Waarom dierproeven nog nodig zijn

Dierproeven zijn vaak nodig om de kwaliteit en veiligheid van medicijnen, stoffen en voeding te testen. De overheid bekijkt daarbij steeds hoeveel leed een proefdier ondervindt. En weegt dit af tegen de risico’s voor de mens wanneer geen dierproeven worden gedaan.

Dierproeven voor nieuwe medicijnen en voedingsmiddelen

Mensen mogen niet zomaar nieuwe voedingsmiddelen en medicijnen krijgen. Het moet eerst zeker zijn dat deze nieuwe voedingsmiddelen en medicijnen de juiste uitwerking hebben. En niet schadelijk zijn. Daarvoor zijn vaak nog dierproeven nodig.

Wetenschappers gebruiken dierproeven ook om meer te leren over de biologische processen in het lichaam. Zoals het ontstaan en verloop van ziekten.

Verplichte dierproeven

Ongeveer 35% van alle dierproeven in Nederland is verplicht. Een bedrijf moet deze proeven doen voordat een product op de markt mag komen. Een nieuw medicijn mag bijvoorbeeld alleen worden verkocht nadat het op een levend dier is getest. Dit om risico’s voor de mens te voorkomen.

Dierproeven en het belang voor de mens

Veel mensen vinden het een probleem dat dieren voor dierproeven worden gebruikt. Want dierproeven veroorzaken dierenleed. Anderen vragen zich af of de uitkomsten van dierproeven te vertalen zijn naar de mens.

De overheid kijkt naar dierenwelzijn. Maar moet ook de risico’s voor mensen zo goed mogelijk inschatten. Daarom investeert de overheid in alternatieven voor dierproeven.