Belang handelsverdragen

Handelsverdragen (of handelsakkoorden) zijn overeenkomsten tussen 2 of meer landen. Deze verdragen bevatten afspraken die de onderlinge handel in goederen, diensten en investeringen vereenvoudigen en eerlijker maken. Hierdoor groeit de handel tussen de deelnemende landen. Dit leidt tot meer productie, banen, welvaart en sociale ontwikkeling.

Handelsverdragen: voordelen Nederland

Handelsakkoorden dragen bij aan de welvaart van Nederland. Nederland verdient veel geld door handel met het buitenland. Zo is Nederland bijvoorbeeld de tweede grootste exporteur van landbouwgoederen in de wereld. Ten opzichte van andere landen profiteert Nederland van handelsakkoorden omdat wij:

  • efficiënte productietechnieken gebruiken;
  • een hoog opleidingsniveau hebben;
  • goede buitenlandse connecties hebben.

Opbrengst handelsakkoorden

Handelsakkoorden zorgen dat import van producten goedkoper wordt voor consumenten en bedrijven. Door bijvoorbeeld het handelsakkoord tussen de Europese Unie (EU) en Zuid-Korea zijn er geen invoerheffingen meer. Hierdoor bespaarden bedrijven € 2,8 miljard op export vanuit de EU naar Zuid-Korea in de periode van juli 2014 tot juni 2015. Handelsakkoorden leveren ook extra export op. Bijvoorbeeld door makkelijkere douaneprocedures. Zo is de handel tussen de EU en Zuid-Korea met 55% gegroeid. Deze toegenomen export levert in de EU veel extra banen op.

Naast economische voordelen zitten er ook sociale voordelen aan handelsakkoorden. In het handelsakkoord met Zuid-Korea is bijvoorbeeld gewerkt aan:

  • een verbetering van maatschappelijk verantwoord ondernemen;
  • het tegengaan van illegale houtkap;
  • een verbetering van arbeidsrechten.

Nadelen handelsakkoorden

Een handelsakkoord zorgt ervoor dat handel makkelijker wordt. Maar er kan ook meer concurrentie ontstaan. Zo kan bijvoorbeeld Canada een voordeel hebben bij productie van goederen. Bijvoorbeeld door goedkopere grondprijzen of grondstoffen. Het kan zijn dat Nederlandse producenten hierdoor hinder ondervinden in het geval van een nieuwe handelsrelatie.

Voor welke sectoren dit uiteindelijk geldt, is afhankelijk van het andere land (de handelspartner). En van de kwaliteit van de Nederlandse productiesector. Landen met enorme hoeveelheden grond kunnen bijvoorbeeld meer producten als graan en mais verbouwen. Of makkelijker dieren laten grazen. Of Nederland daar hinder van ondervindt, is dan heel erg afhankelijk van de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven en het opleidingsniveau van de werknemers.

Voorkeur Nederland: wereldwijde afspraken

De Nederlandse regering heeft de voorkeur voor wereldwijde handelsafspraken. Wereldwijde afspraken zorgen dat alle importeurs en exporteurs  gelijk behandeld worden. Dit voorkomt handelsdiscriminatie. Nederlandse bedrijven hebben dan overal dezelfde eerlijke kansen als hun buitenlandse concurrenten. Daarnaast is dit ook eerlijker voor ontwikkelingslanden. Zij hebben vaak niet de mogelijkheden in huis om goede handelsakkoorden te sluiten. Bijvoorbeeld door minder kennis of een lager opleidingsniveau.

Wereldwijde afspraken: rol Wereldhandelsorganisatie

Bijna alle landen in de wereld doen mee aan wereldwijde handelsafspraken (multilaterale akkoorden). De General Agreement on Tariffs and Trade (GATT) uit 1948 is het eerste multilaterale handelsakkoord. Hierin staan basisafspraken over de handel in goederen.

In 1995 werd de Wereldhandelsorganisatie (WTO) opgericht. In 1995 werd ook de General Agreement on Trade in Services (GATS) gesloten. In dit akkoord staan basisafspraken over de handel in diensten.
De WTO let op de naleving van de GATT en de GATS. Beide akkoorden hebben de wereldhandel eenvoudiger, groter en eerlijker gemaakt. De WTO onderhandelt met al zijn leden (bijna alle landen ter wereld) over het makkelijker, goedkoper en eerlijk maken van de handel.

Onderhandelingen WTO

Onderhandelingen over de GATT en GATS worden de ‘Doha-ronde’ genoemd. Doha is de hoofdstad van Qatar waar de onderhandelingen ooit zijn begonnen. De afgelopen jaren is er alleen op enkele deelonderwerpen een akkoord bereikt. Maar de geschatte opbrengsten van deze deelakkoorden zijn hoog.

Een voorbeeld is het Bali-akkoord uit 2013. Hierin is afgesproken om douaneprocedures te vergemakkelijken. Naar verwachting levert dit akkoord alleen al tussen de € 50 en € 400 miljard wereldwijd per jaar op. Hiervan gaat ongeveer twee derde naar ontwikkelingslanden.