Grondwetswijzigingen

De Grondwet is de belangrijkste wet die we in Nederland hebben. In de Grondwet staan de grondrechten en de organisatiestructuur van ons land. Vanwege dit bijzondere karakter kun je de Grondwet niet aanpassen op de “standaard” manier: met een enkele meerderheid in de Tweede en Eerste Kamer. Om de Grondwet te wijzigen moeten beide Kamers tweemaal akkoord gaan met een wijziging: in de eerste lezing met een “gewone” meerderheid (>50%), in de tweede lezing na de verkiezing van een nieuwe Tweede Kamer met een 2/3 meerderheid.

Grootste grondwetsherziening sinds 1983

Deze regeerperiode staan er acht grondwetswijzigingen in tweede lezing op de agenda’s van de Tweede Kamer en, als de wijzigingen daar worden aangenomen, vervolgens Eerste Kamer. Dit betekent dat de Kamers in de vorige zittingsperiode al met een gewone meerderheid in hebben gestemd met deze wijzigingen. Zo’n hoeveelheid grondwetswijzigingen is er sinds 1983, het jaar van de “algehele” herziening van de Grondwet, niet meer voorgekomen.

Met zeven van deze acht wijzigingsvoorstellen heeft de Tweede Kamer reeds ingestemd. En dinsdag aanstaande vindt behandeling van zes van deze zeven voorstellen plaats door de Eerste Kamer. Dit zijn:

  • wijziging van grondwetsartikel 55, waardoor het Nederlanders, die niet in een provincie wonen, maar in het buitenland, toch mogelijk wordt gemaakt om de samenstelling van de Eerste Kamer te kunnen mede-bepalen met hun stemrecht.
  • het toevoegen van een Algemene Bepaling aan de Grondwet. Deze algemene bepaling geeft aan dat de Grondwet de grondrechten en de democratische rechtstaat waarborgt. Deze kernbeginselen zijn het waard om expliciet vastgelegd te worden en bieden een kader waarin de Grondwet gelezen en begrepen moet worden;
  • het expliciet in de Grondwet opnemen dat iedereen in Nederland recht heeft op een eerlijk proces voor een onafhankelijke en onpartijdige rechter;
  • een “update” van het grondwetsartikel 13, over het briefgeheim. Dit artikel was sinds 1983, lang voordat digitale communicatie haar intrede deed, niet meer herzien. Belangrijkste verandering is dat niet meer gesproken wordt over het “brief- en telegraafgeheim”, maar over het “brief- en telecommunicatiegeheim”;
  • herijking grondwetsherziening: dit komt erop neer dat de Tweede Kamer die wordt gekozen na de afronding van een eerste lezing van een grondwetswijziging een besluit moet nemen over de tweede lezing. Gebeurt dat niet, dan zou het grondwetsvoorstel door deze wijziging vanzelf vervallen.
  • additionele artikelen: dit betreft enkele tijdelijke overgangsartikelen uit vorige grondwetswijzigingen, die geen functie meer hebben en nog formeel geschrapt moeten worden.

Vermoedelijk in de week na het debat vinden de stemmingen plaats over deze wijzigingsvoorstellen. Als met de wetsvoorstellen wordt ingestemd, dan treden deze wijzigingen na publicatie in het Staatsblad in werking.

Meer in de pijplijn

Het zevende wetsvoorstel, waar de Tweede Kamer reeds in tweede lezing mee in heeft gestemd, maar wat niet op de agenda van dinsdag staat, is de wijziging van artikel 1 van de Grondwet, waarin de gelijke behandelingsnorm en het discriminatieverbod zijn opgenomen. Aan de verbodsgronden van discriminatie - godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras en geslacht - worden toegevoegd: seksuele gerichtheid en handicap. Wat dit wijzigingsvoorstel bijzonder maakt, is dat het een initiatiefvoorstel is vanuit de Tweede Kamer: van de leden Hammelburg (d66), Bromet (GroenLinks) en de Hoop (PvdA)  Dit wetsvoorstel wordt na het reces door de Eerste Kamer in behandeling genomen.

Het initiatiefwetsvoorstel van het lid Leijten, dat gaat over de invoering van een correctief bindend wetgevingsreferendum is momenteel voor tweede lezing in behandeling bij de Tweede Kamer. Dit voorstel biedt kiezers de mogelijkheid om een referendum aan te vragen over een reeds door de Kamers goedgekeurd wetsvoorstel. Als voldoende kiezers dit vragen, wordt het wetsvoorstel in een bindend referendum aan de bevolking voorgelegd.