De overheid wil dat Nederlandse bedrijven die zakendoen in het buitenland, dit maatschappelijk verantwoord doen. Dat betekent dat zij rekening houden met mensenrechten, werkomstandigheden en het milieu. Dat is internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO). Het kabinet moedigt IMVO op 5 manieren aan.
IMVO-regels en beleid
De belangrijkste IMVO-regels staan in de zogenoemde OESO-richtlijnen. Dat zijn aanbevelingen gemaakt door de landen die in de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) zitten. En landen die deze organisatie steunen. Nederland zit ook in de OESO.
Het kabinet verwacht van alle Nederlandse bedrijven die zakendoen in het buitenland dat zij zich aan de OESO-richtlijnen aanbevelingen houden.
Het kabinet neemt met het IMVO-beleid de volgende 5 maatregelen om internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen te verbeteren:
Er gelden verschillende Europese regels voor IMVO. Hieronder staan 2 belangrijke voorbeelden. Meer informatie over alle IMVO-wetten en -regels is te vinden bij het MVO-steunpunt van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Europese CSDDD-richtlijn
In de Europese Unie (EU) geldt sinds 2024 de EU-richtlijn Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD).
Deze wet verplicht grote bedrijven om internationaal maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Grote bedrijven hebben minimaal 5000 medewerkers en € 1,5 miljard omzet. Zulke bedrijven moeten hun productieproces controleren op negatieve effecten op mensen en het milieu. Ook moeten deze bedrijven deze negatieve effecten tegengaan.
Nederland moet de CSDDD uiterlijk 26 juli 2028 omzetten in Nederlandse wetgeving: de Wet Internationaal Verantwoord Ondernemen. Dit proces is gestart, en eind 2024 konden geïnteresseerden reageren op een concept-wetsvoorstel. De nieuwe wet moet nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer voordat deze gaat gelden. Dit gebeurt waarschijnlijk in 2027.
Bedrijven moeten zich vanaf 26 juli 2029 aan de nieuwe wet houden. De Autoriteit Consument en Markt gaat ze hierop controleren.
Anti-dwangarbeidverordening
In de EU is in 2024 ook de Anti-dwangarbeidverordening aangenomen. Deze wet verbiedt bedrijven om producten gemaakt met dwangarbeid te verkopen op de Europese markt. Ook mogen ondernemers deze producten niet vanuit de EU naar andere plekken op de wereld uitvoeren.
Deze wet geldt vanaf 14 december 2027 voor alle Europese bedrijven, producten en economische sectoren. Vanaf dat moment mogen er geen producten die met dwangarbeid zijn gemaakt de Europese markt op.
Het kabinet moet de Anti-dwangarbeidverordening nog vertalen naar Nederlandse wetten en regels. Ook wijst het kabinet nog een toezichthouder aan die controleert of iedereen in Nederland zich aan de regels houdt. De Europese Commissie controleert dit wanneer het gaat om dwangarbeid buiten de EU.
Meer informatie over de Anti-dwangarbeidverordening is te vinden bij het MVO-steunpunt.
De overheid moedigt IMVO aan door voorwaarden te stellen aan bedrijven die aan de overheid willen verkopen of steun van de overheid willen ontvangen. Denk bijvoorbeeld aan bedrijven die producten zoals bedrijfskleding aan de overheid leveren. Of bedrijven die op een economische handelsmissie gaan.
Daarnaast moeten leveranciers in risicosectoren van de Rijksoverheid een plan van aanpak opstellen voor IMVO. Dit zijn bijvoorbeeld leveranciers voor datacenters, computers of bedrijfskleding.
De overheid stelt subsidies beschikbaar aan bedrijven die verantwoord willen ondernemen. Zoals het Subsidieprogramma Verantwoord Ondernemen (SPVO) en het Subsidieprogramma Verantwoord Ondernemen MKB (SVOM).
Beide subsidies helpen bedrijven bij het in kaart brengen en oplossen van risico’s in hun productieproces. Dit gaat bijvoorbeeld over het verbeteren van lonen en arbeidsomstandigheden, het bestrijden van kinderarbeid of het tegengaan van ontbossing.
Als bedrijven subsidie van het de Rijksoverheid willen krijgen om zaken te doen in het buitenland, moeten zij verklaren dat zij verantwoord ondernemen in lijn met de OESO-richtlijnen. Op de website van RVO staan de voorwaarden voor ondersteuning aan bedrijven op het gebied van IMVO.
De overheid biedt sectoren de mogelijkheid om met elkaar afspraken te maken over IMVO. Hiervoor worden IMVO-sectorovereenkomsten opgesteld. Binnen deze overeenkomsten kunnen bedrijven en maatschappelijke organisaties samenwerken om risico’s in hun productieproces in kaart te brengen en te beperken. Deelnemers aan deze overeenkomsten kunnen subsidie krijgen vanuit de RVO. Dit loopt van 2024 tot 2030.
De overheid ondersteunt bedrijven met een MVO-steunpunt om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Bedrijven kunnen daar terecht met vragen over IMVO en voor tools en trainingen om aan de slag te gaan met het onderwerp.
Zo kunnen bedrijven met de MVO-risicochecker beter zicht krijgen op de IMVO-risico’s waar zij mee te maken kunnen krijgen. Ook kunnen zij de OESO Due Diligence Handreiking gebruiken als hulp bij het maken van IMVO-beleid.
Verder hebben landen die de OESO-richtlijnen onderschrijven een Nationaal Contactpunt (NCP). Het NCP geeft voorlichting aan onder andere bedrijven over het toepassen van de OESO-richtlijnen. Het NCP behandelt ook meldingen van individuen en organisaties die een meningsverschil hebben over de toepassing van de OESO-richtlijnen door bedrijven.
- Voorlichten: IMVO-steunpunt
- Vergemakkelijken: Sectorale samenwerking
- Verleiden: Financiële prikkels
- Voorwaarden: IMVO-voorwaarden
- Verplichten: (Europese) due diligence verplichting
Overheid evalueert IMVO-beleid in 2026
De overheid evalueert het IMVO-beleid in 2026, om te controleren of beleid werkt. De resultaten worden begin 2027 verwacht. Het kabinet gebruikt de aanbevelingen uit het onderzoek om het IMVO-beleid te verbeteren.
