Grondrechten zoals de vrijheid van meningsuiting, het discriminatieverbod en de vrijheid van godsdienst vormen de basis van onze democratie. Burgers die vinden dat een wet in strijd is met een grondrecht, moeten dit straks aan de rechter kunnen voorleggen. Het kabinet heeft hiervoor op voorstel van minister Heerma van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en staatssecretaris Van Bruggen van Justitie en Veiligheid een wetsvoorstel naar de Raad van State van het Koninkrijk gestuurd voor advies.

Op dit moment mogen wetten door rechters niet getoetst worden aan de Grondwet. Het kabinet wil dit verbod deels afschaffen. Als mensen vinden dat een wet klassieke grondrechten aantast, mogen zij dat voortaan laten toetsen door de rechter, waardoor de rechten beter beschermd zijn.

Sterkere bescherming van grondrechten

In het voorstel voor de wetswijziging staat een lijst van rechten waaraan de toetsing plaats mag vinden. Dat maakt de democratie sterker en de overheid beter aanspreekbaar. Daarnaast wordt in de Grondwet vastgelegd dat een beperking van een grondrecht in redelijke verhouding moet staan tot het beoogde doel en niet verder mag gaan dan dat doel vereist. Deze norm richt zich tot de wetgever, het bestuur én de rechter.

Met dit voorstel krijgen burgers een concreet rechtsmiddel om de toetsing van wetten aan de grondwet ook daadwerkelijk af te dwingen. Dat versterkt de democratische checks and balances en maakt de overheid aanspreekbaarder op de naleving van haar eigen grondwet.

Minister Heerma: "De Grondwet vormt de basis van onze samenleving en democratische rechtsstaat. Met dit wetsvoorstel geven we iedereen in Nederland de mogelijkheid om bij de rechter wetten te toetsen aan de klassieke grondrechten uit de Grondwet. Zo dragen we bij aan een betere rechtsbescherming voor burgers.’’

Staatssecretaris Van Bruggen: “In een sterke rechtsstaat moeten mensen weten wat hun rechten zijn én deze kunnen afdwingen als dat noodzakelijk is. Daarbij willen we dat mensen zich, naast het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, ook kunnen beroepen op onze eigen Grondwet. Dat doen we door het verbod op constitutionele toetsing van wetten deels af te schaffen, zodat mensen straks bij de bevoegde rechter terecht kunnen als ze menen dat een wet of een wetsbepaling inbreuk maakt op hun grondrechten. Zo creëren we een extra bescherming van deze fundamentele rechten.”

Klassieke grondrechten

Het verbod op rechterlijke toetsing van wetten aan de grondrechten staat in artikel 120 van de Grondwet. Het wetsvoorstel heft dit verbod op voor de klassieke grondrechten uit hoofdstuk 1 van de Grondwet: rechten die burgers beschermen tegen de overheid, zoals het recht op gelijke behandeling, vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, en vrijheid van meningsuiting. Het verbod was bedoeld om de beoordeling of wetten in strijd zijn met de Grondwet bij de wetgever te laten, en niet bij de rechter. Nederland is het enige Europese land met dit verbod. Door de opheffing kunnen burgers naar de rechter stappen als zij vinden dat een wet een discriminerend onderscheid maakt tussen mannen en vrouwen.

Het wetsvoorstel om het toetsingsverbod voor klassieke grondrechten af te schaffen is eerder al in consultatie geweest, onder andere bij rechterlijke instanties als de Raad voor de rechtspraak en de Hoge Raad. Na het advies van de Raad van State kan het wetsvoorstel worden ingediend bij de Tweede Kamer. Een grondwetswijziging moet eerst door beide Kamers met een gewone meerderheid worden goedgekeurd. Na de daaropvolgende verkiezingen van de Tweede Kamer moet het voorstel opnieuw door beide Kamers worden aangenomen, maar dan met een meerderheid van twee derde van de stemmen.