De kwaliteit van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) moet beter. Maatregelen zijn nodig om voldoende vakmensen op te leiden, bijvoorbeeld voor de woningbouw en de zorg. Nu zijn er te weinig goede stages voor studenten en te veel voortijdig schoolverlaters (vsv) . Met de Werkagenda mbo investeert de overheid tussen 2023 en 2027 totaal meer dan vier miljard euro in het mbo. Dat is jaarlijks €367 miljoen bovenop het bestaande budget.

Overheid werkt samen met partners aan 3 prioriteiten

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) ondertekende met partners de  Werkagenda mbo 2023-2027. Met daarin afspraken om de positie van het mbo, mbo-studenten ende kwaliteit van mbo-opleidingen verder te verbeteren.

Partners die de Werkagenda mbo 2023-2027 hebben ondertekend zijn:

  • de MBO Raad;
  • de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding (NRTO);
  • de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG);
  • Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB);
  • Werkorganisatie VNO-NCW/MKB Nederland;
  • de Beroepsvereniging opleiders MBO BVMBO;
  • de landelijke jongerenorganisatie van mbo studenten JOBmbo.

De Werkagenda mbo 2023-2027 stelt als prioriteiten:

  • het bevorderen van kansengelijkheid voor mbo-studenten;
  • de aansluiting tussen de opleiding en de arbeidsmarkt verbeteren;.
  • het verbeteren van de kwaliteit, onderzoek en innovatie van het mbo-onderwijs.

Iedere mbo-instelling stelt kwaliteitsagenda op

Iedere mbo-instelling schrijft zelf een kwaliteitsagenda. Daarbij bekijken ze de eigen situatie. Op basis hiervan bepalen ze hoe zij de komende jaren aan de slag gaan met het verbeteren van de kwaliteit. Ook staat in hun kwaliteitsagenda hoeveel geld zij aan welke doelen uit de Werkagenda mbo besteden. En via welke acties zij die doelen willen behalen.

Bij het maken van het plan en uitvoeren van de acties werken instellingen samen met studenten, docenten, bedrijven, gemeenten en andere scholen. Op die manier vertaalt elke instelling de Werkagenda mbo naar de praktijk. 

Iedere mbo-instelling schrijft zelf een kwaliteitsagenda. Daarbij bekijken ze de eigen situatie. Op basis hiervan bepalen ze hoe zij de komende jaren aan de slag gaan met het verbeteren van de kwaliteit. Ook staat in hun kwaliteitsagenda hoeveel geld zij aan welke doelen uit de Werkagenda mbo besteden. En via welke acties zij die doelen willen behalen.

Bij het maken van het plan en uitvoeren van de acties werken instellingen samen met studenten, docenten, bedrijven, gemeenten en andere scholen. Op die manier vertaalt elke instelling de Werkagenda mbo naar de praktijk. 

Regeling Kwaliteitsafspraken mbo 2024-2027

Mbo-instellingen krijgen het geld bovenop de reguliere bekostiging (de lumpsum). In totaal is voor de Regeling kwaliteitsafspraken ruim 2 miljard euro beschikbaar voor 2024 tot en met 2027. Dit is de helft van al het geld dat voor de Werkagenda mbo beschikbaar is.

Over de besteding van dat geld zijn regels vastgelegd in de Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2024-2027. In deze regeling staat aan welke eisen de kwaliteitsagenda van een mbo-instelling moet voldoen en hoeveel geld er beschikbaar komt.

Mbo-instellingen moeten het ontvangen geld besteden aan de prioriteiten en doelstellingen die in de Werkagenda mbo staan. Op basis van indicatoren per doelstelling uit de Werkagenda mbo hebben instellingen hun eigen ambities geformuleerd.

Alle instellingen hebben een goedgekeurde kwaliteitsagenda. Zij ontvangen van 2024 tot en met 2027 geld voor de uitvoering van de kwaliteitsagenda.

Rapportage ontwikkelingen in mbo

In het monitoringsplan ‘Zicht op wat Werkt’ staat hoe de partners de ontwikkelingen van de Werkagenda mbo de komende periode volgen. Dat plan heeft de minister van OCW samen met de ondertekenaars van de Werkagenda mbo opgesteld. Om die ontwikkelingen te volgen hebben de minister en de ondertekenaars per doelstelling indicatoren geselecteerd.

Dit zijn cijfers die laten zien hoe het gaat met een doelstelling. Denk bijvoorbeeld aan het aantal voortijdig schoolverlaters of het percentage studenten dat zich veilig voelen op school. In een jaarlijkse voortgangsrapportage worden de resultaten van de werkagenda gevolgd.