Wetten en regels biotechnologie

De meeste regels voor biotechnologie komen van de Europese Unie (EU). De Rijksoverheid heeft deze regels verwerkt in nationale wetgeving. Het Rijk ziet erop toe dat onderzoekers biotechnologie volgens de wetten toepassen. In maart 2016 is het onderzoeksprogramma Biotechnologie en Veiligheid gestart.

Wetten waarborgen veiligheid

De regels voor biotechnologie waarborgen de veiligheid van mens en milieu. Maar ook de vrijheid van keuze voor de consument. De consument kan kiezen of hij wel of geen genetisch gemodificeerde producten koopt.

Onderzoeksprogramma Biotechnologie en Veiligheid

Biotechnologie en Veiligheid. Zo heet het onderzoeksprogramma dat het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in maart 2016 startte. Het doel van dit programma is om wetenschappelijke kennis te krijgen over de risico’s en onzekerheden van biotechnologische innovaties. Maar ook hoe vanaf het begin maatregelen ingebouwd kunnen worden die de veiligheid garanderen. Dit heet safe by design. De overheid gaat deze kennis gebruiken om in te spelen op vragen over veiligheid en biotechnologie.

Technologiestichting STW voert het programma uit. 

EU-wetgeving voor genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s)

De EU stelt eisen aan de activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) in verordeningen en richtlijnen. De verordeningen zijn in alle lidstaten van kracht. Alle EU-lidstaten moeten de Europese richtlijnen verwerken in hun nationale wetgeving.

In Nederland staan de meeste (EU) regels voor ggo’s in:

Protocol voor import en export ggo’s

Internationale regels over de import en export van ggo’s staan in het Biosafety Protocol van de Verenigde Naties. Dit wordt ook wel Cartagena Protocol genoemd. Dit protocol is sinds 2003 van kracht.

Afspraken kennisuitwisseling biotechnologie

Ook zijn afspraken gemaakt voor internationale kennisuitwisseling. Het Biosafety Clearing House is een internationale database voor de uitwisseling van gegevens over levende ggo’s.

En er zijn afspraken gemaakt om eventuele milieuschade door ggo’s te herstellen. Bijvoorbeeld als een genetisch gemodificeerd organisme andere soorten verdringt. De kosten van het herstel komen voor rekening van degene die verantwoordelijk is voor de schade.

Regels etikettering van levensmiddelen en producten met ggo’s

De overheid stelt regels aan etikettering van levensmiddelen en producten met ggo’s. Zit er meer dan 0.9% van een genetisch gemodificeerd ingrediënt in een product? Dan moet de fabrikant dit op het etiket vermelden.

Bij melk, vlees en eieren van dieren die genetisch gemodificeerd veevoer hebben gegeten, hoeft dat niet op het etiket te staan.

Omdat katoen van genetisch gemodificeerde katoenplanten geen levensvatbaar zaad meer bevat, hoeft dat ook niet op het kledingetiket.

Als producten geen ggo’s bevatten mogen voedselproducenten de aanduiding ‘bereid zonder gentechniek’ gebruiken. De producten moeten dan wel voldoen aan de regels van het Warenwetbesluit nieuwe voedingsmiddelen.