Windenergie op land

De Rijksoverheid wil dat in 2020 14% van alle gebruikte energie in Nederland uit duurzame bronnen komt. En in 2023 is dat 16%. Verder is in het Klimaatakkoord opgenomen dat er in 2030 tenminste 35 TWh duurzame  elektriciteit op land (wind en zon) geproduceerd moet worden. Windenergie is een belangrijke vorm van duurzame energie om deze doelen te halen.

Waarom wind op land

In het Klimaatakkoord is de doelstelling opgenomen om in 2030 tenminste 35 TWh duurzame elektriciteit op land (wind én zon) in 2030 te produceren. Daarnaast is in het eerdere Energieakkoord voor duurzame groei vastgelegd dat provincies elk een aandeel verzorgen om in 2020 een totaal van 6.000 MW aan windenergievermogen te realiseren. Deze afspraken over windenergie op land zijn nodig om de Nederlandse doelstellingen voor de groei in duurzame energie en vermindering van de CO2-uitstoot te halen. Het is een betrouwbare en efficiënte bron van duurzame energie die nu al volop beschikbaar is. De techniek voor wind op land is voldoende ontwikkeld om windenergie op grote schaal toe te passen. Het is ook een van de goedkoopste manieren om duurzame energie op te wekken (zie ook de recentste kostenschatting van PBL).
Bovendien leveren windmolens lokaal werkgelegenheid en inkomsten op. Projectontwikkelaars werken vaak met (bouw-)ondernemingen in de regio om de funderingen, wegen, kabels en leidingen voor de windparken aan te leggen. Omwonenden kunnen via bijvoorbeeld een coöperatie meedelen in de opbrengst van een windmolenpark. In het Klimaatakkoord is in dit verband het streven opgenomen om in de komende jaren te komen tot 50% eigendom bij wind- of zonneparken van de lokale omgeving, dat kunnen burgers en bedrijven zijn.

Doelen windenergie op land

In 2020 moet Nederland voor 6.000 MW vermogen aan windmolens op land hebben staan. Dat staat in het Energieakkoord voor duurzame groei. Aan het eind van 2018 stond er in Nederland 3.382 megawatt (MW) aan operationeel vermogen windenergie op land. Dat is goed voor ruim 56% van de landelijke doelstelling. Er moet dus nog een vermogen van 2.618 MW bij komen. Een gemiddelde windturbine levert een vermogen van ca. 3,5 MW. Nederland heeft dus nog ca. 750  nieuwe windmolens op land nodig, om de doelstelling van 2020 te halen.
Windparken op land zijn later klaar dan gepland. Daarom wordt de productiecapaciteit van 6.000 MW in 2020 waarschijnlijk niet helemaal gehaald. Daarentegen groeit de projectcapaciteit van de geplande windparken na 2020 naar ca. 7.200 MW. Dat staat in de ‘Monitor Wind op Land 2018’. Alle gerealiseerde windenergie draagt direct bij aan de nieuwe doelstelling om in 2030 tenminste 35 TWh duurzame elektriciteit op land (wind en zon) te realiseren. De Regionale Energiestrategieën (RES-en), die door partijen in de regio opgesteld worden, zullen inzicht geven waar binnen een regio in de komende jaren nieuwe wind- of zonneparken ontwikkeld gaan worden.

Monitor wind op land 2018

Maatregelen windenergie op land

Om het doel in 2020 in zicht te blijven houden, blijft de Rijksoverheid samen met de provincies en de andere betrokken partijen zich inzetten om knelpunten op te lossen. Bijvoorbeeld door:

  • procedures voor de aanleg van windparken te versnellen.
  • weerstand van omwonenden bij de komst van windmolenparken weg te nemen door betere voorlichting, communicatie en bieden van (financiële) participatie.
  • Verstoring van defensieradars aan te pakken door het realiseren van een tweetal nieuwe radars
  • Hinder van de verlichting van hoge windturbines te verminderen door mogelijk te maken dat deze ook ‘vast brandend’ kan zijn, in plaats van ‘knipperend’.

Belangenafweging

Bij windenergie zijn veel partijen betrokken, zoals overheidspartijen, initiatiefnemers voor windparken, projectontwikkelaars, (maatschappelijke) belangengroepen en omwonenden. Windmolens moeten veilig zijn, zo min mogelijk overlast veroorzaken, zo goed mogelijk passen in het landschap en goed rekening houden met natuuraspecten. Daarom is het belangrijk dat alle betrokkenen samen bepalen waar de windmolens het best kunnen staan. In de Regionale Energiestrategieën (RES-en) bepalen de regio’s zelf waar en hoeveel windenergie zij in de regio zullen realiseren.

Een windpark tot stand brengen vergt veel activiteiten van de betrokken partijen. De start is vaak een windplan. Daarin staat welke stappen doorlopen moeten worden om tot een windpark te komen: van voorverkenning tot exploitatie. De acties per stap zijn voor elke partij anders. Sommige partijen vervullen verschillende rollen. Een overzicht van alle procedures die doorlopen moeten worden is terug te vinden bij wetten en regels.

Inspraak plannen windenergie op land

Wilt u uw mening geven over de besluiten over windenergie op land, die ruimtelijke worden ingepast door de Rijksoverheid? Dat kan op verschillende momenten via  Bureau Energieprojecten.