Ministeries

Corona in India: ‘Angst om ziek te worden is groot’

Crematies op parkeerplaatsen, zieke mensen die op straat happen naar lucht. India is ongekend hard getroffen door een tweede coronagolf. Nederlandse diplomaten en hun Indiase collega’s helpen waar ze kunnen, maar lopen zelf ook risico. Ambassadeur Marten van den Berg: ‘Zieke collega’s kun je niet eens opzoeken, dat is levensgevaarlijk.’

©Zuma Press/Naveen Sharma

Hoe is de situatie in India nu?

‘Alles is op zijn kop gezet. De tweede corona-golf heeft heel hard toegeslagen. Kijk naar een stad als Delhi, waar de Nederlandse ambassade is gevestigd. Qua inwoneraantal is Delhi vergelijkbaar met Nederland. Elke dag kwamen hier 20.000 tot 30.000 besmettingen bij. Dat loopt nu gelukkig terug, maar het zijn onvoorstelbare aantallen.

Grootste probleem is dat de gezondheidszorg het niet aankan. Er is een tekort aan bedden, aan verplegend personeel, aan zuurstof, aan medicijnen. Dat zorgt voor schrijnende situaties. Mensen liggen letterlijk te stikken op straat. Er is ook een grote angst voor besmetting: je moet nu geen corona krijgen, want je loopt een groot risico dat er geen zorg voor je is.

Mijn vrouw is half Indiaas, via haar familie krijgen we ook heel veel verhalen mee. Mensen zijn continu op zoek: wie heeft er zuurstof, wie heeft bedden, wie medicijnen? Iedereen probeert via via iets te regelen en iedereen heeft verhalen over leed, verdriet en verlies. Je kunt anderen ook niet helpen. Zieke collega’s kun je niet eens opzoeken, dat is levensgevaarlijk. Dat gevoel van machteloosheid drukt zwaar op iedereen.’

Wat merken jullie op de ambassade van de coronacrisis?

‘Helaas heeft de crisis ook bij ons direct toegeslagen. We hebben veel zieke collega’s gehad. Twee weken geleden zijn we een collega verloren aan corona. Reena Kshetrapal was een Indiase die al meer dan twintig jaar voor de ambassade werkte. Iedereen kende haar. Ze was een vertrouwde, zeer geliefde en hardwerkende kracht. Iemand waar je op kon bouwen. Haar overlijden hakte erin.

Bedenk ook dat we niet met elkaar konden rouwen. Het afscheid van Reena kon alleen digitaal. Dan doe je wat je kunt, maar emoties delen via het scherm is niet hetzelfde. Op zo’n moment zou je heel graag iemand even willen vasthouden.’

Kom je zelf nog buiten?

‘Iedereen is ongelofelijk voorzichtig nu. Het ambassadegebouw is dicht, het werk gebeurt digitaal. Alles om maar zo min mogelijk buiten te komen en geen mensen te ontmoeten. Je voelt je soms wel erg geïsoleerd. Ik heb het geluk dat ik een tuin heb waar ik veilig een luchtje kan scheppen. En dat ik veel van mijn werk achter de computer kan doen. Maar er zijn miljoenen Indiërs voor wie dat geen optie is: die moeten ondanks de lockdown naar werk toe. Want voor veel mensen betekent geen inkomsten geen eten die dag.’

Hoeveel mensen zijn er aan nog het werk op de ambassade?

‘De bezetting van uitgezonden medewerkers op de post is vanwege de risico’s voor de tweede keer tot een minimum teruggebracht. De meeste Nederlandse medewerkers, en alle partners en kinderen zijn teruggestuurd naar Nederland. Die beslissing is genomen omdat hun gezondheid en veiligheid niet meer kon worden gegarandeerd.

Een groot deel van ons team werkt nu vanuit Nederland. In Delhi zijn nog zo’n 6 uitgezonden Nederlandse ambassademedewerkers aan het werk, naast natuurlijk onze Indiase collega’s. Twee Nederlandse medewerkers bemensen het consulaat in Mumbai. Iedereen werkt natuurlijk vanuit huis, zowel onze mensen in India als in Nederland.’

Ben je zelf bang geweest om besmet te raken?

‘Ik heb wel een aantal benauwde momenten meegemaakt ja. Kort voor de lockdown zou ik aanwezig zijn bij een bijeenkomst op een Indiaas ministerie. Dat bleek echter een grootscheepse persconferentie met 25 camera’s en veel mensen in een kleine ruimte. Ik kon daar niet zomaar weg. Toen kreeg ik het wel even benauwd.’

Wat kun je als ambassade doen voor Nederlanders die in India in de problemen komen?

‘De meeste Nederlanders zijn inmiddels weg uit India. Vluchten naar Nederland gaan ook gewoon, dus Nederlanders die geen corona hebben zitten hier niet vast. Wel krijgen we individuele consulaire vragen om hulp. Maar dat kunnen we prima aan met onze huidige bezetting. Bedenk ook dat de collega’s in Nederland gewoon meewerken.’

Wat doet de ambassade om India te helpen bij het bestrijden van deze crisis?

‘Vanuit de ambassade zijn we heel erg betrokken bij de hulp die de Nederland levert aan India. Dat gaat in de eerste plaats via het wereldwijde COVAX-vaccinatieprogramma. Onlangs heeft de Nederlandse regering een bedrag van 2,5 miljoen euro extra uitgetrokken voor coronanoodhulp wereldwijd, waarvan 1 miljoen voor India. Wij zorgen ervoor dat de contacten met de betrokken partijen worden gelegd, bijvoorbeeld tussen ons ministerie van VWS, het Rode Kruis en Indiase instanties.


Ook hebben we veel contacten met Nederlandse bedrijven. Enkele bedrijven willen als groep helpen om de acute zorg in India te versterken. Die hebben zich verenigd in de ‘Dutch Coalition’. Zij willen medische apparatuur leveren die in India nu heel hard nodig is: beademingsapparaten en zuurstofconcentrators. Vanuit de ambassade brengen wij deze bedrijven en Indiase organisaties bij elkaar, om ervoor te zorgen dat de spullen daar terecht komen waar ze het hardst nodig zijn.’

Zie je ook lichtpunten in deze moeilijke tijd?

‘Het is heel moeilijk te zeggen hoe de coronacrisis zich verder ontwikkelt. In de grote steden is de piek nu misschien in zicht, maar het is niet te voorspellen wat er gebeurt als het zwaartepunt van de pandemie naar het platteland verschuift.

Alleen vaccinaties kunnen echt verlichting brengen. Dat geldt ook voor onszelf. In India kan ambassadepersoneel meedoen met het Indiase vaccinatieprogramma. Wij hebben onze eerste prikken gehad.

In deze moeilijke omstandigheden vind ik het al heel wat dat we ons werk blijven doen, zo goed en kwaad als het gaat. Dat we Nederlanders blijven bijstaan en India helpen waar dat kan. Dat we zo goed in lastige omstandigheden prima werk kunnen doen, vind ik een groot compliment aan al onze mensen, in India én in Nederland.’