Financiering voortgezet onderwijs

In het voorgezet onderwijs ontvangen schoolbesturen 1 budget voor personeel en materieel. Dit budget heet de lumpsum. Scholen voor voortgezet onderwijs ontvangen daarnaast extra middelen via aanvullende regelingen, een voorbeeld hiervan is de prestatiebox (extra budget voor betere prestaties).

Vereenvoudiging bekostiging personeel en materieel

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) wil de verdeling van de basisbekostiging (personeel en materieel) aan besturen vereenvoudigen. De huidige bekostiging van het voortgezet onderwijs is ingewikkeld en bevat onbedoeld sturende prikkels. Ook sluit het onvoldoende aan bij de werkelijke exploitatie van schoolbesturen. Met het Wetsvoorstel vereenvoudiging bekostiging vo ontstaat een sterk vereenvoudigd bekostigingsmodel voor het voortgezet onderwijs.

De verwachte ingangsdatum van het vereenvoudigde bekostigingsmodel is 1 januari 2021. De vereenvoudiging van de bekostiging betreft alleen de basisbekostiging in het voortgezet onderwijs. Elke wijziging in de verdeling van het beschikbare geld leidt tot herverdeeleffecten. Om een eerste inzicht te krijgen in de indicatieve herverdeeleffecten van de vereenvoudigde bekostiging is een rekentool ontwikkeld door OCW in afstemming met de VO-raad.

Huidige bekostiging voortgezet onderwijs

OCW verdeelt jaarlijks op 1 januari de budgetten voor het voortgezet onderwijs. Dit gebeurt op basis van het aantal leerlingen. Het ministerie kijkt daarbij naar het aantal leerlingen dat de school op 1 oktober had.

Ongeveer 85% van het budget dat schoolbesturen in het voortgezet onderwijs ontvangen, is voor personeelskosten. De overige 15% is voor materiële kosten. Soms heeft een schoolbestuur meer scholen onder zich. Het schoolbestuur bepaalt dan zelf hoe het geld over de scholen wordt verdeeld.

Personeelskosten voortgezet onderwijs

Het bedrag dat scholen krijgen voor personeel bestaat uit:

  • een vast deel;
  • een deel dat afhangt van het aantal leerlingen.

Het vaste deel heet de vaste voet onderwijzend personeel. Deze vaste voet verschilt per schoolsoort en hangt af van de samenstelling van de school of scholengemeenschap.

Ook het deel van de personeelskosten dat afhankelijk is van het aantal leerlingen varieert per schoolsoort. Leerlingen in het praktijkonderwijs hebben bijvoorbeeld meer begeleiding nodig. Daarvoor is ook meer personeel nodig.

Kosten schoonmaak en onderhoud voortgezet onderwijs

De materiële bekostiging bestaat uit een bedrag per school (de vaste voet) en een bedrag per leerling. Het bedrag per school is voor alle scholen gelijk. Het bedrag per leerling is afhankelijk van de schoolsoort, de afdeling en in welk leerjaar de leerling zit. Bij materiële kosten gaat het om:

  • schoonmaak;
  • onderhoud of instandhouding van gebouwen;
  • overige kosten (zoals leermiddelen, administratie, verbruik van energie en water).

In opdracht van OCW bekijkt een extern bureau eens in de 5 jaar de materiële bekostiging.

Kosten onderhoud gebouwen en nieuwbouw

In het voortgezet onderwijs moeten schoolbesturen zelf het binnen- en buitenonderhoud betalen. De gemeente betaalt nieuwbouw en uitbreiding.

Prestatiebox: extra budget voor betere prestaties

Naast de lumpsum ontvangen scholen voor voortgezet onderwijs ook extra geld via de prestatiebox. Scholen ontvangen in 2018 € 295 per leerling extra voor onder meer ontwikkelen van uitdagend onderwijs. En voor het verbeteren van deskundigheid en professionalisering van leraren, schoolleiders en bestuurders.