt richting een gemeenschappelijk slotakkoord.’

‘Voorafgaand aan de COP scoorden we een dikke onvoldoende op de afspraken gericht op mitigatie, het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen’, vervolgt hij. ‘Tijdens de COP zijn we goed ingelopen, maar als je de nationale plannen bij elkaar optelt, komen we nog op een temperatuurstijging van boven de 1.5 graden uit. Wel hebben we nu een routekaart voor de toekomst om alsnog die doelen te gaan halen en is er een verzoek gedaan aan partijen die nog geen nieuwe nationale klimaat plannen hebben ingediend, deze alsnog in te dienen en hun 2030 doelen te herzien voor eind 2022. We hebben het maximale eruit gehaald, maar kunnen zeker niet achterover leunen.’

Wat is er afgesproken?

Waar goede winst is gehaald is met het akkoord op het Paris Agreement Rulebook, waar alle gedetailleerde afspraken in staan, waaronder over het Emissions Trading System (ETS). ’Dit is een systeem voor het verhandelen van uitstootrechten van broeikasgassen in de wereld.’ Verder zijn de rapportageverplichtingen over klimaatplannen aangescherpt. Dit maakt het mogelijk om de ambities de komende jaren nog verder te verhogen en voortgang te monitoren, zodat we niet stil blijven staan. ‘We zijn dus tekort gekomen aan de ambitiekant, maar we hebben nu duidelijke regels en een stappenplan gemaakt om te versnellen. Dat is belangrijk.’

Anderzijds kunnen we ons voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Het is verstandig dat we ons aanpassen aan het klimaat. Dit wordt klimaatadaptatie genoemd. ‘Hiervoor is een werkplan aangenomen om mondiale adaptatie verder uit te werken. Landen merken nu al de effecten van klimaatverandering. Om ontwikkelingslanden hierin te steunen is in Parijs bevestigd dat er 100 miljard dollar per jaar ter beschikking komt. Er was grote kritiek tijdens de COP dat ontwikkelde landen dit bedrag nog niet volledig hadden geleverd. Ook hier is helderheid verschaft over hoe we dat gat moeten gaan dichten.’

Gaan we hiermee de klimaatdoelen halen?

'Van te voren wisten we eigenlijk al dat als we alle nationale plannen optellen, we niet in de buurt zouden komen van de beoogde 1,5 graad. Als je kijkt naar de ambities die tijdens deze COP zijn getoond, zoals ontbossing tegengaan, vermindering van methaanuitstoot en stoppen met het financieren van kolen, dan komen we een heel stuk dichterbij.

Het Internationaal Energieagentschap (IEA) heeft berekend dat de toezeggingen die landen hebben gedaan om klimaatverandering te bestrijden, voldoende zijn om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,8 graad. Dat is een goede stap van de 2.6 die berekend werd voor de COP, maar het sluit het gat niet naar 1,5 graad. Eigenlijk is 1,5 graad ook al te veel. Oftewel, de accelaratie is ingezet en die moet nu doorgezet worden.’

'Wat we tijdens de COP merkten, was dat we internationaal geloofwaardiger optreden als we kunnen laten zien dat we het in eigen land goed doen.'

Wat betekent dit akkoord voor Nederland?

‘Wij vallen onder de EU, dat zowel met ambitieuze doelen als de uitwerking daarvan voorop loopt. Een voorbeeld daarvan is het Fit for 55 pakket, waarin doelen zijn vastgelegd van een klimaatneutrale EU in 2050 en een vermindering van broeikasgasemissie met 55 procent in 2030. Nederland valt daar ook onder en de doelen zullen door een nieuw kabinet met concrete stappen uitgevoerd moeten worden in eigen land. Wat verder voor Nederland staat te gebeuren, is het aanscherpen van die klimaatambities internationaal. Dat is de rol van Buitenlandse Zaken, de andere ministeries en die van mij als klimaatgezant.

Wat we tijdens de COP merkten, was dat we internationaal geloofwaardiger optreden als we kunnen laten zien dat we het in eigen land goed doen. Toen Nederland vorige week bekendmaakte te stoppen met de financiering van fossiele brandstofprojecten in het buitenland, kwamen we heel geloofwaardig over bij Duitsland, Frankrijk, België en Spanje. Mede door nationale en internationale druk hebben zij ook een soortgelijk akkoord getekend.’

Wat moet er nog gebeuren?

‘De klimaatconferenties zijn onderdeel van een proces. Volgend jaar is er weer een COP in Egypte. Daar zal de aandacht uitgaan naar mitigatie en proberen we ambitieuzere doelen te stellen. Er zijn ook landen die het moeilijk vinden om een energietransitie uit te voeren, Zuid-Afrika bijvoorbeeld. Die landen kunnen financieel gesteund worden om dit toch mogelijk te maken. Er wordt dus per land bekeken wat de uitdagingen zijn en wat we internationaal kunnen doen om te helpen. De komende jaren blijven we die ambitie aanschroeven.’