Peruaanse fotojournalist Atoq komt op adem in Shelter City Den Haag

Ministeries

Als Atoq (30) in Lima gewonde demonstranten fotografeert, raakt een politiekogel zijn oog. Na een jarenlange strijd voor gerechtigheid verblijft de Peruaanse fotojournalist drie maanden in Den Haag. Via het Shelter City programma biedt Justice & Peace, met steun van Buitenlandse Zaken, tijdelijk onderdak aan mensenrechtenverdedigers. ‘Pas nu ik afstand neem, besef ik hoeveel effect geweld heeft.’

Vergroot afbeelding Fotojournalist Atoq uit Peru
Beeld: ©Rijksoverheid / Roos Petersen
Het rechtvaardigheidsgevoel is Atoq* met de paplepel ingegoten

‘Aan de geschrokken gezichten zie ik dat ik er ernstig aan toe ben’, vertelt Atoq (30). Pijn heeft hij niet, als de kogel zijn oog binnendringt. Het wordt zwart voor zijn ogen en hij valt op zijn rug. Omstanders buigen zich over hem heen, hij voelt alleen iets warms over zijn wang stromen.

Inmiddels is het vier jaar geleden dat hij tijdens een demonstratie zijn camera richt op gewonde demonstranten, slachtoffers van politiegeweld. Meerdere keren richten agenten hun wapens op de fotojournalist. Ondanks de intimidatie gaat hij door met fotograferen, vastbesloten om misstanden aan de kaak te stellen. Die gedrevenheid komt hem duur te staan.

Het rechtvaardigheidsgevoel is Atoq met de paplepel ingegoten. Zijn moeder is Quechua, een inheemse bevolkingsgroep die sinds de Spaanse kolonisatie wordt gediscrimineerd. Voor indígenas is het ongebruikelijk om door te leren, maar zijn moeder lukt het om naast haar werk als huishoudster naar de universiteit te gaan. Zij leert haar zoon kritisch te zijn.

Armoede en sociale ongelijkheid

Met een geleende camera begint Atoq met straatfotografie. ‘Ik wil de realiteit laten zien: armoede en sociale ongelijkheid. In de hoop dat toeschouwers zich afvragen of het wel klopt dat de kloof tussen arm en rijk zo groot is.’ Als hij een beurs krijgt voor een fotografieopleiding, hangt Atoq zijn antropologiestudie in de wilgen.

Na zijn opleiding werkt Atoq als stagiair bij een dagblad. Op 5 januari 2017 stuurt zijn leidinggevende hem naar een demonstratie, die waarschijnlijk gewelddadig gaat verlopen. ‘Volgens de Peruaanse wet mag je stagiairs niet naar risicovolle situaties sturen, omdat ze niet verzekerd zijn. Bovendien heb ik geen kogelvrij vest of helm.’ Maar hij gaat toch, hij wil de wereld laten zien hoe demonstraties eraan toegaan in Peru.

Zicht redden

Als het misgaat, heeft Atoq inderdaad een probleem. In het ziekenhuis willen ze hem niet helpen omdat hij geen zorgverzekering heeft. ‘Je moet sterk zijn, waarschijnlijk ga je je oog verliezen’, zegt de arts. Een traumatische boodschap. En waar haalt hij het geld vandaan voor een operatie? Van de lokale krant waar hij werkt, ervaart hij geen steun. En de politie zegt dat zij het schot niet hebben gelost. ‘Absurd; demonstranten droegen geen wapens en ik heb foto’s als bewijsmateriaal.’

Met dank aan familie en vrienden vliegt hij naar een gespecialiseerde kliniek in Miami. Daar hoort hij dat het beter is om de kogel te laten zitten, om nog iets van zijn zicht te redden. Atoq zoekt gerechtigheid. Zo benadert hij de media. Na een krantenbericht betaalt zijn werkgever uiteindelijk de eerste van de vier oogoperaties. ‘De politie zegt dat de zaak gesloten is, vanwege gebrek aan bewijs.’

Dankzij de hulp van een Peruaanse mensenrechtenorganisatie ziet hij interne politieplannen in. ‘Hierin staat precies hoeveel voertuigen en politie-inzet er op de dag van de demonstratie is. Maar de politie zegt dat het kentekenbewijs op mijn foto’s niet overeen komt met die op hun voertuigen.’ Het lukt in al die jaren niet om recht te halen. ‘Ik had gehoopt dat de Peruaanse staat op zijn minst de behandelingen voor mijn post-traumatische stress stoornis (PTSS) zou vergoeden of excuses zou aanbieden.’

Collectief van jonge fotografen

Na een jaar pakt Atoq het fotograferen weer op. Hoewel hij zich niet meer in de frontlinie begeeft, blijft hij zich op de achtergrond inzetten. In november 2020 vinden er opnieuw hevige demonstraties plaats als er een nieuwe interim-president aantreedt. Manuel Merino wordt gesteund door rijke en conservatieve congresleden, maar niet door het volk. Tijdens de protesten komen twee jongens van 21 en 24 jaar om, goede bekenden van Atoq. ‘De dood van Inti en Brian leidt tot nog meer angst. Doodt corona je niet, dan wel de politie.’

Atoq belt de andere jonge fotografen: we moeten ons organiseren, want niemand beschermt ons. Spontaan ontstaat er een collectief: FAC (Fotografos Autoconvocados). ‘Voortaan gaan we in duo’s de straat op. De coördinator houdt in het oog waar iedereen zich bevindt en of iedereen veilig is.’

'We riskeren ons leven om misstanden aan de kaak te stellen, zonder vergoeding, hulpmiddelen of bescherming'

Eerbetoon aan overleden jongens

Na vijf dagen van protesten stapt Merino op. Als eerbetoon aan de overleden jongens beplakt het collectief muren met grote foto’s. Ze nodigen muzikanten uit en praten met buurtbewoners over intimidaties. Op internet publiceren ze een praktische gids met tips: wat te doen als je tijdens een demonstratie wordt opgepakt. De politie begint de fotografen te volgen. Een Peruaanse mensenrechtenorganisatie adviseert hen om uit Lima te vertrekken, voor hun eigen veiligheid. Atoq gaat naar Cuzco, maar houdt dat niet lang vol zonder inkomsten.

Bij terugkomst maakt hij zich zorgen. Wat als er iets gebeurt? ‘We riskeren ons leven om misstanden aan de kaak te stellen, zonder vergoeding, hulpmiddelen of bescherming. Bovendien is er een nieuwe wet: agenten worden niet vervolgd als ze uit zelfverdediging iemand doodschieten.’

Vergroot afbeelding Atoq in Shelter City Den Haag
Beeld: ©Rijksoverheid / Roos Petersen
Atoq wil in Nederland fototentoonstellingen organiseren

Shelter City

Dan nodigt mensenrechtenorganisatie Justice & Peace Atoq uit voor Shelter City, een programma gesteund door het ministerie van Buitenlandse Zaken. Drie maanden mag hij in Den Haag wonen. Een kans die hij met beide handen grijpt. ‘Een Nederlandse specialist controleert mijn oog en ik praat hier met een psycholoog. Ik besef nu pas dat ik nooit aandacht had voor mijn mentale gezondheid. Blootgesteld worden aan geweld zag ik als onderdeel van mijn werk. Pas nu ik afstand neem, dringt tot me door wat voor effect dit heeft. Elke activist zou ik dit gunnen.’

Atoq gebruikt de drie maanden ook om zich voor te bereiden op zijn terugkeer. ‘Het is de eerste keer dat ik contact leg met internationale mensenrechtenorganisaties en kunstenaars. Ik wil hier tentoonstellingen organiseren om aandacht te vragen voor wat er in Peru gebeurt. Voor mijn 12-koppig collectief (9 jongens, 3 meiden) wil ik twee dingen bereiken: ik hoop dat zij ook psychische behandeling kunnen krijgen. En ik wil graag terugkeren met kogelvrije vesten, veiligheidsbrillen en helmen, zodat we veilig ons werk kunnen doen.’

*Atoq is een nickname en betekent ‘vos’ in het quechua. ‘Ik zie mezelf als een Robin Hood, een vos die kippen steelt om de armen te voeden.’

Shelter City Programma

Bedreigde mensenrechtenverdedigers kunnen via het Shelter City programma drie maanden in een Nederlandse stad verblijven. Zo krijgen ze de kans om veilig op adem te komen en hun netwerk en kennis uit te breiden. Twaalf steden in Nederland en acht in het buitenland doen mee aan het programma. Tijdens de World Press Freedom Conferentie kondigde Nederland aan het Shelter City Programma uit te breiden met twee extra plekken per jaar speciaal voor journalisten. Via deze weg verblijft Atoq in Den Haag.