Stemmen doet u alleen, zonder iemand anders. Kunt u door een lichamelijke beperking niet zelf stemmen. Bijvoorbeeld omdat u geen potlood kunt vasthouden. Of omdat u heel slecht ziet. Dan mag iemand u helpen in het stemhokje.
U stemt in uw eentje in het geheim. Kinderen mogen uw stem niet beïnvloeden. Alleen als de medewerkers van het stembureau het goed vinden, mogen kleine kinderen die u niet kunnen beïnvloeden mee het hokje in.
Uw huisdier mag niet mee naar binnen. Sommige locaties kunnen hier een uitzondering op maken. Uw hulphond mag wel mee naar binnen als u die nodig heeft om te kunnen stemmen.
Kiezers moeten rustig hun stem kunnen uitbrengen. Ze mogen niet afgeleid of beïnvloed worden. Daarom mag u niet demonstreren in het stembureau.
Vindt u dat het proces op het stembureau niet goed verloopt? Vertel dat dan aan de voorzitter. Die schrijft uw bezwaar op in het proces-verbaal (verslag).
U hoeft aan niemand te laten weten wat u stemt. Ook niet door het maken van een foto. Niemand mag u daartoe dwingen.
Als u dat zelf wilt, mag u een selfie (‘stemfie’) maken. U moet dan wel het stemgeheim van andere kiezers respecteren. U mag andere kiezers niet fotograferen als zij hun stem uitbrengen. Ook mag u andere kiezers niet in de weg staan.
Iemand met een lichamelijke beperking mag hulp krijgen bij het stemmen. Maar alleen als die niet zelfstandig kan stemmen. Bijvoorbeeld omdat die persoon slecht ziet. Of als iemand beide armen niet kan gebruiken. Vraag altijd eerst aan de leden van het stembureau om toestemming.