Hoe wordt de kwaliteit van het hoger onderwijs bewaakt?

De Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) bewaakt de kwaliteit van hogescholen en universiteiten. De NVAO geeft een keurmerk aan de opleidingen wanneer zij aan de eisen van basiskwaliteit voldoen (accreditatie). Dit keurmerk is 6 jaar geldig. De Inspectie van het Onderwijs (Onderwijsinspectie) houdt toezicht op het accreditatiestelsel. Het Comité van Ministers houdt toezicht op het functioneren van de NVAO.

Accreditatie opleidingen hoger onderwijs

Accreditatie is een keurmerk waaruit blijkt dat het onderwijs aan bepaalde maatstaven voor kwaliteit voldoet. Die maatstaven heeft de overheid in de wet vastgelegd. De NVAO accrediteert bestaande en nieuwe opleidingen. Elke opleiding moet bij haar accreditatieaanvraag een rapport overleggen van een evaluatiebureau met daarin een onafhankelijke beoordeling.  

Inspectie van het onderwijs als toezichthouder

De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op het stelsel van accreditatie. De inspectie ziet ook toe op de naleving van de wettelijke regels in het hoger onderwijs. Hierbij kijkt de inspectie onder meer hoe de instelling

  • de vooropleidingseisen bij de toelating van studenten toepast;
  • examens afneemt en promoties verleent;
  • omgaat met de diploma's;
  • ervoor zorgt dat de onderwijswetten zorgvuldig worden uitgevoerd.

Verder doet de inspectie onderzoek naar specifieke kwaliteitsaspecten van het hoger onderwijs. De resultaten hiervan staan elk jaar in het Onderwijsverslag of in losse rapportages.

Informatie over kwaliteit opleidingen

In de databank van de NVAO staan de opleidingen die voldoen aan de wettelijke basiskwaliteit.

Verder vindt u informatie over de kwaliteit van opleidingen op de website Studiekeuze123.nl.

Beschermde namen

De namen hogeschool en universiteit en de vertalingen daarvan zijn beschermd. Dat moet misbruik en misleiding voorkomen. Alleen erkende instellingen mogen de namen gebruiken. Die instelling moet een universiteit of hogeschool zijn. Dit is vanaf 1 juni 2017 geregeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). De Wet bescherming namen en graden hoger onderwijs treedt dan in werking.

Er zijn een paar uitzonderingen. Bijvoorbeeld als de naam overduidelijk niet leidt tot misleiding (zoals de Kleuteruniversiteit). En voor de Volksuniversiteiten en Volkshogescholen, de Evangelische Hogeschool en Vrije Hogeschool.

Vanaf 1 juni 2017 mogen buitenlandse instellingen uit een EER-land met een nevenvestiging in Nederland zich ook universiteit of hogeschool noemen. Ook moeten vanaf 1 juni 2017 alle buitenlandse vestigingen in Nederland voldoen aan de kenbaarheidseis. Deze eis houdt in dat de instelling (bijvoorbeeld op de website) aangeeft:

  • in welk land de hoofdvestiging is;
  • welke graden studenten kunnen halen;
  • op welke regelgeving de graden zijn gebaseerd.

Een instelling die de naam universiteit wil gebruiken moet in eigen land en in Nederland het promotierecht hebben.

Beschermde graden

Als u aan een universiteit of hogeschool studeert, kunt u een bachelor-, master-, Ad- of Doctorgraad halen. Ook dit is beschermd door de WHW. Graden mogen alleen worden verleend:

  • voor opleidingen met een accreditatie door de NVAO;
  • voor opleidingen met een accreditatie op grond van een buitenlandse regeling.

Instellingen moeten duidelijk maken welke graad u met de opleiding kunt halen. En ook op grond van welke regeling de opleiding is geaccrediteerd (kenbaarheidseis).