Regels voor gebruik en productie van mest

In mest zitten voedingsstoffen die planten helpen groeien. Maar te veel mest op het land of in het water is slecht voor de natuur. Daarom zijn er verschillende regels voor het gebruik van mest. 

Mest is belangrijk in landbouw, maar te veel mest is slecht voor de natuur

Mest is belangrijk voor de landbouw. In mest zit stikstof en fosfaat. Boeren gebruiken mest om gewassen te laten groeien en de bodem vruchtbaar te houden. Maar te veel mest is slecht voor de natuur. Stikstof en fosfaat vervuilen het water, de lucht en de bodem. Dat is niet goed voor verschillende dier- en plantensoorten, en de kwaliteit van drinkwater.

Regels voor gebruik van mest

In de Europese Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn water staan regels die ervoor zorgen dat er minder stikstof en fosfaat in de natuur terechtkomt. De belangrijkste regel is dat boeren zo weinig mogelijk mest gebruiken. Boeren mogen:

  • per jaar maximaal 170 kilogram stikstof uit dierlijke mest per hectare gebruiken.
  • direct naast het water geen mest gebruiken.
  • niet het hele jaar mest gebruiken. In de winter mag bijvoorbeeld meestal geen mest gebruikt worden, omdat de bodem dan al is verzadigd.
  • vanggewassen inzaaien. Dat zijn gewassen die veel stikstof uit de bodem halen, waardoor er minder stikstof in het grondwater terechtkomt.

De precieze regels verschillen per landbouwsoort. Meer over regels voor mestgebruik staat in het Actieprogramma Nitraatrichtlijn. Nederland maakt elke 4 jaar een nieuw actieprogramma om aan de Nitraatrichtlijn te voldoen.

Strengere mestregels voor kwetsbare gebieden

In sommige gebieden is de waterkwaliteit niet goed genoeg. En bevat het water te veel nitraat en fosfor. Daar gelden strengere regels voor het gebruik van mest. Boeren moeten in deze kwetsbare gebieden meer doen om te voorkomen dat er te veel mest in de natuur terechtkomt. Door bijvoorbeeld bufferstroken aan te leggen. Op die stukken land rijdt de boer geen mest uit.

Het RIVM en de WUR controleren de waterkwaliteit in deze gebieden. Dit gebeurt via het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM).

Uitzondering op mest gebruiken (derogatie)

Boeren met veel grasland konden tot en met 2025 een uitzondering aanvragen om meer dierlijk mest op hun land te gebruiken dan toegestaan is. Deze uitzondering heet ook wel derogatie. Nederland heeft jarenlang een derogatie gehad, maar moest dit van de Europese Commissie afbouwen. Dat komt doordat de kwaliteit van water in Nederland niet goed genoeg is. 

Per 1 januari 2026 geldt er geen derogatie meer in Nederland. En moet elke boer zich aan het maximum van 170 kilogram stikstof uit dierlijke mest per hectare houden. De overheid helpt boeren om hun bedrijfsprocessen aan te passen. En boeren te helpen met mest exporteren naar het buitenland.

Regels voor het produceren van mest

Om te voorkomen dat het vee van boeren te veel mest produceert, geldt in Nederland het fosfaat- en productierechtenstelsel. Dat betekent dat:

  • Elke melkveehouder een bepaalde hoeveelheid fosfaatrechten heeft die bepaalt hoeveel mest de dieren van die boer mogen produceren.
  • Elke varkens- en pluimveehouder een bepaalde hoeveelheid productierechten heeft waarin staat hoeveel dieren die boer mag hebben.

Overheid controleert op goed mestgebruik

Boeren moeten hun mestgebruik vastleggen in een bemestingsplan en administratie bijhouden over de aan- en afvoer van mest. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) controleren elk jaar of boeren zich aan de regels houden.