Gevolgen klimaatverandering

Klimaatverandering heeft gevolgen voor mens en natuur. Denk aan een tekort aan drinkwater, slechte oogsten of meer kans op overstromingen.

IPCC onderzoekt oorzaken en gevolgen klimaatverandering

Het Intergovernmental Panel on Climate Change (Engels; IPCC) beoordeelt de gevolgen van klimaatverandering. Het IPCC is een organisatie van de Verenigde Naties (VN). Nederland is samen met 194 andere landen lid van het IPCC.

IPCC brengt rapporten uit over de oorzaken en de gevolgen van klimaatveranderingen. Hierin staat bijvoorbeeld welke maatregelen er nodig zijn tegen opwarming van de aarde. En wat de risico's zijn.

Volgens het IPCC worden de effecten van klimaatverandering steeds duidelijker. Zo is de temperatuur wereldwijd gestegen. Hoe groot de gevolgen zijn, verschilt per regio en ecosysteem. Soms zijn er ook positieve gevolgen, omdat er bijvoorbeeld in Europa betere oogsten zijn.

Voor Nederland vallen de negatieve effecten tot 2050 nu nog mee. Om de gevolgen van klimaatverandering zo klein mogelijk te houden, moet de overheid maatregelen nemen.

Gevolgen klimaatverandering voor mens, dier en milieu

Klimaatverandering heeft onder meer de volgende gevolgen:

  • Overstromingen door stijgende zeespiegel en extreem weer

    Als de gemiddelde temperatuur stijgt, stijgt de zeespiegel. Water zet uit als het warmer wordt. Bovendien smelten gletsjers en ijskappen. Er komt dan meer massa in het water terecht, waardoor de zeespiegel stijgt. Klimaatverandering veroorzaakt ook extreme regenbuien en langdurige natte periodes. Het gevaar op overstromingen neemt toe;
  • Minder drinkwater beschikbaar door droogte

    Naast extreem natte periodes, kan een warmer klimaat ook juist extreem droge periodes veroorzaken. Dit kan de drinkwatervoorziening in gevaar brengen.
  • Onvoldoende zoet water door extreme droogte

    Een probleem bij extreme droogte is verzilting. Rivieren voeren dan onvoldoende zoet water richting de zee. Hierdoor kan bijvoorbeeld het zoute zeewater Nederland in stromen en mengen met zoet rivierwater, grondwater en slootwater. Zout water is ongeschikt om drinkwater van te maken. Uiteindelijk brengt verzilting de drinkwatervoorziening dus in gevaar.
  • Slechte oogsten door zout water

    De verzilting bij extreem droogte kan in de landbouw voor problemen zorgen bij gevoelige gewassen, zoals bloembollen. Vooral als er teveel zout terechtkomt in water dat voor irrigatie en beregening van gewassen wordt gebruikt. Dit tast de wortels van de gewassen aan. Zo kan de oogst verloren gaan.
  • Te weinig koelwater voor elektriciteitscentrales

    Elektriciteitscentrales hebben koelwater nodig om elektriciteit te produceren. Minder water in de rivieren kan dus problemen veroorzaken voor de elektriciteitsproductie;
  • Meer algenbloei in zwemwater door hogere temperatuur

    Hogere watertemperaturen vergroten het risico op algenbloei in meren, plassen en sloten. Sommige algen zijn slecht voor de gezondheid, waardoor er steeds vaker een zwemverbod geldt in de zomer.
  • Biodiversiteit verandert door klimaatverandering

    Als de gemiddelde wereldtemperatuur stijgt, kunnen planten en dieren verdwijnen. Sommige soorten kunnen niet leven in een hogere temperatuur. Er kunnen ook planten- en diersoorten bijkomen. Soorten uit zuidelijke landen rukken op naar het noorden. Hier kunnen deze zogenaamde invasieve exoten de inheemse soorten verdringen.