‘De strijd tegen seksueel geweld wordt gewonnen door sterke en onafhankelijke vrouwen en meisjes’

Ministeries

'Een land met een sterke vrouwenbeweging is vaak het meest succesvol in het bestrijden van seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes', zegt Geetanjali Misra, medeoprichter en directeur van CREA (Creating Resources for Empowerment in Action). Deze internationale organisatie uit India strijdt al sinds 2000 voor vrouwenrechten. Het ministerie van Buitenlandse Zaken werkt alweer 12 jaar samen met CREA. Afgelopen januari is met het project Women Gaining Ground een nieuwe, vijfjarige, samenwerking gestart.’

Wat is het doel van Women Gaining Ground?

‘Het doel van Women Gaining Ground is om vrouwen en meisjes uit te rusten met de nodige kennis en vaardigheden om een ​​samenleving zonder seksueel geweld op te bouwen. Binnen dit project is er extra aandacht voor vrouwen en meisjes met een handicap. Deze groep is dubbel kwetsbaar.’

Het project gaat dus uit van de kracht van vrouwen en meisjes? En niet vanuit hun slachtofferschap?

'Precies! Een politieke en sociale transformatie om geweld tegen vrouwen en meisjes tegen te gaan, is onder leiding van vrouwen en meisjes het meest succesvol. Daarom zetten wij ons al 20 jaar in voor het ondersteunen en trainen van vrouwen en meisjes, zodat zij de leiders, lobbyisten en organisatoren worden van een samenleving zonder seksueel geweld. We zien ook dat in landen met een sterke vrouwenbeweging deze strijd het best wordt gestreden. Een land met een democratisch bestuur, welvaart en vrouwelijke beleidsmakers helpt ook, maar het zijn de sterke en onafhankelijke vrouwen en meisjes zélf die het meest voor elkaar krijgen.'

Hoe is Women Gaining Ground georganiseerd?

‘Dit project maakt deel uit van het programma Power of Women. Dit programma is gestart op 1 januari 2021 en heeft een looptijd van 5 jaar met een budget van 75 miljoen euro. Met dit programma laat het ministerie van Buitenlandse Zaken echt zien dat Nederland serieus werk maakt van vrede, veiligheid en mensenrechten wereldwijd. Binnen het Women Gaining Ground-project is CREA de leidende organisatie. We werken samen met Akili Dada uit Kenia en IWRAW (International Women's Rights Action Watch Asia Pacific) uit Maleisië. Met deze twee partners zijn we actief in 5 landen; Bangladesh, India, Kenia, Rwanda en Oeganda.’

Het project is afgelopen januari begonnen. Wat is er tot nu toe gedaan?

‘Begin van dit jaar hebben we het project afgetrapt met een driedaagse online bijeenkomst. De drie organisaties hebben afspraken gemaakt over strategische en operationele zaken. Twee vragen stonden centraal: "Hoe organiseren we ons werk?" En "Hoe positioneren we ons werk als consortium?". Op 24 en 25 maart staan ​​online vergaderingen gepland met de partnerorganisaties in de 5 landen. Tijdens die twee dagen gaan we dieper in op de theoretische en praktische uitdagingen van het bestrijden van seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes.'

Welke rol spelen mannen in de strijd tegen seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes?

‘Die vraag wordt ons altijd gesteld. Een standaardmanier om mannen erbij te betrekken is door een beroep te doen op mannelijkheid. Met andere woorden, mannen oproepen om op te treden als redders van vrouwen en meisjes. Maar dit legt een fundamenteel probleem bloot. Want als mannen verantwoordelijk worden gemaakt voor de bescherming van de lichamen van vrouwen en meisjes, pakken we de ongelijke machtsverhoudingen, en daarmee seksueel geweld, niet fundamenteel aan. Mannen moeten in de eerste plaats de rechten van vrouwen beschermen. En niet hun lichamen. We zoeken dus zeker samenwerking met mannen, maar vanuit het vrouwelijke perspectief, om genderstereotypen te ontmantelen en de patriarchale samenleving te doorbreken.'

CREA werkt de komende 5 jaar weer samen met het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hoe verloopt de samenwerking?

‘Na 12 jaar ken je elkaar goed. De contacten zijn persoonlijk en de lijnen kort. Naast de financiële ondersteuning, biedt het ministerie ons ook ondersteuning door middel van workshops en webinars om het project zo goed mogelijk uit te voeren. Wat ik heel bijzonder vind, is dat het ministerie ons vanaf het eerste moment als een internationaal opererende Indiase organisatie heeft erkend. Je ziet nog te vaak dat westerse landen organisaties uit ontwikkelingslanden steunen, maar dan via een overkoepelende, ook vaak westerse, organisatie. Met een kantoor in bijvoorbeeld New York of Genève. Nederland kiest bewust voor een organisatie uit India die internationaal actief is en samenwerkt met andere organisaties uit het ‘Zuiden’. Dit is een manier van werken die gebaseerd is op gelijkwaardigheid. Ik zie daarom weer uit naar de komende 5 jaar om samen met het ministerie seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes te bestrijden.’