Op sommige scholen zitten veel leerlingen die minder goed presteren bijvoorbeeld vanwege hun thuissituatie. Terwijl elke leerling gelijke kansen zou moeten krijgen om zich te ontwikkelen. Om deze leerlingen te ondersteunen krijgen sommige middelbare scholen extra geld via de Regeling onderwijskansen voortgezet onderwijs.
Onderwijskansen voortgezet onderwijs
De Regeling onderwijskansen voortgezet onderwijs is bedoeld voor middelbare scholen met veel leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben vanwege hun thuissituatie. Het gaat dan bijvoorbeeld om leerlingen met ouders met een laag opleidingsniveau. Of leerlingen die thuis niet voldoende Nederlands spreken. Veel van deze leerlingen presteren minder goed dan zij zouden kunnen als ze voldoende ondersteuning zouden krijgen. Scholen met een grote groep van deze leerlingen krijgen daarom extra geld om deze leerlingen te ondersteunen.
Veelgestelde vragen
De Regeling onderwijskansen voortgezet onderwijs is bedoeld voor scholen met een grote groep leerlingen die opgroeien in minder gunstige omstandigheden. Niet alle leerlingen hebben bijvoorbeeld ouders die de ontwikkeling van het kind voldoende kunnen stimuleren. Daardoor kan het moeilijker voor ze zijn om goed te presteren op school. Om deze leerlingen betere kansen te geven, biedt de regeling extra geld voor scholen.
Meer informatie over de regeling is te vinden in de brochures Regeling onderwijskansen voortgezet onderwijs.
De Regeling onderwijskansen voortgezet onderwijs wordt ieder jaar opnieuw gepubliceerd. In de regeling staat steeds hoeveel extra geld er in dat jaar in totaal beschikbaar is. In de regeling staan ook de achterstandsscores per schoolvestiging in het voortgezet onderwijs. Deze achterstandsscores worden ieder jaar opnieuw berekend door het CBS. De achterstandsscore bepaalt hoeveel extra geld een bestuur dat jaar per schoolvestiging ontvangt.
Het extra geld uit de regeling is bedoeld om passende ondersteuning te bieden aan leerlingen die door hun thuissituatie een risico lopen om op school minder goed te presteren. Scholen mogen zelf bepalen hoe ze deze ondersteuning inrichten. Een school kan het geld bijvoorbeeld gebruiken om:
- extra onderwijspersoneel in te zetten in de klas voor leerlingen uit de doelgroep, of bijvoorbeeld onderwijsassistenten of coaches;
- extra onderwijstijd of huiswerkbegeleiding aan te bieden;
- ouderbetrokkenheid te stimuleren.
Het is belangrijk dat scholen kiezen voor een aanpak die past binnen hun eigen visie.
Scholen die geld ontvangen vanuit de regeling moeten op verschillende manieren laten weten wat ze met het geld (gaan) doen:
- In het schoolplan beschrijven ze hoe ze het geld gaan gebruiken;
- Schoolbesturen zijn verplicht om hun plannen af te stemmen met partijen in de omgeving. Bijvoorbeeld de gemeente, basisscholen, beroeps- en hoger onderwijsinstellingen en partnerorganisaties in de opvoeding (jeugdwelzijn, sportverenigingen);
- Achteraf moeten schoolbesturen ieder jaar in het onderwijsportaal XBRL informatie geven over wat ze met het geld hebben gedaan. En ze moeten aangeven of en hoe zij nagaan of het extra geld heeft opgeleverd wat de school ervan verwachtte. Het ministerie van OCW gebruikt deze informatie voor onderzoek naar de regeling;
-
De formele verantwoording over de aanvullende bekostiging die scholen ontvangen vanuit deze regeling, gebeurt in het jaarverslag.