Veiligheid kinderopvang verbeteren

De overheid wil de veiligheid in de kinderopvang verder vergroten. En kinderen nog beter beschermen tegen seksueel of ander geweld.

Waarom veiligheid kinderopvang verbeteren?

Kinderen in de kinderopvang zijn kwetsbaar. Zeker als zij zo jong zijn dat de opvang vooral gericht is op de fysieke verzorging. En ze zich nog niet verbaal kunnen uiten. 

Hoe veiligheid kinderopvang verbeteren?

Wat de overheid doet om de veiligheid in de kinderopvang te verbeteren: 

  • Continue screening van medewerkers in de kinderopvang op strafbare feiten

    De overheid laat medewerkers in de kinderopvang sinds 1 juli 2013 continu screenen. En checkt elke dag of medewerkers in de kinderopvang zich schuldig maken aan een strafbaar feit. Vormt een medewerker een bedreiging voor de veiligheid van kinderen? Dan zet de werkgever de medewerker op non-actief. Deze medewerker moet dan een nieuwe VOG aanvragen. Krijgt hij of zij deze niet, dan mag de medewerker niet blijven werken in de kinderopvang.

    Wilt u weten hoe continue screening werkt in de dagelijkse praktijk? Bekijk dan de Handleiding continue screening kinderopvang.
     

Personenregister kinderopvang 

Continue screening beperkt zich nu tot de vaste medewerkers in de kinderopvang en in peuterspeelzalen. De overheid wil ook uitzendkrachten, stagiairs, vrijwilligers en zelfstandigen continu screenen.
Er komt daarom op 1 maart 2018 een personenregister kinderopvang. In dit register moet iedereen die in de kinderopvang werkt, zich inschrijven. Dit geldt ook voor huisgenoten van gastouders en personen die regelmatig aanwezig zijn tijdens de opvang. Hierdoor is het mogelijk om iedereen die een risico vormt voor de veiligheid van de kinderen te screenen. Het personenregister draagt daarmee bij aan de veiligheid in de kinderopvang.

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) voert het personenregister kinderopvang uit.

Wie moeten zich inschrijven in het personenregister kinderopvang?

Vanaf 1 maart 2018 moeten de volgende  personen zich inschrijven in het personenregister:

  • pedagogisch medewerkers;
  • gastouders en de huisgenoten van 18 jaar en ouder;
  • bemiddelingsmedewerkers;
  • houders kindercentrum/gastouderbureau;
  • bestuurders kindercentrum/gastouderbureau;
  • uitzendkrachten;
  • kantoorpersoneel dat toegang heeft tot kindgegevens;
  • stagiairs;
  • zelfstandigen vrijwilligers;
  • personen die structureel aanwezig zijn op de opvanglocatie tijdens opvanguren zoals bijvoorbeeld:
  • schoonmaakster van de gastouder die wekelijks tijdens de opvang komt;
  • buurvrouw die twee keer in de week tijdens de opvang op bezoek komt;

Wie hoeft zich niet in te schrijven in het personenregister kinderopvang?

Voorbeelden van personen die niet ingeschreven hoeven te worden in het personenregister zijn:

  • ouders die alleen komen brengen en halen;
  • loodgieter die een keer iets komt repareren;
  • schoonmaakpersoneel dat alleen ‘s avonds komt schoonmaken

Meer weten? Bekijk de Factsheet personenregister kinderopvang.

 

  • Meldplicht voor medewerkers in de kinderopvang bij geweld tegen kind

    Heeft een werkgever aanwijzingen van seksueel of ander geweld tegen een kind door een werknemer? Dan moet de werkgever dit melden bij de vertrouwensinspecteur van de Inspectie van het Onderwijs. De vertrouwensinspecteur overlegt met de werkgever of er aangifte moet worden gedaan bij de politie. Zo ja, dan onderzoekt de politie of de werknemer het misdrijf heeft gepleegd. 

    Werknemers moeten bij aanwijzingen van  geweld tegen een kind door een collega contact opnemen met hun werkgever. Vermoedt de werknemer dat zijn werkgever zich hier schuldig aan maakt? Dan moet de werknemer aangifte doen bij de politie. Ouders kunnen met aanwijzingen van  geweld tegen een kind ook contact opnemen met de vertrouwensinspecteur. 

    Wilt u weten wat u moet doen bij aanwijzingen van seksueel of ander geweld tegen een kind? Kijk dan in de publicatie Vertrouwensinspecteur in de kinderopvang.
     
  • Vierogenprincipe: 2 medewerkers per groep kinderen

    Kinderdagverblijven en peuterspeelzalen moeten werken volgens het vierogenprincipe. Dit betekent dat er altijd 2 pedagogisch medewerkers aanwezig moeten zijn, die de kinderen in een groep kunnen zien of horen. Een medewerker lang alleen op een groep kinderen is namelijk risicovol.