De basis van het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt gevormd door 2 vaststellingswetten. De eerste vaststellingswet bevat de Boeken 1 tot en met 6. Dit wetsvoorstel is eerder in procedure gebracht dan de tweede vaststellingswet (Boeken 7 en 8). Vanaf de mondelinge behandeling van de Tweede Kamer (Q1) zijn de 2 vaststellingswetten echter samen behandeld. Ook door de Eerste Kamer. De 2 vaststellingswetten zijn op 1 februari 2025 aanvaard door de Tweede Kamer en op 24 februari 2026 aangenomen door de Eerste Kamer.
De komende jaren wordt het nieuwe wetboek door middel van aanvullingswetten aangevuld, gewijzigd en “up to date” gehouden. De verschillende vaststellingswetten en de aanvullingswetten treden op 1 moment tegelijkertijd in werking. Op dit moment is dat voorzien op 1 april 2029.
Tijdpad traject modernisering Wetboek van Strafvordering
Aanbieding tweede vaststellingswet (Boeken 7 en 8) aan de Afdeling advisering van de Raad van State.
Conceptversie van de eerste aanvullingswet en bijbehorende memorie van toelichting in formele consultatie bij de ketenpartners.
Indiening nota naar aanleiding van verslag bij de eerste vaststellingswet (Boeken 1 tot en met 6) bij de Tweede Kamer (antwoorden op de schriftelijke vragen van de Tweede Kamer)
Raad van State brengt advies uit over de tweede vaststellingswet (Boeken 7 en 8) (met dictum B).
Indiening tweede vaststellingswet (Boeken 7 en 8), memorie van toelichting en nader rapport bij de Tweede Kamer.
Conceptversie van de Verlengingswet Innovatiewet en bijbehorende memorie van toelichting in formele consultatie bij de ketenpartners.
Indiening nota naar aanleiding van verslag bij de tweede vaststellingswet (Boeken 7 en 8) bij de Tweede Kamer (antwoorden op de schriftelijke vragen van de Tweede Kamer)
Mondelinge behandeling van de twee vaststellingswetten in de Tweede Kamer (5 wetgevingsoverleggen en plenair debat)
Tweede Kamer neemt op 1 april de eerste en de tweede vaststellingswet aan met een ruime meerderheid. Beide wetsvoorstellen worden doorgezonden naar de Eerste Kamer.
Aanbieding Verlengingswet Innovatiewet aan de Afdeling advisering van de Raad van State.
Aanbieding eerste aanvullingswet aan de Afdeling advisering van de Raad van State.
Raad van State brengt advies uit over de Verleningswet Innovatiewet (met dictum B).
Indiening Verlengingswet Innovatiewet, memorie van toelichting en nader rapport bij de Tweede Kamer.
Conceptversie van de eerste twaalf algemene maatregelen van bestuur en bijbehorende nota’s van toelichting in formele consultatie bij de ketenpartners.
Raad van State brengt advies uit over de eerste aanvullingswet (met dictum B).
Indiening nota naar aanleiding van verslag bij de eerste en tweede vaststellingswet (Boeken 1 tot en met 8) bij de Eerste Kamer (antwoorden op de schriftelijke vragen van de Eerste Kamer)
Tweede Kamer neemt de Verlengingswet Innovatiewet aan als hamerstuk. Het wetsvoorstel wordt doorgezonden naar de Eerste Kamer.
10 februari: Plenair debat in de Eerste Kamer over de eerste en tweede vaststellingswet.
24 februari: De Eerste Kamer neemt met ruime meerderheid de eerste en tweede vaststellingwet aan. Ook neemt de Eerste Kamer de Verlengingswet Innovatiewet als hamerstuk aan.
6 maart: Publicatie Verlengingswet Innovatiewet in het Staatsblad (Stb. 2026, 49).
13 maart: Publicatie eerste en tweede vaststellingswet in het Staatsblad (Stb. 2026, 56 en 57).
24 maart: Indiening eerste aanvullingswet, memorie van toelichting en nader rapport bij de Tweede Kamer.
Partijen betrokken bij wetgevingstraject
Het nieuwe Wetboek van Strafvordering raakt veel organisaties in en om de strafrechtketen. Daarom zijn de organisaties vanaf het eerste begin betrokken bij de wetsvoorstellen (pre-consultatie). Dit gebeurde onder andere door:
- expertmeetings;
- werkbezoeken;
- landelijke congressen in 2014, 2015 en 2017;
- de werkgroep Van Dijk/IJzerman. Deze werkgroep beoordeelt de inhoud van de voorstellen. Ook kijkt de werkgroep naar de (financiële) effecten voor uitvoering.
Een werkgroep met organisaties uit de strafrechtketen beoordeelt inhoud van de wetsvoorstellen. De feedback wordt nog steeds gebruikt om de kwaliteit van de voorstellen te verbeteren.
De direct betrokken organisaties hebben ook de financiële gevolgen op hoofdlijnen van de (wets)voorstellen onderzocht. De organisaties hebben in de eerste helft van 2023 geïnventariseerd wat de voorgestelde veranderingen in wetgeving betekenen voor hun werkwijze en bedrijfsvoering. Daarnaast wordt in ketenverband uitgebreid geïnventariseerd wat de structurele consequenties zijn van het nieuwe wetboek, waarbij de resultaten jaarlijks worden herijkt. Het resultaat daarvan wordt beschreven in de memorie van toelichting van de invoeringswet.
Ook de wetenschap is nauw betrokken en alle voorstellen zijn besproken met de Commissie Modernisering van Strafvordering, waarin prominente strafrechtjuristen zitting hadden. Professor mr. G. Knigge was adviseur van het wetgevingsteam. Sinds juli 2023 is hij Regeringscommissaris nieuw Wetboek van Strafvordering.
De Commissie Implementatie Nieuw Wetboek van Strafvordering (ook bekend onder de naam Commissie Letschert) heeft samen met de organisaties in de strafrechtketen onderzocht hoe het wetboek het best kan worden ingevoerd. Het advies van deze commissie is in februari 2021 aan de Tweede Kamer gestuurd.
Wetgevingssporen
Het vernieuwen van zo’n grote wet is een omvangrijk en ingewikkeld programma. Om het overzichtelijk te maken is voor ieder onderdeel van het wetgevingsprogramma een zogenaamd ‘sporenoverzicht’ opgesteld. In totaal zijn er 4 sporen.

Innovatiespoor
Het innovatiespoor bestaat uit de Innovatiewet Strafvordering. Deze wet heeft als doel om al ervaring op te doen met een aantal nieuwe onderwerpen uit het nieuwe Wetboek van Strafvordering. De Innovatiewet is op 1 oktober 2022 in werking getreden.
Door indiening van de zogeheten Verlengingswet Innovatiewet in juli 2025 bij de Tweede Kamer is de werkingsduur van de Innovatiewet Strafvordering verlengd tot aan het moment van inwerkingtreding van het nieuwe wetboek. Deze Verlengingswet is op 24 februari 2026 aangenomen door de Eerste Kamer en op 6 maart gepubliceerd in het Staatsblad (Stb. 2026, 49).
De Innovatiewet maakt het mogelijk om vooruitlopend op de invoering van het nieuwe wetboek met enkele nieuwe onderdelen alvast te werken in de praktijk op basis van het huidige wetboek:
- Gegevens na inbeslagname: nieuwe bevoegdheden voor digitale opsporing. Betrokken ketenpartners: politie, KMar, BOD’en, NFI, OM en de Rechtspraak.
- Uitbreiden bevoegdheden hulpofficier van justitie met enkele minder ingrijpende opsporingsbevoegdheden.
Betrokken ketenpartners: politie, BOD’en, OM en de Rechtspraak. - Mediation: uitbreiding van mediation-mogelijkheden in het strafproces.
Betrokken ketenpartners: politie, OM en de Rechtspraak. - Prejudiciële procedure in het strafrecht
Betrokken ketenpartners: de Rechtspraak en de Hoge Raad. - Audio Visuele Registratie (AVR): mogelijkheden voor het werken met een verkort proces-verbaal in combinatie met audio of audiovisuele opnamen van een misdrijf (overval) en van een verhoor of van een terechtzitting in plaats van een volledig uitgewerkt proces-verbaal.
Betrokken ketenpartners: politie, OM en de Rechtspraak.
Alle pilots zijn uitgevoerd en geëvalueerd. Met de opgedane ervaringen is een Verlengingswet Innovatiewet Strafvordering ingediend waarmee de beschikbaarheid van de bevoegdheden wordt verlengd tot inwerkingtreding van het nieuwe wetboek. Enkele bevoegdheden zijn aangepast. De Verlengingswet is op 24 februari aangenomen door de Eerste Kamer en zal kort daarna in werking treden (Stb. 2026, 49). Daarmee kan de keten tot aan het moment van inwerkingtreding van het nieuwe wetboek met de bovengenoemde onderwerpen blijven werken.

Vaststellingsspoor
Het vaststellingsspoor bevat de kern van het wetgevingsproject; het nieuwe wetboek. Dit spoor bevat 2 vaststellingswetten:
- 1e vaststellingswet: de Boeken 1 tot en met 6 van het nieuwe wetboek. In deze boeken worden inleidende bepalingen en definities met betrekking tot strafvordering opgenomen. Ook geeft het wetboek regels over het opsporingsonderzoek, beslissingen over vervolging, berechting en het instellen van rechtsmiddelen (hoger beroep, verzet etc.). Tot slot bevat Boek 6 de bijzondere regelingen.
- 2e vaststellingswet: omzetting huidige Boeken 5 en 6 naar de Boeken 7 en 8 in het nieuwe wetboek. Deze boeken gaan over de tenuitvoerlegging en internationale samenwerking in strafzaken.
Beide vaststellingswetten zijn door de Tweede (april 2025) en Eerste Kamer (februari 2026) aangenomen. Op 13 maart 2026 zijn de vaststellingswetten gepubliceerd in het Staatsblad (Stb. 2026, 56 en 57). De verwachting is dat deze in april 2029 in werking zullen treden.


Aanvullingsspoor
In het aanvullingsspoor worden aanvullingswetsvoorstellen geformuleerd en vastgesteld. Door middel van aanvullingswetten worden er wijzigingen en aanvullingen opgenomen in de vaststellingswetten (die dus inmiddels zijn aangenomen door de Eerste Kamer). Zo worden er fouten hersteld in de vaststellingswetten, worden nieuwe wetten die in de tussentijd zijn aangenomen doorgevoerd en worden nieuwe ontwikkelingen opgenomen in het nieuwe wetboek. Op deze manier is het parlementaire proces van de vaststellingswetten niet vertraagd maar zal er in 2029 toch een volledig en up to date nieuw Wetboek van Strafvordering zijn. De eerste aanvullingswet is 24 maart 2026 ingediend bij de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2025/26, 36913, nr. 2). Een tweede aanvullingswet wordt in Q2 van 2026 in formele consultatie gegeven.
Invoeringsspoor
Ook de invoeringswetgeving bestaat uit verschillende onderdelen. Een belangrijk onderdeel wordt gevormd door het overgangsrecht. Daarin wordt vastgelegd welke regels gelden voor strafzaken die voor de invoering van de nieuwe wet zijn gestart. Denk daarbij bijvoorbeeld aan welke onderdelen uit de oude wet in deze zaken nog van kracht blijven en voor welke periode. Omdat het nieuwe wetboek in één keer wordt ingevoerd, wordt de duur van het overgangsrecht zo kort mogelijk gehouden.
In de afgelopen jaren is het overgangsrecht van de Boeken 1 tot en met 8 in concept voorgelegd aan de ketenorganisaties en wordt in samenspraak met hen gewerkt aan deze wetgeving.
Omdat het nieuwe wetboek een hele andere nummering kent dan het huidige wetboek, moeten de verwijzingen naar het Wetboek van Strafvordering in andere wetten worden aangepast. Dit traject – genaamd aanpassingswetgeving - vormt het tweede onderdeel van de invoeringswetgeving. Het gaat hierbij om wetsartikelen in het Wetboek van Strafrecht en andere aan het strafrecht verwante wetten. Naar verwachting wordt de invoeringswet, met daarin het overgangsrecht en de aanpassingswetgeving op basis van de vaststellingswetten, in het eerste deel van 2026 in formele consultatie gegeven bij de ketenorganisaties. Daarna wordt gewerkt aan het overgangsrecht en de aanpassingswetgeving die voortvloeit uit de aanvullingswetten.
In een aparte invoeringsrijkswet worden de diverse wijzigingen in de rijkswetten (wetten die gelden voor het hele koninkrijk) doorgevoerd.
Invoering
Organisaties in de strafrechtketen moeten hun werkprocessen en bedrijfsvoering aanpassen voordat het nieuwe wetboek in werking treedt. Ook moeten medewerkers worden opgeleid. De voorbereidingen hiervoor vinden binnen deze organisaties en waar dat nodig is gezamenlijk plaats. Een zorgvuldige invoering duurt daarom een aantal jaar. Daarom is de streefdatum voor de inwerkingtreding van het nieuwe wetboek in 2024 in overleg met de organisaties op 1 april 2029 vastgesteld. De organisaties worden bij de invoering ondersteund door een coördinerend.