De overheid wil dat Nederlandse bedrijven die zakendoen in het buitenland, dit maatschappelijk verantwoord doen. Dat betekent dat zij rekening houden met mensenrechten, werkomstandigheden en het milieu. Dat is internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO). Het kabinet moedigt IMVO op 5 manieren aan.
IMVO-regels en beleid
De belangrijkste IMVO-regels staan in de zogenoemde OESO-richtlijnen. Dat zijn aanbevelingen gemaakt door de landen die in de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) zitten. En landen die deze organisatie steunen. Nederland zit ook in de OESO.
Het kabinet verwacht van alle Nederlandse bedrijven die zakendoen in het buitenland dat zij zich aan deze regels houden.
Het kabinet neemt met het IMVO-beleid de volgende 5 maatregelen om internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen te verbeteren:
In de Europese Unie is op 24 mei 2024 de EU-richtlijn Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) aangenomen. Deze wet verplicht bedrijven om internationaal maatschappelijk verantwoord te ondernemen.
Dit betekent dat grote bedrijven in Europa bekijken welke negatieve effecten zij hebben op mens en milieu. Ook in andere landen. En het betekent dat zij die negatieve effecten moeten aanpakken.
Op 25 juli 2024 is de CSDDD in werking getreden. Sinds die datum hebben lidstaten 3 jaar de tijd om de wet om te zetten in nationale wetgeving. En een toezichthouder aan te wijzen. Een jaar daarna wordt de nationale wet van toepassing op de eerste groep bedrijven. Nederland is gestart met de nationale implementatie van deze wet. Die bestaat uit de volgende stappen:
- Europese publicatie van de wet
De Europese Unie heeft de wet officieel gepubliceerd. Nederland werkt aan de nationale implementatie van deze wet. - Kwaliteitstoetsen
Bij het maken van deze wet worden een aantal eisen en voorwaarden meegenomen. Bijvoorbeeld de regeldruk voor ondernemers en effecten op ontwikkelingslanden. - Internetconsultatie
Burgers, instellingen en bedrijven hebben eind 2024 de kans gekregen om in een internetconsultatie te reageren op het concept-wetsvoorstel. - Advies Raad van State
De Raad van State (RvS) adviseert over alle wetsvoorstellen die naar de Tweede en Eerste Kamer gaan. De RvS bekijkt of het wetsvoorstel uit te voeren is en niet in strijd is met de Grondwet. - Behandeling Tweede en Eerste Kamer
De Tweede en Eerste Kamer behandelt het wetsvoorstel eerst in een gespecialiseerde commissie. Daarna volgt het plenaire debat en wordt er gestemd over de wet. - Nationale inwerkingtreding van de wet
In de wet staat het moment waarop een wet ingaat. Of wanneer dat moment wordt vastgesteld in een Koninklijk Besluit (KB). De wet (en eventueel het KB) moeten in het Staatsblad worden geplaatst om in te gaan.
Op 26 februari 2025 presenteerde de Europese Commissie het Omnibus I-voorstel met wijzigingen van 3 Europese wetten, waaronder de CSDDD. Hierover wordt nu onderhandeld tussen de EU-lidstaten en in het Europees Parlement.
Anti-dwangarbeidverordening (Forced Labour Regulation)
Daarnaast is op 13 december 2024 de Europese Anti-dwangarbeidverordening in werking getreden. Deze wet verbiedt bedrijven om producten gemaakt met dwangarbeid aan te bieden op de Europese markt of daarvandaan uit te voeren. De wet geldt voor alle bedrijven, producten en economische sectoren. De regels gaan gelden vanaf 14 december 2027. Bedrijven kunnen zich voorbereiden door gepaste zorgvuldigheid toe te passen in hun ketens zoals beschreven in de OESO-richtlijnen. Op die manier kunnen ze dwangarbeid in kaart brengen en tegengaan.
De Nederlandse overheid werkt aan de uitvoering van de Anti-dwangarbeidverordening. En heeft tot 14 december 2027 om 1 of meerdere toezichthouder(s) aan te wijzen. Een toezichthouder stelt dwangarbeid vast en handhaaft besluiten in Nederland. De Europese Commissie is verantwoordelijk voor het onderzoek doen naar en vaststellen van dwangarbeid buiten de Europese Unie.
Meer informatie over (de voortgang van) IMVO-wetten en -regels is te vinden bij het MVO-steunpunt.
De overheid moedigt IMVO aan. En stelt voorwaarden aan bedrijven die aan de overheid willen verkopen of steun willen ontvangen. Denk bijvoorbeeld aan bedrijven die bedrijfskleding aan de overheid leveren of op een economische handelsmissie gaan. Als bedrijven steun willen ontvangen, moeten zij verklaren dat zij zaken doen in lijn met de OESO-richtlijnen. Daarnaast moeten leveranciers van de overheid in risicosectoren IMVO-actieplannen aanleveren en actief in gesprek gaan over het onderwerp.
De overheid stelt subsidie beschikbaar aan bedrijven die sociaal duurzamer willen werken. Dat betekent dat ze sociale risico’s in de keten aanpakken door de inkomens, lonen en arbeidsomstandigheden te verbeteren en kinderarbeid te bestrijden. Daarmee ondersteunt de subsidie bedrijven om hun verantwoordelijkheid te nemen onder bestaande wetgeving zoals de CSDDD. Subsidie aanvragen kan via het Subsidieprogramma Verantwoord Ondernemen (SPVO, voorheen SSF).
Willen bedrijven aanspraak maken op subsidie? Dan moeten zij laten zien dat zij stappen zetten om de OESO-richtlijnen voor IMVO te volgen.
De overheid biedt sectoren de mogelijkheid om met elkaar afspraken te maken over IMVO. Hiervoor worden IMVO-sectorovereenkomsten opgesteld. Binnen deze overeenkomsten kunnen bedrijven en maatschappelijke organisaties samenwerken om risico’s te voorkomen en te beperken op het gebied van mensenrechten, werkomstandigheden en milieu. Deze aanpak is de opvolger van de sectorale IMVO-convenanten en loopt van 2024 tot 2030.
De overheid ondersteunt bedrijven om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Daarom is er een MVO-steunpunt dat bedrijven helpt bij vragen over IMVO.
Bedrijven kunnen met de MVO-risicochecker beter zicht krijgen op de IMVO-risico’s waar zij mee te maken kunnen krijgen. Ook kunnen zij de OESO Due Diligence Handreiking gebruiken als hulp bij het maken van IMVO-beleid.
Landen die de OESO-richtlijnen onderschrijven hebben een Nationaal Contactpunt (NCP). Het NCP geeft voorlichting aan o.a. bedrijven over de OESO-richtlijnen en hoe deze toe te passen. Het NCP behandelt ook meldingen van individuen en organisaties die een meningsverschil hebben over de toepassing van de OESO-richtlijnen door bedrijven.
- Voorlichten: IMVO-steunpunt
- Vergemakkelijken: Sectorale samenwerking
- Verleiden: Financiële prikkels
- Voorwaarden: IMVO-voorwaarden
- Verplichten: (Europese) due diligence verplichting
Op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) staat meer informatie over IMVO. Ook heeft de RVO een steunpunt dat bedrijven helpt bij vragen over IMVO.
