Maatregelen Klimaatakkoord per sector

In het Klimaatakkoord staan afspraken met 5 sectoren over de maatregelen die deze sectoren de komende 10 jaar en in de jaren daarna gaan nemen om de klimaatdoelen te halen. Deze sectoren zijn gebouwde omgeving, landbouw en landgebruik, elektriciteit, industrie en mobiliteit.

Gebouwde omgeving: wijk voor wijk van het gas af

In 2050 moeten 7 miljoen woningen en 1 miljoen andere gebouwen van het aardgas af zijn. Dat betekent isoleren en gebruikmaken van duurzame warmte en elektriciteit. Er moet flink wat gebeuren, maar daar is 31 jaar de tijd voor. Als eerste stap moeten in 2030 de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn.

De verduurzaming van gebouwen gaat wijk voor wijk, in een steeds hoger tempo. De gemeenten weten in 2021 welke wijk wanneer aan de beurt is. Bewoners worden bij de plannen voor hun wijk betrokken. Het is de bedoeling dat de kosten voor verduurzaming betaald kunnen worden met de opbrengst van een lagere energierekening.

Lees meer over gebouwde omgeving op klimaatakkoord.nl.
 

Mobiliteit: schoner en slimmer verkeer

In 2050 stoot het Nederlands verkeer en alle transport geen schadelijke uitlaatgassen en CO2 meer uit. Verkeer en transport kunnen schoner, én ook slimmer. Zo wordt ook de bereikbaarheid en de toegankelijkheid voor iedereen beter. De doorstroming in steden wordt beter, en gebieden en dorpen worden goed ontsloten. Dit kan door voertuigen en infrastructuur, zoals wegen, spoor en vaarwater, optimaal te gebruiken. Elektrisch vervoer en aandrijving met duurzame waterstof is daarbij belangrijk. Voorbeelden van maatregelen zijn:

  • meer oplaadpalen voor elektrische auto’s;
  • ontwikkeling en productie van duurzame brandstoffen;
  • bussen in het openbaar vervoer 100% schoon laten rijden;
  • stimuleren om te fietsen.

Lees meer over mobiliteit op klimaatakkoord.nl.

Landbouw en landgebruik: uitstoot en opslag van CO2 in een kringloop

Om te zorgen dat de landbouw en het landgebruik in 2050 klimaatneutraal zijn, moet er veel gebeuren. Een deel van de uitstoot van broeikasgas is namelijk niet te vermijden. Zo stoten koeien methaan uit. En veengebieden veroorzaken CO2-uitstoot als de grondwaterstand laag is. Daar staat tegenover dat planten CO2 opslaan. Bomen en gras doen dat bijvoorbeeld heel goed. Dit is gunstig om de CO2-uitstoot te verminderen. 

Niet alleen boeren, tuinders en terreinbeheerders hebben een rol in het klimaatneutraal maken van de landbouw en het landgebruik, maar ook voedselverwerkers, supermarkten en natuur- en milieuorganisaties. Zij gaan aan de slag om de uitstoot van broeikasgas te verminderen en de opslag van CO2 te vergroten. Bijvoorbeeld door een omslag naar kringlooplandbouw te maken. 


Lees meer over landbouw en landgebruik op klimaatakkoord.nl.

Elektriciteit: steeds meer stroom uit zon en wind

In 2030 wil Nederland 70% van alle elektriciteit opwekken met windturbines op zee en op land en zonnepanelen op daken en in zonneparken. In 2050 wil Nederland helemaal geen fossiele brandstoffen, zoals aardgas en steenkool, gebruiken. Er is nog veel te doen om dat te bereiken, want in 2018 kwam nog maar 7,2% van alle elektriciteit uit duurzame bronnen. Tegelijk groeit de vraag naar elektriciteit. Auto’s worden elektrisch, de industrie vervangt olie en gas voor schone stroom. Gebouwen gaan van het gas af en hebben meer stroom nodig voor verwarmen en koken.

Duurzame stroom is veel meer afhankelijk van het weer. Bij veel zon en veel wind is er veel elektriciteit. Als het windstil is en bewolkt of nacht, is er weinig stroom. Daarom zijn veel maatregelen nodig om altijd voldoende stroom te hebben, zoals opslag van duurzaam opgewekte elektriciteit en een flexibel energiesysteem.

Lees meer over elektriciteit op klimaatakkoord.nl

Industrie

De Rijksoverheid en bedrijven streven naar een bloeiende, circulaire en CO2-arme industrie in 2050. De fabrieken draaien dan op duurzame elektriciteit uit zon en wind. Of op energie uit aardwarmte, duurzame waterstof en biogas. De grondstoffen voor producten komen uit biomassa, reststromen en -gassen. De restwarmte gebruikt de industrie zelf of levert het aan de tuinbouw, gebouwen en woningen. De industrie is dan naast gebruiker van energie ook producent en buffer van energie.
In 2030 moet de industrie al flink minder CO2 uitstoten. Dat is een tussenstap. Veel van de nieuwe manieren van produceren staan nog in de kinderschoenen en zijn nog te duur. Bedrijven investeren zelf in vernieuwing. Er is ook subsidie om de ontwikkeling op gang te krijgen. De industrie kan dan uitgroeien tot de meest CO2 -efficiënte bedrijfstak in Europa. En de internationale concurrentiepositie komt niet in gevaar.

Lees meer over industrie op klimaatakkoord.nl.