Wanneer gaat mijn tijdelijke contract over in een vast contract?

In 2019 gaat een tijdelijk contract automatisch over in een vast contract als een werknemer meer dan 3 opvolgende tijdelijke contracten heeft gekregen. Of als een werknemer langer dan 2 jaar meerdere tijdelijke contracten bij zijn werkgever heeft gehad. In 2020 veranderen deze regels en duurt het langer voordat een werknemer een vast contract krijgt. Tenzij er in de cao andere regels staan.

Vast contract in 2019 na 3 opvolgende tijdelijke contracten

Een werknemer krijgt automatisch een vast contract als:

  • Hij 3 tijdelijke contracten heeft gehad bij dezelfde werkgever;
  • Hij 3 tijdelijke contracten heeft gehad voor hetzelfde soort werk bij verschillende werkgevers. Bijvoorbeeld als een werknemer als uitzendkracht werkt. (Als werknemer kunt u bij het Juridisch Loket gratis advies vragen of dit in uw situatie geldt);
  • Als er maximaal 6 maanden tussen elk contract zat (de tussenpoos). Bij seizoensgebonden arbeid is dat maximaal 3 maanden. Dit moet wel zijn opgenomen in de cao.
  • De 3 contracten samen 2 jaar hebben geduurd. De tussenpoos mag worden meegeteld;
  • Het 3e tijdelijke contract van de werknemer eindigt vóór 1 januari 2020.
  • Er staan in de cao geen andere voorwaarden hierover. De afspraken in de cao gaan voor.

Vast contract in 2020 na 3 opvolgende tijdelijke contracten

Een werknemer krijgt automatisch een vast contract als:

  • Hij 3 tijdelijke contracten heeft gehad bij dezelfde werkgever;
  • Hij 3 tijdelijke contracten heeft gehad voor hetzelfde soort werk bij verschillende werkgevers. Bijvoorbeeld als de werknemer als uitzendkracht heeft gewerkt.
  • De pauze (tussenpoos) tussen contracten maximaal 6 maanden is. Voor tijdelijk terugkerend werk (niet beperkt tot seizoensarbeid) dat maximaal 9 maanden per jaar kan worden gedaan mag er maximaal 3 maanden tussen de contracten zitten. Dit moet wel zijn opgenomen in de cao.
  • De 3 tijdelijke contracten samen 3 jaar hebben geduurd. De tussenpoos mag worden meegeteld;
  • Het 3e contract van de werknemer eindigt op of na 1 januari 2020. Er staan in de cao geen andere voorwaarden. De afspraken in de cao gaan voor.

Voorbeeld: het eerste contract van de werknemer duurde 6 maanden, van 1 april 2018 tot 1 oktober 2018. Het tweede contract was een jaarcontract van 1 oktober 2018 tot 1 oktober 2019. Het derde contract was ook een jaarcontract, van 1 oktober 2019 tot 1 oktober 2020. Het derde contract overschrijdt 1 januari 2020. Vanaf dat moment moet er drie jaar worden overschreden voordat een vast contract ontstaat. De werknemer krijgt dus nog geen vast contract.

Vast contract in 2019 na 2 jaar tijdelijke contracten

Een werknemer krijgt automatisch een vast contract als:

  • Hij 2 jaar lang meerdere tijdelijke contracten heeft gekregen bij dezelfde werkgever of voor hetzelfde soort werk bij verschillende werkgevers. Bijvoorbeeld als de werknemer als uitzendkracht werkt. (Als werknemer kunt u bij het Juridisch Loket gratis advies vragen of dit in uw situatie geldt);
  • Er maximaal 6 maanden tussen de contracten zit (de tussenpoos). Bij seizoensgebonden arbeid mag er maximaal 3 maanden tussen contracten zitten als dit is opgenomen in de cao;
  • Het 3e tijdelijke contract eindigt vóór 1 januari 2020.;
  • Er in de cao geen andere voorwaarden hierover staan. De afspraken in de cao gaan voor.

Voorbeeld: Het eerste contract van de werknemer duurde 12 maanden, aangegaan van 1 oktober 2017 tot 1 oktober 2018. Het tweede contract duurde 14 maanden van 1 oktober 2018 tot 1 december 2019. Op grond van de huidige ketenregeling ontstaat met ingang van 1 oktober 2019 een vast contract (er wordt dan immers een periode van twee jaar overschreden).

Vast contract in 2020 na 3 jaar tijdelijke contracten

Een werknemer krijgt automatisch een vast contract als:

  • Hij 3 jaar lang meerdere tijdelijke contracten heeft gekregen bij dezelfde werkgever. Of voor hetzelfde soort werk bij verschillende werkgevers. Bijvoorbeeld als de werknemer als uitzendkracht werkt. (Als werknemer kunt u bij het Juridisch Loket gratis advies vragen of dit in uw situatie geldt);
  • Er maximaal 6 maanden tussen de contracten zit (de tussenpoos). Voor tijdelijk terugkerend werk (niet beperkt tot seizoensarbeid) dat maximaal 9 maanden per jaar gedaan kan worden mag er maximaal 3 maanden tussen de contracten zitten. Dit moet wel zijn opgenomen in de cao;
  • Het 3e contract afloopt op of na 1 januari 2020;
  • In de cao geen andere voorwaarden hierover staan. De afspraken in de cao gaan voor.

Voorbeeld: Een werknemer had een jaarcontract van 1 oktober 2018 tot 1 oktober 2019. Daarna kreeg de werknemer een tweede contract van anderhalf jaar, van 1 oktober 2019 tot 1 april 2021. Dit overschrijdt 2 jaar, maar pas na 1 januari 2020. Het contract gaat nu niet automatisch over in een vast contract.

Ketenbepaling: opvolgend werkgeverschap

Is er sprake van opvolgend werkgeverschap? Dan zet de keten van arbeidsovereenkomsten zich voort (en mag u die arbeidsovereenkomsten dus meetellen). Opvolgend werkgeverschap houdt in dat u bij een andere werkgever dezelfde of gelijksoortige werkzaamheden verricht. Of als uw werkgever u rechtstreeks in dienst neemt. Bijvoorbeeld als u eerst op basis van een uitzendovereenkomst bij een bedrijf werkt. En de werkgever u daarna zelf een contract geeft voor dezelfde werkzaamheden.

De vraag of er sprake is van opvolgend werkgeverschap is sterk afhankelijk van de omstandigheden. Bij het Juridisch Loket kunt u meer informatie over uw situatie inwinnen.

Contract beroepsbegeleidende leerweg (BBL)

Contracten die zijn aangegaan voor de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) tellen niet mee voor de ketenbepaling. Het maakt hierbij niet uit wanneer het contract is aangegaan of geëindigd.

Werknemer jonger dan 18 jaar

De ketenbepaling is niet van toepassing op contracten met werknemers die jonger dan 18 jaar zijn en gemiddeld maximaal 12 uur per week werken.

Afwijkende regels tijdelijke contracten in cao

In uw cao kunnen afwijkende regels voor tijdelijke contracten staan. Bijvoorbeeld dat u maximaal 6 opvolgende tijdelijke contracten mag krijgen. En dat tijdelijke contracten mogelijk zijn over een periode van maximaal 4 jaar.

Afwijken ketenbepaling in cao

Er zijn beperkte mogelijkheden om bij cao af te wijken van de ketenbepaling. Een cao mag in de volgende gevallen afwijken van de ketenbepaling:

  • Uitzendovereenkomst
    In de cao kan worden geregeld dat het aantal van 3 contracten kan worden verhoogd naar maximaal 6. En de periode van 2 jaar kan worden verlengd tot ten hoogste 4 jaar.
  • Aard bedrijfsvoering
    Soms is een extra tijdelijk contract of het langer kunnen aangaan van tijdelijke contracten nodig door de aard van de bedrijfsvoering. In dat geval kan in de cao worden bepaald dat maximaal 6 (in plaats van 3) tijdelijke contracten kunnen worden aangegaan. En maximaal voor een periode van 4 (in plaats van 2) jaar van tijdelijke contracten gebruik kan worden gemaakt.
  • Ketenbepaling buiten toepassing
    Sommige sectoren, zoals het profvoetbal, werken alleen met tijdelijke contracten. Voor deze sectoren gelden andere regels voor het kunnen werken met tijdelijke en vaste contracten. De overheid bepaalt voor welke functies en sectoren dit geldt. De afwijkende regels worden vervolgens opgenomen in de betreffende cao’s.
    • Sinds 1 augustus 2018 geldt voor invalkrachten in het basisonderwijs die met een tijdelijk contract een zieke leraar vervangen dat er geen vast contract ontstaat na meerdere tijdelijke contracten als de cao voor primair onderwijs (basisonderwijs) voor hen geldt. Meer informatie leest u in de Wijziging regeling ketenbepaling bijzondere functies.
    • Vanaf 1 januari 2020 wordt in de wet opgenomen dat tijdelijke invalleerkrachten die en zieke leraar vervangen in het basisonderwijs en het speciaal onderwijs niet automatisch een vast contract krijgen na meerdere tijdelijke contracten. Dit hoeft dan niet meer in de cao te staan.

Voor overige uitzonderingen raadpleegt u de Regeling ketenbepaling bijzondere functies.

  • Bestuursfuncties
    Gaat het om een bestuursfunctie bij een bedrijf of organisatie? Dan kan in een schriftelijke overeenkomst (waaronder een cao) van de termijn van 2 jaar worden afgeweken.
  • Opleiding
    Is de arbeidsovereenkomst vooral gesloten om een werknemer op te leiden? Dan kan bij cao de ketenbepaling geheel of gedeeltelijk niet van toepassing worden verklaard.
  • Seizoensarbeid
    Is er sprake van seizoensarbeid? Dan kan bij cao de tussenperiode worden verkort tot 3 maanden. Dit geldt voor functies die door natuurlijke of klimatologische omstandigheden gedurende ten hoogste 9 maanden kunnen worden uitgeoefend. 
    Let op: vanaf 1 januari 2020 gaat het niet alleen om seizoensarbeid, maar om terugkerend tijdelijk werk dat maximaal 9 maanden per jaar kan worden gedaan. In de cao moeten hierover afspraken zijn gemaakt.