Wat betekent de RVU-drempelvrijstelling voor werkgevers en werknemers?
Sommige oudere werknemers met zwaar werk kunnen niet gezond werken tot de AOW-leeftijd. Werkgevers en werknemers kunnen dan afspraken maken over eerder stoppen met werken. Met de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) ontvangt de werknemer voor de AOW-leeftijd een uitkering van de werkgever om eerder te kunnen stoppen met werken. De werkgever hoeft over deze uitkering geen extra belasting (RVU-heffing) te betalen. Daarvoor gelden wel enkele voorwaarden, zoals een drempelbedrag.
Afspraken over eerder stoppen worden vaak vastgelegd in een cao. Maar werkgevers en werknemers kunnen ook een individuele RVU-regeling afspreken.
Over de RVU hebben de overheid, werkgevers en vakbonden afspraken gemaakt. Bijvoorbeeld dat de RVU gericht wordt ingezet voor werknemers die door zwaar werk niet gezond kunnen werken tot de AOW-leeftijd. En dat sectoren en bedrijven met een RVU-regeling zich ook inzetten om hun medewerkers gezond te kunnen laten doorwerken.
Hoogte van het RVU-bedrag
Met een RVU-regeling kunnen werknemers maximaal 3 jaar voorafgaand aan de AOW-leeftijd stoppen met werken, zonder dat de werkgever extra belasting betaalt. Iemand kan dus ook korter dan 3 jaar eerder stoppen. De vrijstelling van RVU-heffing geldt tot een bedrag van € 2.357 bruto per maand (bedrag 2026). Dit bedrag is netto even hoog als een netto AOW-uitkering. Het is voor de werknemer dan net of de AOW eerder ingaat. Dit bedrag wordt ieder jaar bijgesteld. En blijft zo in lijn met de AOW.
Voor werknemers met een laag inkomen of weinig aanvullend pensioen kan de werkgever vanaf 1 januari 2026 maximaal € 300 bruto per maand extra meegeven. Hier betalen werkgevers ook geen extra belasting over. Dit bedrag komt bovenop de basis-RVU-uitkering.
Wel RVU-heffing bij eerder dan 3 jaar voor AOW stoppen met werken
Als de werknemer eerder dan 3 jaar voor AOW stopt met werken, of de uitkering hoger is dan het drempelbedrag, dan betaalt de werkgever over dit deel wél RVU-heffing. De RVU-heffing is 57,7% in 2026 en wordt stapsgewijs verhoogd naar 65% in 2028.
Meer informatie en praktische handvatten voor werkgevers- en werknemersvertegenwoordigingen staan in de Handreiking uitvoering RVU.