Rijksoverheid stimuleert ontwikkeling bio-energie

De overheid stimuleert de ontwikkeling van duurzame bio-energie. Alleen onder bepaalde omstandigheden vindt de overheid bio-energie duurzaam. Dit is het geval als de biomassa die wordt gebruikt, duurzaam is geteeld en niet voor negatieve effecten op natuur en milieu zorgt. Bio-energie wordt opgewekt door biomassa te verbranden. Bij de verbranding van biomassa komt CO2 vrij die bij de aangroei van bomen en planten weer wordt opgenomen.

Biomassa en biogas

Biomassa is organisch materiaal, zoals hout, snoeiafval, afval uit de voedingsindustrie, zuiveringsslib, mest of olie uit zaden. Biomassa kan rechtstreeks gebruikt worden als brandstof. Het is ook mogelijk om het te vergisten. Daarbij ontstaat brandbaar biogas.

Bio-energie is nodig voor de overgang naar een duurzaam energiesysteem

Het kabinet verwacht dat bio-energie voorlopig nodig is om de klimaatdoelen te halen. Duurzame biomassa kan op verschillende manieren gebruikt worden: 

  • Om energie op te wekken wanneer er te weinig wind- en zonne-energie is. 
  • Voor productieprocessen die veel energie vragen, zoals de productie van glas en staal. 
  • Als brandstof voor zwaar wegtransport en scheepvaart. Dan is het in veel gevallen een tijdelijke oplossing in de omschakeling naar bijvoorbeeld elektrische aandrijving of aandrijving met groene waterstof. Ook kan biobrandstof een oplossing zijn voor de verduurzaming van de luchtvaart. De overheid en de luchtvaartsector streven samen naar volledige vervanging van fossiele kerosine door duurzame alternatieven in 2050.
     

Biomassa beperkt en hoogwaardig gebruiken

  • Het kabinet gaat ervan uit dat een CO2-arme en circulaire economie alleen haalbaar en betaalbaar is met de inzet van bio-energie. Dat staat in het Klimaatakkoord. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft berekend dat biomassa na 2030 schaars kan worden in de wereld. Daarom wil het kabinet biomassa zo beperkt en hoogwaardig mogelijk inzetten. Dat betekent dat plantaardige (en dierlijke) materialen eerst gebruikt worden om producten van te maken zoals bouwmateriaal, textiel of bio-plastics, en daarna eventueel als brandstof. Dit heet ook wel bio-economie of biobased economy.
  • Het kabinet wil meer biomassa uit Nederland gebruiken en minder afhankelijk zijn van biomassa uit het buitenland.
  • Verder staan in het Energieakkoord afspraken over het opwekken van duurzame energie, zoals meer windenergie en bijstoken van biomassa in kolencentrales. Het bijstoken is aan strenge regels gebonden en mag alleen als de CO2-uitstoot minimaal 70% lager is dan bij de verbranding van fossiele brandstoffen, zoals steenkool, aardolie en aardgas. 

Overheid ondersteunt nieuwe technieken voor gebruik van bio-energie

De Rijksoverheid van bio-energie, onder andere via de subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+).

  • Energieopwekking
    Bedrijven, zoals elektriciteitscentrales en afvalverwerkers, kunnen biomassa verbranden en zo elektriciteit en warmte opwekken. Ze kunnen biomassa ook vergisten en er zo brandbaar biogas van maken. Via de SDE+ zijn er subsidies voor de productie van energie uit biomassa. De overheid geeft geen subsidie meer als biomassa alleen voor elektriciteitsopwekking wordt gebruikt.
  • Biobrandstoffen voor vervoer
    Benzine- en dieselleveranciers zijn verplicht om biobrandstof bij te mengen. In 2020 moet de brandstof aan de pomp 10% biobrandstof bevatten. Dat hebben Nederland en andere Europese landen afgesproken.

Belangenafweging bij bio-energie

Bij het verbranden van biomassa komt CO2 vrij. Het kabinet wil dat zoveel mogelijk beperken. Daarom moet de biomassa die wordt verbrand in energiecentrales, aan strenge eisen voldoen. Energiebedrijven, natuur- en milieuorganisaties en de overheid hebben hierover onder meer de volgende afspraken gemaakt:

  • Bestaande bossen mogen niet in gevaar komen door gebruik van biomassa uit de bosbouw. Het kappen van oerbossen is niet toegestaan. De kwaliteit en de gezondheid van bossen moeten in stand worden gehouden of verbeterd. Het gaat dan onder meer over de bodem en verbetering van grond- en oppervlaktewater. En na de kap van hout moeten producenten weer jonge bomen aanplanten.
  • Gebruik van biomassa moet de uitstoot van broeikasgassen verminderen. Energiebedrijven moeten aantonen dat deze vermindering minimaal 70% is vergeleken met uitstoot van fossiele brandstoffen.

Gevolgen van bio-energie voor de luchtkwaliteit

Bij de verbranding van biomassa komt ook fijnstof vrij. Fijnstof is slecht voor de luchtkwaliteit. Veel mensen hebben last van fijnstof. Bij het stoken van biomassa in energie- en afvalcentrales komt in verhouding minder fijnstof vrij dan bij het verbranden van biomassa in kleinere installaties. Daarom kijkt het kabinet kritisch naar de kleinschalige verbranding van biomassa. Per 1 januari 2020 is de subsidie op biomassaketels en pelletkachels vervallen. Ook vervoer stoot fijnstof uit. Hoe nieuwer het vervoermiddel, hoe minder fijnstof wordt uitgestoten. Daarbij maakt het niet uit of biobrandstof of fossiele brandstof wordt gebruikt. Daarom wordt bij milieuzones gekeken naar de leeftijd van het vervoermiddel.