U mag in de huurwoning van uw overleden ouder(s) blijven wonen. Welke regels hier precies voor gelden, is afhankelijk van uw leeftijd en of u de woning bij een woningcorporatie of een private verhuurder huurt.
Huurbescherming van wezen
Sinds 1 januari 2024 geldt de Wet huurbescherming weeskinderen. Deze wet zorgt voor huurbescherming van wezen die huren bij een wooncorporatie. Voor private verhuurders, zoals een belegger of een particuliere verhuurder, geldt de Gedragscode voor verhuurders. Daarin staat hoe zij moeten omgaan met huurders die wees worden.
Ik blijf alleen achter in de woning van een woningcorporatie
De woningcorporatie mag u niet uw huurwoning uitzetten
De woningcorporatie mag u niet uit uw ouderlijke huurwoning zetten als uw ouder(s) is/zijn overleden terwijl u hier nog woont. Ook moet de woningcorporatie u ondersteunen. Bijvoorbeeld door de huur te verlagen als dit nodig is en u door te sturen naar hulpinstanties.
Welke zaken u moet regelen
Om te zorgen dat u voorlopig in de ouderlijke woning kunt blijven wonen, is het belangrijk om de volgende stappen zo snel mogelijk te nemen:
- Neem contact op met uw woningcorporatie en geef aan dat 1 van uw ouders of beide ouders die de woning van de corporatie huurde(n) is/zijn overleden. De corporatie moet alle informatie geven die u nodig hebt.
- Vraag de woningcorporatie om een contactpersoon bij wie u terecht kan voor vragen.
- Bent u 16 of 17 jaar oud? Zorg dat u toestemming krijgt van uw wettelijk voogd om het huurcontract te verlengen.
- Heeft u nog een andere ouder, maar heeft u daar geen contact meer mee? Dan moet u kunnen aantonen dat u met die ouder geen contact meer heeft. Dat kan bijvoorbeeld met:
- Bankafschriften. Als uw overlevende ouder u minimaal 3 jaar geen financiële steun heeft gegeven, is dat bewijs.
- Een bewijs van dat u minimaal 3 jaar staat ingeschreven op het adres van uw overleden ouder (op het moment dat die ouder nog leefde).
- Foto’s of correspondentie zoals chatberichten of e-mails.
- Om voor onbepaalde tijd in de woning te mogen blijven wonen, is het belangrijk om bewijs te verzamelen. U moet kunnen aantonen dat u een duurzame gemeenschappelijke huishouding met uw overleden ouder(s) voerde.
Er is sprake van een duurzame gemeenschappelijke huishouding als de bewoners van de huurwoning minimaal 2 jaar samen een huishouding voer(d)en. Bewijs hiervan is bijvoorbeeld:- Informatie waaruit blijkt dat u samen met uw ouder(s) in de woning woonde.
- Kopieën van rekeningen die u samen heeft betaald. Bijvoorbeeld voor vaste lasten, maar ook boodschappen, verzekeringen of rekeningen voor bijvoorbeeld reparaties in het huis. Dit kunnen ook chatberichten of e-mails zijn.
- Bewijs dat u samen vrije tijd heeft doorgebracht, dit kunnen foto’s of sociale-media-berichten zijn.
- Bewijs waarin u kunt aantonen dat u de intentie had samen te blijven wonen. En dat u niet op zoek bent naar een andere woning voor uzelf.
In deze situatie is het goed contact opnemen met uw rechtsbijstandverzekering, als u die heeft. Ook kunt u contact opnemen met het Juridisch Loket. Zij kunnen u advies geven.
- Vraag huurtoeslag aan als u daarvoor in aanmerking komt. Is de huur daarvoor te hoog? Dan kunt u de huurtoeslag pas aanvragen nadat de woningcorporatie de huur heeft verlaagd. Huurtoeslag vraagt u aan bij de Belastingdienst.
Wat uw rechten zijn
De woningcorporatie moet u met een aangetekende brief informeren over uw rechten en plichten. Dat moet de woningcorporatie doen binnen een maand nadat u ze over het overlijden van uw ouder(s) is informeert. Wat uw rechten zijn, hangt af van uw leeftijd.
Bent u tussen de 16 jaar en 27 jaar oud en woont u het grootste deel van de week in de woning van uw overleden ouder(s)? En staat u ook op dat adres ingeschreven in de Basisregistratie Personen?
- Dan mag u tot uw 28e verjaardag in die woning blijven wonen. U verlengt de huur van uw overleden ouder(s). Woont u met 1 of meer oudere broer(s) of zus(sen) in de huurwoning van uw overleden ouder(s)? Dan mag u in de woning blijven wonen totdat de oudste inwonende broer of zus 28 jaar oud wordt. Dat geldt ook als de oudste inwonende broer of zus in de tussentijd verhuist of overlijdt.
- Komt u in aanmerking voor huurtoeslag? Dan hangt van uw leeftijd af naar welk bedrag de woningcorporatie de huur moet verlagen:
- Als u 23 jaar of ouder bent naar € 879,66 (2024), zodat u huurtoeslag kunt krijgen.
- Als u jonger dan 23 jaar bent naar € 454,47 (2024), zodat u huurtoeslag kunt krijgen. Zodra u 23 jaar wordt, mag de woningcorporatie de huur verhogen naar het niveau van vóór die huurverlaging plus de in die jaren toegestane jaarlijkse huurverhogingen. In totaal mag dit niet hoger zijn dan € 879,66.
Bent u 28 jaar geworden?
Wanneer u of een oudste inwonende broer of zus 28 jaar oud wordt, mag de woningcorporatie de huur opzeggen. Beëindigt de woningcorporatie uw huurcontract en wilt u dat niet omdat u in de woning wil blijven wonen? Geef dit dan aan bij de woningcorporatie.
Als u niet met de huuropzegging instemt, kan alleen de rechter de huur beëindigen. De woningcorporatie zal dan naar de rechter moeten gaan. De rechter kijkt dan of er voor u en uw eventuele inwonende broer(s) of zus(sen) een andere passende woonruimte beschikbaar is. Dit moet de woningcorporatie aantonen. De rechter bepaalt vervolgens of de huur eindigt of niet. Elke situatie is hierbij anders en moet dus ook apart beoordeeld worden.
In deze situatie is het goed contact opnemen met uw rechtsbijstandverzekering, als u die heeft. Ook kunt u contact opnemen met het Juridisch Loket. Zij kunnen u advies geven.
Bent u ouder dan 27 jaar op het moment dat (een van) uw ouders bij wie u inwoont overlijdt)?
Dan verlengt u de huur van uw ouders in principe niet. Dat is alleen anders als de woningcorporatie u aanmerkt als medehuurder van uw overleden ouder(s). Dit kan op uw verzoek, of na een oordeel van de rechter. In dat geval zet u wel de huur van je ouder(s) voort. U bent medehuurder u samen met uw ouders(s een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde.
De woningcorporatie hoeft in deze situatie de huur niet te verlagen naar € 879,66.
Ik blijf alleen achter in de woning van een private verhuurder
Verhuurder mag u niet uit uw huurwoning uitzetten
De verhuurder mag u niet uit uw ouderlijke huurwoning zetten als uw ouder(s) is/zijn overleden terwijl u hier nog woont. Ook moet de verhuurder u ondersteunen. Bijvoorbeeld door u door te sturen naar hulpinstanties.
In de Gedragscode voor verhuurders staat wat uw rechten zijn. Deze gedragscode geldt voor de sociale en de vrije huursector. De verhuursector heeft de afspraken in de gedragscode samen met de overheid vastgelegd.
Welke zaken u moet regelen
Om te zorgen dat u voorlopig in de ouderlijke woning kunt blijven wonen, is het belangrijk om de volgende stappen zo snel mogelijk te nemen:
- Neem contact op met de verhuurder en geef aan dat 1 van uw ouders of beide ouders die de woning huurde(n) is/zijn overleden.
- Om voor onbepaalde tijd in de woning te mogen blijven wonen, is het belangrijk om bewijs te verzamelen. U moet kunnen aantonen dat u een duurzame gemeenschappelijke huishouding met uw overleden ouder(s) voerde.
Er is sprake van een duurzame gemeenschappelijke huishouding als de bewoners van de huurwoning minimaal 2 jaar samen een gezamenlijke huishouding voer(d)en. Bewijs hiervan is bijvoorbeeld:- Informatie waaruit blijkt dat u samen met uw ouder in de woning woonde.
- Kopieën van rekeningen die u gezamenlijk heeft betaald. Bijvoorbeeld voor vaste lasten, maar ook boodschappen, verzekeringen of rekeningen voor bijvoorbeeld reparaties in het huis. Dit kunnen ook relevante chatberichten of e-mails zijn.
- Bewijs dat u samen vrije tijd heeft doorgebracht, dit kunnen foto’s of sociale-media-berichten zijn.
- Bewijs waarin u kunt aantonen dat u de intentie had samen te blijven wonen.En dat u niet op zoek bent naar een andere woning voor uzelf.
In deze situatie is het goed contact opnemen met uw rechtsbijstandverzekering, als u die heeft. Ook kunt u contact opnemen met het Juridisch Loket. Zij kunnen u advies geven.
- Als u in aanmerking komt voor huurtoeslag, vraag dan huurtoeslag aan. Huurtoeslag vraagt u aan bij de Belastingdienst.
Wat uw rechten zijn
- Bent u tussen de 18 en 27 jaar? Dan mag u in uw ouderlijke huurwoning blijven wonen als die passend is. Dat betekent dat de woning bij de grootte van uw huishouden past. En dat u de huur kunt betalen.
- Is de huurwoning te groot of te duur? Dan mag u nog maximaal 2 jaar in uw ouderlijke woning blijven wonen. Is de huur voor u te hoog? Dan kan de verhuurder een huurprijs vaststellen die past bij uw inkomen. Verhuurders zijn niet verplicht om dit te doen. De verhuurder legt de nieuwe huurprijs vast in een tijdelijk contract.
- Na 2 jaar (of een afgesproken kortere huurperiode) biedt de verhuurder een passende woning aan, als die er is. U krijgt voor die passende woning een huurcontract voor onbepaalde tijd. Als een private verhuurder geen andere passende woning heeft, moet diegene u dat zo snel mogelijk laten weten. Zo kunt u op tijd naar andere woonruimte zoeken. Vraag dan bij uw gemeente na of u een urgentieverklaring kunt krijgen.
Bent u ouder dan 27 jaar?
Voor de uitvoering van de Gedragscode verhuurders geldt dat de leeftijd van 27 jaar geen harde grens is. Wanneer een jongvolwassen wees ondersteuning nodig heeft en net ouder dan 27 jaar is, moet de verhuurder deze gedragscode ook op hen toepassen.
Heeft u andere hulp nodig?
Bent u op zoek naar andere hulp na het overlijden van uw ouder(s)? Dan kunt u bijvoorbeeld contact opnemen met:
- De Sociale Verzekeringsbank (SVB). Voor meer informatie over inkomenszorgen na overlijden.
- Het Nederlands Jeugdinstituut (NJI). Voor betrouwbare informatie en praktische tips voor alles wat jongeren mee kunnen maken.
- Het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCI). Voor informatie en vragen over jongeren en gezondheid.
- Stichting WeesWijzer. Voor en over weeskinderen in Nederland, met informatie hoe u uw leven kunt opbouwen na het overlijden van (een van) uw ouders.
- Humanitas. Voor bijvoorbeeld hulp aan jongeren in rouw of algemene steun bij rouw.