Kabinetsplannen: aanpak schulden

Het kabinet wil meer mensen uit de schulden helpen. Het gaat vooral om mensen die in een uitzichtloze situatie zitten. Daarom presenteerde het kabinet in mei 2018 het actieplan Brede Schuldenaanpak. Dit actieplan is opgesteld in samenwerking met gemeenten en diverse partijen, zoals Bureau Kredietregistratie (BKR) en Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). 

Maatregelen kabinet om schulden aan te pakken

In het actieplan staan in totaal 40 maatregelen die het kabinet wil nemen in de periode 2018-2021. Enkele maatregelen die het kabinet in 2019/2020 heeft genomen zijn de volgende:

Het totaaloverzicht van maatregelen, inclusief de planning, vind je in het actieplan ‘Brede schuldenaanpak’. Bekijk de meest recente voortgangsrapportage.  

Tussenmaatregelen en de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet

In 2017 is het wetsvoorstel 'Vereenvoudiging beslagvrije voet' aangenomen. De doelstelling van deze wet is het vereenvoudigen van de regels voor de beslagvrije voet. Dit is het deel van het inkomen waar de deurwaarder geen beslag op mag leggen. Het kost partijen meer tijd dan oorspronkelijk gedacht om deze wet te implementeren.

Daarom kondigde staatssecretaris Van Ark, mede namens de staatssecretaris van Financiën, in februari 2019 de invoering van enkele tussenmaatregelen aan. Deze maatregelen moeten voorkomen dat schuldenaars te weinig inkomen hebben om van te leven. De maatregelen overbruggen de periode totdat de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet per 1 januari 2021 in werking treedt.

In mei 2020 informeerde staatssecretaris Van Ark de Tweede Kamer over de voortgang van deze tussenmaatregelen.  

Herziening van het beslag- en executierecht

Het wetsvoorstel Herziening van het beslag- en executierecht komt tegemoet aan het bestaansminimum van schuldenaren. Ook maakt het wetsvoorstel beslaglegging en executie eenvoudiger. Het wetsvoorstel is aangenomen door de Eerste Kamer en de wet zal, op enkele onderdelen na, op 1 oktober 2020 in werking treden. De wet zal volledig in werking zijn getreden per 1 april 2021.

De Wet herziening van het beslag en executierecht heeft 3 uitgangspunten:

  • Bestaansminimum schuldenaar moet worden geborgd
    Dit gebeurt onder andere door te regelen dat bij beslag op een bankrekening de schuldenaar over een bepaald bedrag blijft beschikken om in zijn eerste levensbehoeften te voorzien. Daarnaast wordt de lijst van zaken die een deurwaarder niet in beslag mag nemen uitgebreid. Zaken die de schuldenaar nodig heeft voor de dagelijkse levensbehoeften komen op de lijst te staan. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld gezelschapsdieren.
  • Beslag en executie moeten zo effectief en efficiënt mogelijk plaatsvinden 
    De afhandeling van het beslag kan op de volgende manieren sneller en goedkoper:
     
    • de deurwaarder mag roerende zaken online verkopen;
    • de deurwaarder mag een executieverkoop online aankondigen;
    • de deurwaarder mag vanachter zijn bureau auto’s in beslag nemen via het kentekenregister.
       
  • Bij te hoge kosten geen beslag of executie
    Er mag geen beslag en executie plaatsvinden als te verwachten is dat de kosten hiervan hoger zijn dan de opbrengsten.

Vroegsignalering door gemeenten

Vroegsignalering van problematische schulden is onderdeel van de brede schuldenaanpak. Een wijziging in de Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening (Wgs) geeft gemeenten expliciet de mogelijkheid om gegevens van burgers met betalingsachterstanden in een vroeg stadium uit te wisselen met woningcorporaties, energie- en drinkwaterbedrijven en zorgverzekeraars. Hierdoor krijgen gemeenten mensen met schulden tijdig in beeld en kunnen zij schuldhulpverlening aanbieden. De wetswijziging gaat op 1 januari 2021 in.