Drugs

Deze hoofdrubriek bevat 4 rubrieken:

Gedoogbeleid softdrugs en coffeeshops

Omdat softdrugs minder schadelijk zijn voor de gezondheid dan harddrugs, gelden hiervoor soms andere regels. Coffeeshops kunnen onder strenge voorwaarden wiet en hasj verkopen. Zij worden daarvoor niet strafrechtelijk vervolgd. Dit is de essentie van het gedoogbeleid.

Ook vervolgt het Openbaar Ministerie personen niet als zij kleine hoeveelheden softdrugs bezitten. Het gaat hier om:

  • maximaal 5 gram cannabis (wiet, hasj);
  • maximaal 5 hennepplanten.

Gedoogcriteria voor coffeeshops

Voor de verkoop van wiet en hasj moeten coffeeshops zich aan regels (de gedoogcriteria) houden. Een coffeeshop moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Er mag niet meer dan 5 gram softdrugs per dag per persoon worden verkocht.
  • Er mogen geen harddrugs worden verkocht. 
  • Er mogen geen softdrugs verkocht worden aan minderjarigen. 
  • Minderjarigen mogen niet in een coffeeshop worden binnengelaten. 
  • Er mag geen alcohol worden geschonken. 
  • Er mag geen reclame voor drugs en de coffeeshop worden gemaakt. 
  • Er mag geen overlast voor de omgeving worden veroorzaakt. 
  • De handelsvoorraad mag niet meer dan 500 gram zijn. 
  • Geen toegang voor en verkoop aan anderen dan ingezetenen van Nederland.

Verkoop softdrugs blijft strafbaar

De verkoop van softdrugs blijft strafbaar. Houden coffeeshophouders zich niet aan de voorwaarden? Dan kunnen zij strafrechtelijk worden vervolgd en kan de burgemeester de coffeeshop (tijdelijk) sluiten. Om overlast te voorkomen, kunnen gemeenten aanvullende eisen aan een coffeeshop stellen. Bijvoorbeeld aangepaste openingstijden of een grotere afstand tot scholen.

Toegang coffeeshops strenger

De overheid wil overlast en criminaliteit die verband houden met coffeeshops en de handel in drugs tegengaan. Daarom mogen alleen ingezetenen van Nederland in een coffeeshop komen en er cannabis kopen. Een ingezetene is iemand die zijn (woon)adres heeft in een Nederlandse gemeente en er dus staat ingeschreven. De coffeeshophouder moet zelf controleren dat hij alleen ingezetenen van Nederland van 18 jaar en ouder toelaat. Hiervoor moet hij vragen naar een geldig identiteitsbewijs of verblijfsvergunning en een uittreksel van de Basisregistratie personen (BRP).

De Rijksoverheid. Voor Nederland