Gemeenten hebben met de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (Spreidingswet) een wettelijke taak in de opvang van asielzoekers. Het doel van de wet is te komen tot voldoende opvangplekken en een evenwichtiger verdeling van asielzoekers over provincies en gemeenten.
Het lukt niet om genoeg opvangplaatsen te realiseren voor asielzoekers die daar recht op hebben. Gemeenten krijgen daarom een wettelijke taak bij de opvang van asielzoekers. Daarnaast wil het kabinet met deze wet zorgen voor een meer evenwichtige verdeling van asielzoekers over Nederland. De wet is vanaf 1 februari 2024 in werking getreden.
De minister raamt hoeveel opvangplekken er de komende 2 jaar nodig zijn. Dan wordt er een indicatieve verdeling gemaakt over de gemeenten op basis van inwoneraantal en SES-WOA score (sociaaleconomische score van een gemeente). De scores van alle gemeenten in de provincie worden opgeteld. Dat heet de provinciale opgave. Elke provincie weet dan hoeveel opvangplekken ze moeten leveren.
Gemeenten bespreken aan de provinciale regietafels (PRT’s) hoe zij gezamenlijk die opgave gaan aanpakken. Zij beslissen hier bijvoorbeeld samen welke gemeenten asielzoekers gaan opvangen en hoeveel opvangplekken er komen.
De PRT’s worden voorgezeten door de commissarissen van de Koning. De voorzitter van de PRT brengt hier verslag van uit aan de minister van Asiel en Migratie. Wanneer gemeenten tot een sluitende verdeling komen, legt de minister dit vast in een verdeelbesluit.
Lukt het gemeenten niet om samen de hele provinciale opgave te verdelen? Dan kan de minister zelf gemeenten aanwijzen die het vastgestelde aantal opvangplekken moeten realiseren.
De verdeelbesluiten worden in december 2026 bekend gemaakt. De opvangplekken in het verdeelbesluit moeten vanaf 1 juli 2027 beschikbaar zijn.
Na 2 jaar raamt het kabinet weer hoeveel opvangplekken er nodig zijn en gaan gemeenten opnieuw met elkaar in gesprek.
Het overzicht met de raming, de provinciale opgave en de indicatieve verdeling per gemeente (pdf) is op 27 februari 2026 in de Staatscourant gepubliceerd. De provinciale opgave en de indicatieve verdeling worden onder andere vastgesteld op basis van gegevens over welvaart, opleiding en arbeidsmarktdeelname van de gemeente.
Voor de wet is belangrijk hoelang de opvang beschikbaar is en of het COA mensen ook echt kan plaatsen op deze plekken. De plek moet uiterlijk 6 maanden na het verdeelbesluit beschikbaar zijn: uiterlijk vanaf 1 juli 2027. En beschikbaar blijven tot in ieder geval 31 december 2028. Daarna start er weer een nieuwe cyclus van inschatten en verdelen. Het is daarom belangrijk dat gemeenten opvangplekken mogelijk maken die langere tijd (duurzaam) beschikbaar zijn. Er zijn specifieke voorwaarden om in aanmerking te komen voor een van de uitkeringen.
De verdeelbesluiten worden in december 2026 genomen. In het verdeelbesluit staat per gemeente hoeveel opvangplekken die uiterlijk per 1 juli 2027 moeten hebben. De minister van Asiel en Migratie gebruikt hiervoor de provinciale verslagen. Heeft een provincie een complete verdeling gemaakt? Dan geldt die verdeling. Is het gemeenten niet gelukt om gezamenlijk de hele provinciale opgave in te vullen? Dan geldt eerst de verdeling in het verslag. De overige plekken worden verdeeld over gemeenten in de provincie.
Verder wordt er gekeken naar:
- Een evenwichtige verdeling over provincies en gemeenten in Nederland, waarbij zij zoveel mogelijk rekening houdt met de SES-WOA-score op gemeenteniveau;
- De duur en grootte van asielopvang die gemeenten eerder aanboden;
- De aanwezigheid van bijzondere opvangplekken binnen de gemeenten. Bijvoorbeeld voor minderjarige asielzoekers;
- De haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het verdeelbesluit.
Het kabinet-Jetten wil de Spreidingswet voorlopig in stand houden. De wet verdeelt asielzoekers rechtvaardig over de gemeenten. En gemeenten en uitvoeringsorganisaties willen de wet houden. Wanneer het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) genoeg opvangplekken heeft, hoeft de wet niet gebruikt te worden. Dat schrijft het kabinet in het Coalitieakkoord.
Het kabinet wil gemeenten met verschillende uitkeringen stimuleren om opvangplekken aan te bieden. Gemeenten kunnen deze uitkeringen vrij besteden. Dus ook aan een ander doel dan de opvang van asielzoekers. Gemeenten kunnen een vrij besteedbare uitkering krijgen voor:
- de duurzame opvangplekken die zij beschikbaar stellen bovenop hun opgave;
- bijzondere opvangplekken (bijvoorbeeld voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen (amv);
- elke opvangplek die zij beschikbaar stellen boven de drempelwaarde van 75% van de provinciale opvangopgave.
De minister van Asiel en Migratie controleert of gemeenten hun taak uitvoeren. Aan de provinciale regietafels (PRT’s) wordt de voortgang van provinciale asielopvang in de gaten gehouden. De commissarissen van de Koning delen daarover de laatste stand van zaken aan de landelijke regietafel (LRT).