Convenant dierwaardige veehouderij

Het kabinet wil de verdere ontwikkeling realiseren naar een dierwaardige veehouderij. Dat wil zeggen: een veehouderij waarin het welzijn en de gezondheid van dieren het uitgangspunt zijn. In de zienswijze “Dierwaardige veehouderij” beschrijft de Raad voor Dierenaangelegenheden de zes leidende principes voor een veehouderij waarin dieren een positieve staat van welzijn ervaren.

Vergroot afbeelding

Beeld: ©RDA
Zes leidende principes voor een dierwaardige veehouderij

Voorzitter en kerngroep

Om de beoogde ontwikkeling vorm te geven, neemt het Kabinet het initiatief tot een convenant. De eerste fase van dit proces wordt begeleid door Bram van Ojik. Het convenant wordt getrokken door een kerngroep van partijen. Deze kerngroep bestaat uit (in alfabetische volgorde) AVINED, Caring Farmers, CBL, de Dierenbescherming, de Duurzame Zuivelketen, LTO, NAJK, POV, SBK en het ministerie van LNV.

Betrokkenheid andere partijen

Naast de kerngroep wordt een bredere groep aan partijen betrokken op deelthema’s en via consultaties. Dit kan bijvoorbeeld zijn als het gaat om de uitwerking van afspraken voor specifieke diersoorten, of als gesproken wordt over deelthema’s als verdienvermogen. Het is voor geïnteresseerde partijen mogelijk om hieraan deel te nemen, na overleg met de voorzitter van het convenant. Geldt dit voor uw organisatie? Dan kunt u contact opnemen met het secretariaat van de voorzitter.

Planning

De beoogde planning voor het convenantproces is als volgt.

  • Fase 1: september 2022 t/m februari 2023
  • Fase 2: maart t/m juni 2023

Onderwerpen convenant

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft in de Kamerbrief over dierwaardige veehouderij kaders geformuleerd waarbinnen het convenant opgesteld kan worden. Binnen deze kaders bepalen de convenantpartners uit de kerngroep gezamenlijk de inhoudelijke agenda van het convenant. Het convenant zal als basis worden gebruikt voor wet- en regelgeving die deze kabinetsperiode wordt opgesteld om de ontwikkeling naar een dierwaardige veehouderij te verankeren. Deze wet- en regelgeving dient ook om het amendement op artikel 2.1 van de Wet dieren uit te werken dat in 2021 is aangenomen door het parlement. Deze uitwerking is nodig om het amendement naleefbaar en handhaafbaar te maken.

De eerste fase van het convenant staat in het teken van de omslag naar diergericht ontworpen houderijsystemen. ‘Houderijsystemen’ heeft betrekking op stallen, maar ook op de fysieke leefomgeving tijdens transport of in het slachthuis. Een houderijsysteem is diergericht ontworpen als de behoeftes van dieren als uitgangspunt zijn genomen. Wat deze behoeftes zijn, is op hoofdlijnen in beeld gebracht in een quickscan, uitgevoerd door de Universiteit Utrecht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de behoefte van kippen om een stofbad te nemen, of van varkens om te wroeten. Binnen het convenant worden afspraken gemaakt over wat we verstaan onder diergericht ontworpen houderijsystemen, en over het proces en de termijn van de omslag naar het gebruik daarvan. Bij het vormgeven van het proces zal ook aandacht zijn voor de benodigde ondersteuning vanuit de markt en de overheid.

In de tweede fase van het convenant komen thema’s aan bod als het terugdringen van ziektes en aandoeningen, en het houden van dierrassen die geen kenmerken hebben die schadelijk zijn voor hun gezondheid of welzijn. Ook de inzet van onderzoek en innovatie komt in de tweede fase aan bod.