Financiering voortgezet onderwijs

In het voorgezet onderwijs ontvangen schoolbesturen 1 budget voor personeel en exploitatie. Dit budget heet de lumpsum. Scholen voor voortgezet onderwijs ontvangen daarnaast extra middelen via aanvullende regelingen, een voorbeeld hiervan is het leerplusarrangement (extra budget voor leerlingen met leervertraging).

Vereenvoudiging bekostiging VO

Het kabinet maakt per 1 januari 2022 de verdeling van de basisbekostiging van het Rijk aan het voortgezet onderwijs (VO) makkelijker. Dat staat in de Wet Vereenvoudiging bekostiging VO.  Schoolleiders en schoolbesturen krijgen door deze aanpassing te maken met veranderingen.

De vereenvoudiging van de bekostiging betreft alleen de basisbekostiging in het voortgezet onderwijs. Een andere verdeling van het beschikbare geld leidt tot herverdeeleffecten. Om inzicht te krijgen in de indicatieve herverdeeleffecten van de vereenvoudigde bekostiging is een informatietool ontwikkeld door OCW.

Huidige bekostiging voortgezet onderwijs

OCW verdeelt jaarlijks op 1 januari de budgetten voor het voortgezet onderwijs. Dit gebeurt op basis van het aantal leerlingen. Het ministerie kijkt daarbij naar het aantal leerlingen dat de school op 1 oktober in het voorgaande kalenderjaar had.

Ongeveer 85% van het budget dat schoolbesturen in het voortgezet onderwijs ontvangen, is voor personeelskosten. De overige 15% is voor materiële kosten. Soms heeft een schoolbestuur meer scholen onder zich. Het schoolbestuur bepaalt dan zelf hoe het geld over de scholen wordt verdeeld.

Personeelsbekostiging voortgezet onderwijs

Het bedrag dat scholen krijgen voor personeel bestaat uit:

  • een vast deel;
  • een deel dat afhangt van het aantal leerlingen.

Het vaste deel heet de vaste voet onderwijzend personeel. Deze vaste voet verschilt per schoolsoort en hangt af van de samenstelling van de school of scholengemeenschap.

Ook het deel van de personeelskosten dat afhankelijk is van het aantal leerlingen varieert per schoolsoort. Leerlingen in het praktijkonderwijs hebben bijvoorbeeld meer begeleiding nodig. Daarvoor is ook meer personeel nodig.

Exploitatiebekostiging voortgezet onderwijs

De exploitatiebekostiging bestaat uit een bedrag per school (de vaste voet) en een bedrag per leerling. Het bedrag per school is voor alle scholen gelijk. Het bedrag per leerling is afhankelijk van de schoolsoort, de afdeling en in welk leerjaar de leerling zit. Bij exploitatiekosten gaat het om:

  • schoonmaak;
  • onderhoud of instandhouding van gebouwen;
  • overige kosten (zoals leermiddelen, administratie, verbruik van energie en water).

Onderhoud en nieuwbouw

In het voortgezet onderwijs moeten schoolbesturen zelf het binnen- en buitenonderhoud van schoolgebouwen betalen. De gemeente betaalt nieuwbouw en uitbreiding.

Aanvullende bekostiging voor specifieke doelen

Naast de lumpsum ontvangen scholen voor voortgezet onderwijs ook extra geld via verschillende aanvullende bekostigingsregelingen. Deze regelingen gelden voor specifieke scholen of leerlingen. Bijvoorbeeld om extra ondersteuning te bieden aan leerlingen met leervertraging, of aan leerlingen die net in Nederland zijn. Of om nieuwe scholen een extra steuntje in de rug te geven in de opstartfase.