De overheid investeert extra in mbo-studenten. Zo is het mbo voorbereid op de uitdagingen van de toekomst. In de Werkagenda mbo voeren vertegenwoordigers van verschillende partijen afspraken uit om de kwaliteit van het mbo verder te verbeteren. Daarin staan 3 doelen centraal: gelijke kansen, onderwijs dat aansluit op de arbeidsmarkt en onderwijs dat goed voorbereid is op de toekomst.
Meer opgeleide vakmensen nodig
Er is een grote behoefte aan opgeleide vakmensen. Ook spelen mbo-opgeleiden een belangrijke rol bij het oplossen van uitdagingen in de samenleving. Zij bezitten de vakkennis die nodig is om deze uitdagingen op te lossen. Bijvoorbeeld voor de overgang naar duurzame energie, het versnellen van de woningbouw en het verbeteren van het onderwijs en de zorg.
Meer geld naar kwaliteit en innovatie in het mbo
Met de Werkagenda mbo investeert de overheid tussen 2023 en 2027 € 367 miljoen per jaar extra in het mbo, bovenop het normale budget. Met dit geld wordt extra geïnvesteerd in de kwaliteit van het mbo. Zo geeft de overheid een vervolg aan eerdere kwaliteitsafspraken met mbo-scholen om het mbo te versterken.
Met de Werkagenda mbo willen de ondertekenaars, onder andere, bereiken dat:
- alle studenten in het mbo gelijke kansen krijgen om hun vaardigheden te ontwikkelen;
- mbo-opleidingen goed aansluiten op de arbeidsmarkt van de toekomst;
- elke mbo-student een goede basis heeft in Nederlands, rekenen en burgerschap;
- het mbo een aantrekkelijke werkgever is en blijft voor docenten;
- het mbo een volwaardige partner wordt op het gebied van onderzoek en innovatie in onderzoeks- en kennisnetwerken.
De Werkagenda mbo loopt van februari 2023 tot eind december 2027. Naast de Werkagenda is er ook het Stagepact. Hierin staan afspraken voor het verbeteren van de stages voor mbo-studenten. Bijvoorbeeld betere stagebegeleiding, zorgen voor genoeg stageplaatsen voor mbo-studenten en om stagediscriminatie te stoppen.
Doelen en maatregelen Werkagenda mbo
Alle afspraken en maatregelen zijn uitgewerkt in de Werkagenda mbo. Hieronder staan de belangrijkste onderwerpen en doelen. Per doelstelling is 1 maatregel beschreven. In de Werkagenda staan meer maatregelen.
Kansengelijkheid verbeteren
Alle studenten in het mbo moeten dezelfde kansen krijgen om hun vaardigheden te ontwikkelen. Ze moeten mee kunnen doen aan de maatschappij en op de arbeidsmarkt. Ook als ze extra ondersteuning nodig hebben door bijvoorbeeld een beperking of een moeilijke thuissituatie.
In de Werkagenda mbo staan de onderstaande doelen en maatregelen om kansengelijkheid te verbeteren:
- Mbo-scholen worden aangemoedigd om een studentenkaart te geven aan hun studenten. Hiermee kunnen mbo-studenten gebruikmaken van acties voor studenten en kortingen op bijvoorbeeld horeca en sportscholen.
- Wetenschappelijke inzichten over het verbeteren van studentenwelzijn doorontwikkelen en vertalen naar praktische handvatten voor scholen, GGD’en en gemeenten.
- Mbo-scholen verbeteren de begeleiding voor studenten, ook bij hun stap naar werk. Scholen bieden nazorg bij de stap naar werk aan studenten die dit nodig hebben. Ook helpen gemeenten kwetsbare schoolverlaters bij de overstap naar werk. Deze ondersteuning wordt wettelijk vastgelegd in de Wet Van school naar duurzaam werk.
- De programma’s van vo-, mbo- en hbo-scholen worden beter op elkaar aangesloten. Hierdoor ervaren studenten zo min mogelijk drempels als ze doorstromen naar een andere opleiding.
- In het LLO Collectief werken gemeenten, werkgevers en mbo-scholen samen om geletterdheid te verbeteren. Dit doen zij door scholingsprogramma’s voor laaggeletterden te organiseren, die taal-, reken-, digitale- en beroepsvaardigheden moeten verbeteren.
Bekijk alle maatregelen voor het verbeteren van kansengelijkheid in de Werkagenda mbo: Samen werken aan talent.
Onderwijs dat aansluit op de arbeidsmarkt
Een mbo-opleiding moet studenten goed voorbereiden op de praktijk. Ook is het belangrijk dat er voldoende vakmensen worden opgeleid om aan de vraag in de samenleving te kunnen voldoen. Daarnaast speelt het mbo een rol bij de bij- en omscholing van vakmensen voor verschillende sectoren, zoals de bouw, de zorg en het onderwijs.
In de Werkagenda mbo staan de onderstaande doelen en maatregelen om ervoor te zorgen dat het onderwijs goed aansluit op de arbeidsmarkt:
- De overheid investeert in betere loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) in het mbo. Scholen kunnen het geld onder meer inzetten voor (het opleiden van) extra LOB-personeel, om bedrijfsbezoeken te organiseren en voor stagebegeleiding.
- In het Stagepact hebben de partners van de Werkagenda mbo, samen met een aantal andere organisaties, afspraken gemaakt over goede stages en leerbanen.
- Een doel van de Werkagenda mbo is dat 35% van de mbo-studenten een Beroepsbegeleide Leerweg (BBL) volgt. BBL is een combinatie van werken en leren. Scholen vergroten hun aanbod in BBL-opleidingen. Ook worden bedrijven geïnformeerd over de BBL-opleidingen, zodat er meer leerwerkplekken komen.
Bekijk alle maatregelen voor onderwijs dat aansluit op de arbeidsmarkt in de Werkagenda mbo: Samen werken aan talent.
Onderwijs voor de toekomst
Om mbo-studenten goed voor te bereiden op de toekomst, is een sterke basis in Nederlands, rekenen en burgerschap belangrijk. Maar goed onderwijs vraagt ook om genoeg goede docenten. Daarom is het belangrijk dat het mbo een aantrekkelijke plek blijft om te werken. Daarnaast moet het mbo zich blijven ontwikkelen. Meer aandacht voor onderzoek en innovatie helpt daarbij.
In de Werkagenda mbo staan de onderstaande doelen en maatregelen om ervoor te zorgen dat het mbo goed voorbereid is op de toekomst:
- Lessen over basisvaardigheden sluiten beter aan op de inhoud van de opleiding. Ook worden de eisen aan docenten die deze vakken geven, aangescherpt.
- De eisen voor onderwijs over burgerschap in het mbo worden aangepast. De minister past dit aan in het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB (Ekb WEB). Ook komt er meer duidelijkheid bij studenten over hoe zij aan de kwalificatie-eisen voor burgerschap kunnen voldoen.
- Onderwijspersoneel in het mbo moet genoeg mogelijkheden krijgen om zich te ontwikkelen. Mbo-scholen maakten daarom, in overleg met de ondernemingsraden (OR), plannen op het gebied van:
- inschaling van onderwijspersoneel;
- professionalisering;
- werkdruk; en
- begeleiding van startend onderwijspersoneel.
De overheid stelt hiervoor € 142 miljoen per jaar van de Werkagenda beschikbaar.
- De overheid investeert ongeveer € 3 miljoen per jaar in het ondersteunen van practoraten en docent-onderzoekers in het mbo. Ook maken mbo-scholen in hun Kwaliteitsagenda’s plannen om voor € 25 miljoen per jaar nieuwe practoraten op te zetten, of bestaande practoraten uit te breiden.
Bekijk alle maatregelen voor onderwijs voor de toekomst in de Werkagenda mbo: Samen werken aan talent.
Doelen uit de Werkagenda jaarlijks gevolgd
In de Werkagenda spraken ondertekenaars af dat jaarlijks wordt gekeken of de doelen behaald zijn. Hiervoor zijn afspraken gemaakt in het monitoringsplan ‘Zicht op wat werkt’. Elk jaar stuurt OCW een voortgangsrapportage naar de Tweede Kamer.
- de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB MBO);
- de Beroepsvereniging Opleiders MBO (BVMBO);
- de MBO Raad;
- de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding (NRTO);
- de VNO-NCW;
- het MKB-Nederland;
- de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG);
- de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB);
- en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).