In gesprek gaan over de situatie in Israël/ Palestijnse Gebieden is in het onderwijs niet eenvoudig. Docenten hebben behoefte aan tips en lesmateriaal. En ouders vragen zich af waarom en hoe scholen dit gesprek voeren. Deze pagina geeft antwoord op een aantal vragen. Het overzicht is nog niet volledig. De informatie wordt de komende tijd aangevuld.
Primair onderwijs (po) en voortgezet onderwijs (vo)
Scholen gaan in gesprek met jongeren omdat het onderwerp leeft onder deze groep. Zij krijgen veel mee over de oorlog. Bijvoorbeeld via sociale media, internet, televisie of bij familie. Of ze praten er met elkaar over. Ze horen de discussies en krijgen de onrust in de samenleving mee. School is juist de plek waar ze in een veilige omgeving over dit onderwerp kunnen praten.
Scholen kunnen terecht bij het Expertisepunt Burgerschap voor tips en ondersteuning bij gesprekken over de situatie in Israël/ Palestijnse Gebieden.
Er is veel lesmateriaal beschikbaar over het conflict en de context waarbinnen dat gebeurt. Deze informatie kan helpen om de gesprekken te voeren:
- Expertisepunt Burgerschap heeft een overzicht van lesmateriaal voor het primair onderwijs. En lesmateriaal voor het voortgezet onderwijs.
- De website Ter-Info.nl van de Universiteit Utrecht (UU) heeft een actuele lesbrief over het conflict.
- Stichting Mediawijsheid geeft op de website netwerkmediawijsheid.nl tips om kinderen en jongeren mediawijs te maken. Zodat zij leren om alle informatie die zij zien op bijvoorbeeld sociale media kritisch te beoordelen.
Scholen zetten zich in voor een open en veilige werk- en leeromgeving. Als er incidenten zijn die zeer bedreigend zijn, dan kan de school contact opnemen met de lokale veiligheidsketen van burgemeester, Openbaar Ministerie en politie. Ook kunnen scholen contact opnemen met de contactinspecteur van de Onderwijsinspectie of met de Vertrouwensinspecteur. Daarnaast kunnen scholen voor advies over veiligheid op school terecht bij:
Een school kan beslissen om de instelling te sluiten. Maar het is wel belangrijk dat kinderen zoveel mogelijk fysiek onderwijs volgen. Wanneer een school wil sluiten moeten zij dan eerst overleggen met de politie, het Openbaar Ministerie en de gemeente. Er moeten dan redenen zijn waarom de veiligheid op school niet meer te garanderen is. Een gevoel van onveiligheid alleen is niet genoeg om de school te sluiten. Dat betekent niet dat er dan niks aan de hand is. Scholen kunnen dan in gesprek gaan met leerlingen, personeel en ouders. Voor advies kunnen scholen contact opnemen met de contactinspecteur van de Onderwijsinspectie of met de Vertrouwensinspecteur.
Middelbaar beroepsonderwijs (mbo)
Scholen gaan in gesprek met jongeren omdat het onderwerp leeft onder deze groep en in de Nederlandse samenleving. Zij krijgen veel mee over de oorlog. Bijvoorbeeld via sociale media, internet, televisie of bij familie. Of ze praten er met elkaar over. Ze horen de discussies en krijgen de onrust in de samenleving mee. School is juist de plek waar ze in een veilige omgeving over dit onderwerp kunnen praten.
Scholen kunnen terecht bij het Expertisepunt Burgerschap voor tips om lastige gesprekken te voeren in het mbo. En met deze gesprekken de verbinding onder studenten te vergroten.
Voor docenten is het niet altijd gemakkelijk om met leerlingen in gesprek te gaan over lastige onderwerpen. Er zijn verschillende websites met lesmateriaal die kunnen ondersteunen:
- Stichting School en Veiligheid heeft lesmateriaal bij gesprekken over de situatie in Israël/ Palestijnse Gebieden.
- Stichting School en Veiligheid heeft bredere informatie over spanning en discussie in de klas voor het mbo.
- Expertisepunt Burgerschap heeft een overzicht van leermiddelen. Bijvoorbeeld van Ter-Info.nl van de Universiteit Utrecht. Dit project helpt scholen om terrorisme, politiek geweld en ingrijpende momenten bespreekbaar te maken.
- CJP heeft cultureel aanbod om op school met de oorlog en de gevolgen daarvan om te gaan. Een theatervoorstelling, film of museum kan scholen helpen om het gesprek te openen. En dit gevoelige onderwerp te bespreken in de klas.
Het aanbod van lesmateriaal is steeds in ontwikkeling. De MBO Raad en het Expertisepunt Burgerschap bieden goede ondersteuning aan met scholen en docenten.
Mbo-instellingen zetten zich in voor een open en veilige werk- en leeromgeving. Medewerkers en studenten kunnen incidenten melden bij de reguliere loketten bij de instelling. Bij een onveilige situatie op de instelling kan de beveiliging worden gebeld. Als er incidenten zijn die zeer bedreigend zijn, dan kan de school contact opnemen met de lokale veiligheidsketen van burgemeester, Openbaar Ministerie en politie. Ook kunnen scholen contact opnemen met de contactinspecteur van de Onderwijsinspectie of met de Vertrouwensinspecteur. Daarnaast kunnen scholen voor advies over veiligheid op school terecht bij:
Een mbo-instelling kan beslissen om de instelling te sluiten. De school moet dit eerst overleggen met de politie, het Openbaar Ministerie en de gemeente. Er moeten dan redenen zijn waarom de veiligheid op school niet meer te garanderen is. Een gevoel van onveiligheid alleen is niet genoeg om de school te sluiten. Dat betekent niet dat er dan niks aan de hand is. Scholen kunnen dan in gesprek gaan met leerlingen, personeel en ouders. Voor advies en overleg over wel of niet sluiten, kunnen scholen terecht bij de MBO Raad. Ook kunnen scholen contact opnemen met de contactinspecteur van de Onderwijsinspectie of de Vertrouwensinspecteur.
Hogescholen en universiteiten
Instellingen faciliteren of voeren de gesprekken met studenten en personeel omdat het onderwerp leeft in de Nederlandse samenleving. Studenten krijgen veel mee over de oorlog. Bijvoorbeeld via sociale media, internet, televisie of bij familie. Of ze praten er met elkaar over. Ze horen de discussies en krijgen de onrust in de samenleving mee. De hogeschool of universiteit is juist de plek waar ze in een veilige omgeving over dit onderwerp kunnen praten.
Universiteiten en hogescholen gaan op verschillende manieren in gesprek met studenten (en medewerkers) over de oorlog. In het hoger onderwijs is geen apart vak waar dit gesprek logisch gevoerd kan worden, zoals burgerschap in het mbo. Daarom besteden hogescholen en universiteiten op verschillende manier aandacht aan het conflict:
- Docenten nemen de actualiteiten mee in het onderwijs wanneer dit relevant is voor het vak dat zij doceren.
- Docenten kunnen aandacht geven aan de oorlog wanneer ze merken dat er spanningen of heftige emoties binnen een groep studenten zijn.
- Instellingen hebben, waar nodig, hun docenten extra geïnformeerd over hoe zij de oorlog in het onderwijs bespreekbaar maken, zie bijvoorbeeld de lesbrief van TerInfo.
- Universiteiten en hogescholen besteden buiten het onderwijsprogramma aandacht aan de oorlog door gesprekken of rondetafels te organiseren. Ook versturen ze bijvoorbeeld interne nieuwsbrieven.
- Universiteiten en hogescholen wijzen studenten die ondersteuning nodig hebben actief op de mogelijkheden die er zijn, zoals studentdecanen en studentpsychologen.
Universiteiten en hogescholen zetten zich in voor een open en veilige werk- en leeromgeving. De samenstelling van de studentengemeenschap en het personeel verschilt enorm per stad, instelling en per opleiding. Hierdoor verschilt de dynamiek van het gesprek ook tussen instellingen. Studenten die zich niet veilig voelen kunnen aankloppen bij:
- docenten,
- studentdecanen en studentpsychologen
- vertrouwenspersoon
- of de beveiliging.
Elke instelling heeft daarnaast een alarmnummer voor acute situaties. In iedere situatie zoeken instellingen naar een passende oplossing en ondersteuning. Tegen grensoverschrijdend gedrag zoals discriminatie en haat zaaien wordt opgetreden. Instellingen zorgen voor zichtbare en onzichtbare beveilingsmaatregelen om de campus veilig te houden. Daarnaast overleggen ze met de burgemeester, politie en Openbaar Ministerie over de veiligheidssituatie.
Hogescholen en universiteiten mogen zelf kiezen hoe zij de gesprekken inrichten. En welk lesmateriaal zij hiervoor gebruiken. Er is veel lesmateriaal beschikbaar, bijvoorbeeld via:
- Het Platform Integrale Veiligheid Hoger Onderwijs. Zij bieden aan:
- de online cursus zorgwekkend gedrag,
- deskundigheidsbevordering via trainingsaanbod,
- een procesgang voor de omgang met zorgwekkend gedrag en radicalisering,
- de verwijzingsindex voor docenten bij radicalisering, extremisme en polarisatie,
- het Drieluik Polarisatie
- een handreiking voor de omgang met controversiële sprekers.
- TerInfo van de Universiteit Utrecht. Dit project helpt scholen om terrorisme, politiek geweld en ingrijpende momenten bespreekbaar te maken. Bijvoorbeeld met een overzicht van materiaal over radicalisering, extremisme en polarisatie.
- Via de netwerken van de koepels van hogescholen en universiteiten.
Daarnaast hebben hogescholen en universiteiten vaak ook al eigen lesmateriaal dat ze kunnen gebruiken voor deze gesprekken.
Hogescholen en universiteiten zetten zich in voor een open en veilige werk- en leeromgeving. Medewerkers en studenten kunnen incidenten melden bij de reguliere loketten bij de instelling. Bij een onveilige situatie op de instelling kan de beveiliging worden gebeld. Als er incidenten zijn die zeer bedreigend zijn, dan kan de school contact opnemen met de lokale veiligheidsketen van burgemeester, Openbaar Ministerie en politie. Onderwijsinstellingen kunnen via het Platform Integrale Veiligheid Hoger Onderwijs (IV-HO) concrete voorbeelden, procedures en ervaringen uitwisselen om van elkaar te leren.
Een hogeschool of universiteit kan beslissen om de instelling te sluiten. De verantwoordelijkheid voor veiligheid ligt in het hoger onderwijs bij de bestuurders van de instelling. Bij concrete dreigingen of andere signalen overleggen ze met de politie, het Openbaar Ministerie en de gemeente. Een gevoel van onveiligheid alleen is niet genoeg om de instelling te sluiten. Dat betekent niet dat er dan niks aan de hand is. Scholen kunnen dan in gesprek gaan met studenten en personeel. Onderwijsinstellingen kunnen via het Platform Integrale Veiligheid Hoger Onderwijs (IV-HO) concrete voorbeelden, procedures en ervaringen uitwisselen om van elkaar te leren.