Medewerkers aan het woord

‘Mijn gezin vindt nu wel dat ik het te druk heb’

Hij was net vier weken onze secretaris-generaal en moest toen thuis gaan werken vanwege de coronacrisis. Daar baalde Bas van den Dungen flink van. Hij vertelt over hoe trots hij is op de samenwerking binnen onze organisatie, zijn droom om profvoetballer te worden en zijn zaterdagen langs het hockeyveld.

©Marieke Duijsters

Naam: Bas van den Dungen (Venlo, 1966)

Studeerde: bestuurskunde in Enschede

Werkte bij: Financiën, VWS en diverse zorginstellingen, zoals branchevereniging Landelijke Vereniging voor Thuiszorg (LVT), Koninklijke Kentalis. Bestuurslid van kennisorganisatie Nictiz.

Sinds: 2020 secretaris-generaal van Financiën

Privé: getrouwd met Jacqueline. Samen hebben ze drie kinderen: Lauren (23), Thomas (18) en Florine

‘Ik zat ineens thuis op de bank stoer de sg te zijn, maar niet op de plek waar de mensen waren’

Eindbaas

‘Ik vond het echt bizar om na een paar weken op kantoor ineens thuis te werken. Echt, ik vond er niks aan. Je bent de sg van zo’n organisatie en daar hoort het kantoor bij. Je loopt hier toch binnen met een soort van trots; je bent een beetje de eindbaas van deze club. Als je er dan ineens niet meer kunt zijn, is dat raar. Ik zat ineens thuis op de bank stoer de sg te zijn, maar niet op de plek waar de mensen waren. Er was een enorme crisis, iedereen verrichtte veel werk en normaal gesproken geeft dat een adrenalinegevoel. Maar nu niet, omdat iedereen thuis aan de slag was. Ik snap dat mensen thuiswerken lastig vinden. En dan heb ik nog de luxe dat mijn kinderen oud genoeg zijn om zelf schoolwerk op te pakken. Mijn jongste, Florine, zit in 5-vwo. Dat is toch van een andere orde dan kinderen die op de basisschool zitten, omdat je dan wordt geacht om erbij te zitten en te helpen. Dat is pas heftig.’

Profvoetballer

‘Ik wilde vroeger profvoetballer worden. Dat is niet gelukt, omdat ik niet goed genoeg was. Ik was in die tijd keeper. Mijn grote voorbeeld? Dat was Jan van Beveren van PSV. Ik was helemaal geen fan van PSV en eigenlijk voor Feyenoord, maar ik vond Jan fantastisch. Ik had nog net geen poster van hem boven mijn bed. Daar hing trouwens de Britse popband The Police. Dat vind ik echt mooie muziek, net zoals U2 of The Simple Minds. Maar ik luister net zo lief naar goede schlagermuziek. Ja, ik kom uit Venlo. Daar houden we wel van feestmuziek.’

‘Ik maak wat meer uurtjes, maar ik vind het dankbaar werk’

Dankbaar werk

‘Ik was vier of vijf weken bezig bij Financiën, toen de coronacrisis begon. Daarvoor was ik jarenlang directeur-generaal curatieve zorg bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Al snel hingen mijn oud-collega’s aan de lijn. Of ik niet even mee kon helpen. En die vragen werden steeds heftiger. Logisch, want het werd van een infectieziektecrisis een ziekenhuiscrisis met te weinig IC-bedden en te weinig hulp- en beschermingsmiddelen. Ik ging vroeger onder meer over die ziekenhuizen en hulpmiddelen. Op mijn plek zat mijn plaatsvervanger. Zij zei op een gegeven moment: ‘Ik zou het fijn vinden als iemand mij komt helpen.’ Zij heeft aan de bel getrokken en dat vind ik knap. Ik heb een tijdlang zo goed mogelijk VWS geholpen en tegelijkertijd mijn werk bij Financiën zo goed mogelijk gedaan. Dat was best lastig, maar het lukte. Ik maakte wat meer uurtjes, maar ik vond het dankbaar werk.’

Drie taken

‘Ik heb een tijd lang een groot deel van de dag geholpen bij VWS. Naast dat werk volgde ik binnen Financiën in elk geval drie hoofdtaken nauwgezet, totdat ik mijn rol als sg weer volledig oppakte.

Ten eerste het cultuurtraject binnen de Belastingdienst, waarin we bespreken wat voor organisatie we willen zijn. Hoe brengen we de menselijke maat terug in hoe wij omgaan met elkaar en met burgers? Dat is lastig, maar het begint met een goed gesprek. Dat geldt ook voor leidinggevenden. Zij moeten naar medewerkers uitstralen wat voor Belastingdienst wij willen zijn. Zijn wij bijvoorbeeld een fabriek die toeslagen uitkeert of zijn wij een organisatie die mensen die afhankelijk zijn van een toeslag, willen helpen om op een goede manier hun leven te leiden? Ik ben ervan overtuigd dat wat wij doen voor burgers, een kopie is van hoe wij met elkaar omgaan. Hoe willen wij bijvoorbeeld zelf worden bediend als belastingbetaler of toeslagontvanger? Daar moeten we vanuit gaan. 

Ten tweede houd ik me bezig met de toeslagenaffaire, om ervoor te zorgen dat mensen hun geld krijgen en dat het op tijd gebeurt. Dat loopt trouwens goed onder leiding van Alexandra van Huffelen en Rob Kerstens.

Ten derde kijk ik naar de noodpakketten met financiële maatregelen en denk mee over hoe de anderhalvemetersamenleving er straks uitziet. Hoe kun je bijvoorbeeld de horeca weer opengooien? Dat zou kunnen door tafels verder uit elkaar te zetten. Of het op een andere manier inrichten. Daarover denken creatieve collega’s mee op microniveau.’

©Marieke Duijsters

Samenwerken

‘Je ziet in deze coronacrisis dat geen enkel onderdeel van onze organisatie zonder het andere onderdeel kan. Neem bijvoorbeeld het noodpakket aan financiële maatregelen. De Belastingdienst zegt tegen burgers: ‘Je kunt later je belastingen betalen.’ Collega’s bij Fiscale Zaken kijken welke wetgeving nodig is om zo’n uitstel van betaling mogelijk te maken. Medewerkers van het Agentschap lenen geld om het tekort op te vullen en collega’s van Rijksbegroting bedenken hoe deze extra kosten inpasbaar zijn in het financiële plaatje. Medewerkers van AFEP (Algemene Financiële en Economische Politiek, red.) denken weer na over maatregelen om goed uit deze financieel-economische crisis te komen. Bij Toeslagen werken ze hard om ervoor te zorgen dat kinderdagopvangorganisaties niet omvallen, omdat ouders hun eigen bijdrage nu niet kunnen betalen. En de Douane helpt bijvoorbeeld mee om te zorgen dat de mondkapjes uit China zo snel mogelijk op de juiste plek belanden. Deze crisis zorgt ervoor dat we allemaal met hetzelfde bezig zijn. Die samenwerking is fenomenaal.’

‘En wat gebeurde er bij de Belastingdienst? Die zette alles op alles om mensen te helpen ’

Hardlopen

‘Als ik tijd voor mezelf heb, ga ik het liefst rennen. Ik heb dan geen doel voor ogen. Dan is het namelijk alleen frustrerend als het niet lukt. En dan wordt het meteen een soort resultaatgericht iets. Die tijd heb ik wel gehad als het om sporten gaat. Ik vind het nu gewoon fijn om te hardlopen voor het hardlopen.’