Biogrondstoffen voor een duurzamere economie

De overheid stimuleert het gebruik van biogrondstoffen (biomassa). Omdat ze helpen bij het halen van de klimaatdoelen en een duurzamere economie. Biogrondstoffen zijn een goede vervanger van fossiele grondstoffen. En kunnen gebruikt worden voor het maken van bijvoorbeeld brandstof, bouwmateriaal en plastic.

Biogrondstof bestaat uit organisch materiaal

Biogrondstof is organisch materiaal, zoals:

  • hout
  • snoeiafval
  • aardappelschillen
  • vleesafval
  • zuiveringsslib
  • mest

Biogrondstoffen kunnen rechtstreeks als brandstof gebruikt worden: bio-energie. Het is ook mogelijk om het te vergisten. Daarbij ontstaat brandbaar biogas, dat ook een brandstof kan zijn. Biogrondstof is ook in te zetten als grondstof voor bijvoorbeeld bouwmaterialen, plastic of papier.

Biogrondstof nodig voor overgang naar klimaatneutrale economie

Biogrondstoffen zijn nodig om de klimaatdoelen te halen. En zorgen voor een duurzame, circulaire economie. Dat staat in het Klimaatakkoord en in het Nationaal Programma Circulaire Economie. Dankzij biogrondstoffen zijn minder fossiele grondstoffen nodig. Zoals olie, steenkool en aardgas. Dat betekent minder uitstoot van broeikasgassen.

Benzine- en dieselleveranciers zijn bijvoorbeeld verplicht om biobrandstof bij te mengen. Zo moet de brandstof aan de pomp 10% biobrandstof bevatten. Dat hebben Nederland en andere Europese landen afgesproken.

Er zijn meer manieren om biogrondstoffen te gebruiken:

  • In de chemische industrie, bijvoorbeeld als grondstof voor plastic, lijm en beschermlagen (coatings).
  • Als bouwmateriaal, bijvoorbeeld voor vezels voor isolatie of houten platen.
  • Als brandstof voor zwaar wegtransport en scheepvaart. Vooral als tijdelijke oplossing in de omschakeling naar voer- en vaartuigen die op elektriciteit of groene waterstof werken.

Strenge eisen voor biogrondstoffen

De productie van biogrondstoffen is niet altijd duurzaam. Bij het verbranden van biomassa komt nog steeds CO2 en fijnstof vrij. Om die uitstoot zoveel mogelijk te beperken moeten biogrondstoffen in de Europese Unie (EU) aan strenge duurzaamheidseisen voldoen. Dat betekent dat:

  • biogrondstoffen bijvoorbeeld bestaan uit hergebruikt materiaal of voortkomen uit afvalstromen;
  • bij de productie van biogrondstoffen (bijvoorbeeld in de landbouw en bosbouw) rekening wordt gehouden met bodemkwaliteit en biodiversiteit;
  • hout niet van bomen mag komen die speciaal voor de grondstof worden omgekapt, en niet uit landen die ontbost worden;
  • bedrijven die biogrondstoffen gebruiken, moeten bewijzen waar het vandaan komt.

Alle eisen voor biogrondstoffen staan in het Besluit conformiteit vaste biomassa voor energietoepassingen en de Regeling conformiteit vaste biomassa voor energietoepassingen.

Controle op duurzaamheid biogrondstoffen

Duurzame biogrondstoffen moeten zijn voorzien van een certificaat. Bedrijven krijgen die van onafhankelijke organisaties die de biogrondstoffen controleren op duurzaamheid. Daarbij kijken ze niet alleen naar waar de grondstof vandaan komt, maar naar de hele handelsketen. 

Er bestaan in Nederland en de EU verschillende systemen om te controleren of biogrondstoffen duurzaam zijn. De overheid werkt aan 1 nieuw systeem. Zodat biogrondstoffen makkelijker op duurzaamheid te controleren zijn.

Meer informatie over de doelen van de overheid voor duurzame biogrondstoffen staat in het Duurzaamheidskader biogrondstoffen.