Wat zijn de eisen voor een curator, bewindvoerder en mentor?

U kunt curator, beschermingsbewindvoerder of mentor worden als u meerderjarig bent. En volgens de kantonrechter geschikt bent. De kantonrechter gaat over deze benoemingen.

Voorwaarden benoeming

Er gelden voorwaarden om curator, beschermingsbewindvoerder of mentor te worden:

  • niet zelf onder curatele of mentorschap staan (plus niet onder beschermingsbewind voor beschermingsbewindvoerders);
  • niet tegelijkertijd WSNP-bewindvoerder van de betrokkene zijn (voor curator en beschermingsbewindvoerder);
  • geen direct betrokken of behandelend hulpverlener zijn;
  • niet behoren tot de leiding of tot het personeel van de instelling waar de betrokkene wordt verzorgd. Of die aan de betrokkene begeleiding biedt;
  • niet organisatorisch verbonden zijn met de zorginstelling.

Heeft degene voor wie de maatregel is bedoeld een voorkeur voor een curator, beschermingsbewindvoerder of mentor? Dan volgt de kantonrechter die voorkeur. Behalve als er goede redenen zijn om die persoon niet te benoemen. Een curator mag bijvoorbeeld niet zelf onder curatele staan. En een bewindvoerder mag niet in staat van faillissement verkeren.

Voor benoeming tot curator, beschermingsbewindvoerder of mentor komt in de eerste plaats de partner van de betrokkene in aanmerking. Daarna 1 van de ouders, kinderen, broers of zusters.

Benoemt de kantonrechter een andere persoon? Dan geeft de kantonrechter in de beslissing aan waarom dat het geval is. Ook een rechtspersoon kan worden benoemd.

Kwaliteitseisen vaststellen in de wet

Heeft een curator, beschermingsbewindvoerder of mentor die 3 of meer mensen onder zijn hoede? Dan moet hij aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de manier waarop de organisatie haar personeel werft, schoolt en begeleidt. Ook de bedrijfsvoering wordt gecontroleerd.