Maatregelen leerlingendaling

Scholen moeten sluiten als zij te weinig leerlingen hebben. In sommige dorpen of wijken gaan scholen samen. In het voortgezet onderwijs stoten scholen afdelingen af om overeind te blijven. Dit kan ertoe leiden dat ouders en kinderen minder te kiezen hebben. Om te zorgen dat het onderwijsaanbod gevarieerd, toegankelijk en van goede kwaliteit blijft, worden verschillende maatregelen genomen.

Bewustwording leerlingendaling

Opvangen van leerlingendaling begint met bewustwording. Het is erg belangrijk dat scholen op tijd weten hoe hun leerlingenaantallen zich ontwikkelen. Daarom zijn voorspellingen belangrijk. Op basis daarvan kunnen scholen namelijk toekomstplannen maken. Scholen moeten bijvoorbeeld nadenken over:

  • de organisatie van het onderwijsaanbod;
  • de samenstelling van het personeel;
  • de onderwijskwaliteit als de school krimpt;
  • het handhaven van afdelingen.

Bij voorkeur maken schoolbesturen in een regio deze plannen samen. In die regio blijft dan een evenwichtig onderwijsaanbod bestaan. Zo kunnen ze samen bekijken of en waar scholen moeten fuseren of sluiten. En welke school welke onderwijssoorten of afdelingen kan blijven aanbieden.

Benieuwd hoe andere scholen dit aanpakken? Lees het artikel met voorbeelden van scholen die werken aan een passende oplossing voor de krimp in hun regio.

Maatregelen bij dalende inkomsten

Als leerlingendaling jarenlang aanhoudt, is er doorlopend sprake van zogenoemde kostenremanentie. Dit houdt in dat de inkomsten van een school teruglopen, terwijl veel kosten gelijk blijven. Schoolbesturen moeten die kostenremanentie zelf opvangen. Daarom moeten schoolbesturen op tijd rekening houden met leerlingendaling om de kwaliteit van onderwijs te garanderen.  2 belangrijke maatregelen zijn:

  • Afstoten van lokalen
    Het sluiten van een lokaal kan een besparing opleveren. Hiervoor moet het schoolbestuur wel een alternatieve bestemming vinden.  Dat kost tijd. Vooral in krimpregio‚Äôs is de vraag naar vastgoed meestal lager dan het aanbod.
  • Besparen op personeel
    Personeel is de grootste kostenpost van een school. Daarom is het bij teruglopende inkomsten soms nodig om afscheid te nemen van personeel. Of een vertrekkende leraar wordt niet vervangen.

Betrekken belanghebbenden

Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de toekomst van de school en het onderwijs in de regio. Een bestuur kan besluiten om scholen intensiever te laten samenwerken, te fuseren of op te heffen. Grote veranderingen op school heeft gevolgen voor  leerlingen, leerkrachten en ouders. Maar ook voor bewoners van het dorp of de wijk waar de school staat.

Het is daarom belangrijk dat schoolbesturen deze partijen op tijd betrekken bij toekomstplannen. Het liefst al zodra duidelijk wordt dat leerlingendaling gevolgen kan hebben voor de toekomst van de school. Zo groeit het draagvlak voor de gekozen oplossing.

Wet toekomstbestendig onderwijsaanbod

De Wet toekomstbestendig onderwijsaanbod regelt dat schoolbesturen hun onderwijsaanbod makkelijker kunnen aanpassen. Zo wordt bijvoorbeeld het verplaatsen van een school eenvoudiger. Ook wordt het makkelijker om een school om te zetten van openbaar naar bijzonder onderwijs of andersom. Hierdoor kunnen schoolbesturen hun onderwijs beter afstemmen op de afnemende vraag bij leerlingendaling. De wet geldt sinds 1 januari 2018.

Commissie Aanpak leerlingendaling vooortgezet onderwijs

Sinds 1 september 2018 buigt de Commissie Aanpak leerlingendaling vo zich over het vraagstuk leerlingendaling. De commissie wordt gevormd door dhr. E. Dijkgraaf, mevr. C Kervezee en dhr. F. Hoekstra. Vóór 1 februari 2019 brengt deze commissie een advies uit over:

  • de invloed van teruglopende leerlingenaantallen in het vo op stelselniveau en op niveau van besturen en scholen in pro, vmbo, havo en vwo;
  • hoe besturen beter kunnen samenwerken om goed onderwijs te blijven aanbieden;
  • andere maatregelen die nodig zijn.

Verder lezen over leerlingendaling en hoe samenwerking daarbij kan helpen?

Bekijk de brochure voor het basisonderwijs en de brochure voor het voortgezet onderwijs.