Rijksoverheid stimuleert ontwikkeling bio-energie

De Rijksoverheid ondersteunt nieuwe technieken voor de toepassing van bio-energie. Onder andere via de SDE subsidie.

Grondstoffen voor biomassa

Biomassa kan uit de volgende grondstoffen ontstaan:

  • (snoei)houtafval, afkomstig uit de bosbouw en houtverwerkende industrie;
  • rioolslib uit waterzuiveringsinstallaties;
  • gft van huishoudens;
  • plantaardige oliën en vetten uit de voedingsmiddelenindustrie;
  • mest uit veebedrijven;
  • Voor bio-energie geteelde gewassen, zoals koolzaad en palmbomen.

Overheid stimuleert ontwikkeling bio-energie

Bio-energie is energie die wordt opgewekt uit biologisch of organisch materiaal. Dit materiaal heet ook wel biomassa. De overheid stimuleert de ontwikkeling van bio-energie voor verschillende toepassingen:

  • Energieopwekking door verbranding

    Elektriciteitscentrales en afvalverbrandingsinstallaties kunnen biomassa verbranden en zo elektriciteit en warmte opwekken. Bijvoorbeeld als bij- en meestook in kolencentrales. Via de SDE zijn er subsidies voor de productie van energie uit biomassa.
  • Biobrandstoffen in benzine en diesel

    Benzine- en dieselleveranciers zijn verplicht om biobrandstof bij te mengen. In 2020 moet de brandstof aan de pomp 10% biobrandstof bevatten. Dat hebben Nederland en andere Europese landen afgesproken.
  • Biobased economy

    Behalve voor energie is biomassa ook geschikt als grondstof voor plastic. Volgens het kabinet kan Nederland zich de komende jaren ontwikkelen tot een belangrijk centrum voor biobased economy. Dit heet ook wel bio-economie. In een bio-economie worden planten(resten), algen en vleesafval gebruikt om kunststof, energie en brandstof te produceren.

Eisen aan duurzaamheid van biomassa in steenkolencentrales

Biomassa die gebruikt wordt als bij- of meestook in kolencentrales moet aan strenge eisen voldoen. Energiebedrijven, natuur- en milieuorganisaties en de overheid hebben hierover afspraken gemaakt. Het gaat onder meer om de volgende duurzaamheidseisen voor biomassa:

  • Bestaande bossen mogen niet in gevaar komen door gebruik van biomassa uit de bosbouw. De kwaliteit en de gezondheid van bossen moeten in stand worden gehouden of verbeterd. Het gaat dan onder meer over de bodem en verbetering van grond- en oppervlaktewater. En na de kap van hout moeten producenten weer jonge bomen aanplanten.
  • Gebruik van biomassa moet de uitstoot van broeikasgassen verminderen. Energiebedrijven moeten aantonen dat deze vermindering minimaal 70% is vergeleken met uitstoot van fossiele brandstoffen.