Ministeries

‘Gek genoeg biedt de coronacrisis ook kansen voor jongeren in Jordanië’

‘Ook iets kleins kan impact hebben’, zegt sociaal ondernemer Sinan Abderrahim Assaid (24) uit Jordanië, die voor elk paar verkochte sokken een blik eten doneert aan landgenoten die het nodig hebben. Sinan maakt deel uit van de Jongerenadviescommissie. Vanuit Jordanië denkt hij mee over het beleid van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

‘Je hoeft heus geen Facebook of Google op te richten om impact te hebben, begin gewoon met iets kleins en maak het verschil’, zegt Sinan, die veel armoede om zich heen ziet. Ongeveer een kwart van de inwoners van Jordanië is werkloos. Onder jongeren ligt dat percentage nog hoger: ongeveer de helft heeft geen werk. De coronacrisis heeft erin gehakt; de werkloosheidscijfers waren volgens Sinan nog nooit zo hoog.

Gebreid door vluchtelingen

Zelf is Sinan projectmanager economisch beleid bij een NGO. Daarnaast richtte hij twee jaar geleden met een zakenpartner The Good Socks op. De sokken, gebreid door vluchtelingen of machinaal vervaardigd, zitten verpakt in een afgekeurd soepblik. Voor elk verkocht paar sokken doneren ze een blik eten aan mensen die het nodig hebben. ‘Open je een blik met sokken, dan opent iemand anders een blik met eten.’ Honderden gezinnen namen inmiddels een blik in ontvangst.

The Good Socks
Beeld: ©The Good Socks
De sokken zijn gebreid door vluchtelingen

Sinan had 200 dollar gespaard om deze sociale onderneming op te zetten. ‘We begonnen klein.’ Na een succesvolle start ontvingen de ondernemers een beurs van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (United Nations Development Programma UNDP). Ook bedrijven vonden het een sympathiek initiatief en steunden hen bij het uitbouwen van hun onderneming. Inmiddels zijn er twee mensen in dienst en werken er zo’n tien flexkrachten. Sinan: ‘Ik probeer jonge mensen te interesseren voor werk als ontwerper of operator.’  

‘Gebruik de winst om impact te maken’

Zoals in veel landen sluit het onderwijs in Jordanië niet altijd goed aan bij wat de arbeidsmarkt vraagt. Sinan probeert op zijn manier zijn steentje bij te dragen. De deuren van zijn bedrijf staan altijd open voor jonge mensen die willen leren hoe je een sociale onderneming begint. Wat Sinan hen leert: het product moet goed zijn. ‘Ook zonder het sociale aspect moet een onderneming zichzelf kunnen bedruipen. Als je erop rekent dat mensen je product alleen kopen uit medeleven, dan komt er een dag dat het mis gaat. Verkoop een goed product en gebruik de winst om impact te maken.’ 

The Good Socks machine made
Beeld: ©The Good Socks
Machinaal vervaardigde sokken

Verklein de ongelijkheid

Wat volgens Sinan de grootste uitdaging is, is het verkleinen van de ongelijkheid. In Jordanië wonen ruim 10 miljoen mensen. Maar de meeste investeringen, of het nu gaat om infrastructuur of onderwijs, worden gedaan in de drie grootste steden. En dan vooral in de hoofdstad Amman. Hoofdstadbewoners hebben de kans om een goede opleiding te volgen en werk te vinden. ‘Ik profiteer volop van de kansen die de hoofdstad biedt, zo heb ik hier een training gevolgd over ondernemerschap. Maar jongeren in kleinere steden of op het platteland hebben minder kansen om succesvol te worden, ook al hebben ze dezelfde capaciteiten. De kloof wordt hoe langer hoe groter. Dit leidt tot frustratie en polarisatie.’  

Sinan ontdekte de kansenongelijkheid toen hij een beurs kreeg voor een private school. Opeens had hij klasgenoten die zoveel meer mogelijkheden hadden dan zijn vrienden die precies dezelfde capaciteiten hadden. Sinan: ‘Er is in mijn land zoveel wasted potential: talent dat niet wordt gebruikt.’

Sinan snapt dat bedrijven de hoofdstad kiezen als vestigingsplaats. ‘Maar waarom zouden overheden, NGO’s en onderwijsinstellingen zich niet wat meer over het land kunnen spreiden? Of het vestigen in de periferie kunnen stimuleren? Dan pas ontstaat er een gezonde competitie.’

Webshops in het hele land

Gek genoeg heeft de coronacrisis het speelveld gelijker gemaakt. De digitalisering is in een stroomversnelling terecht gekomen. Bedrijven in het hele land openden webshops. ‘Je hoeft geen vestiging te hebben in de hoofdstad, ook vanuit een klein dorp aan de rand van het land kun je producten versturen. Dit betekent een grote kans, vooral voor jongeren. Want vaak zijn het jongeren die websites bouwen.’   

Met dit soort input uit het veld draagt Sinan bij aan de Jongerenadviescommissie, een commissie die het ministerie van Buitenlandse Zaken samen met de Nationale Jeugdraad startte, met daarin jongeren uit verschillende landen. Sinan: ‘Het Nederlandse ministerie maakt beleid voor mijn land, dus het is fijn dat ik mag meepraten over wat er in de praktijk werkt.’  

Snel kennis uitwisselen

‘Daarnaast is het inspirerend om van jongeren uit andere landen te horen hoe zij bepaalde zaken aanpakken. Jongeren onderling wisselen veel sneller kennis uit dan overheden van elkaar leren.’ Een voorbeeld? ‘Arabische jongeren deelden instructies voor het produceren van mondmaskers. Binnen een maand gingen jongeren in tien landen ermee aan de slag. Wat overheden maanden kost, fixen jongeren in een paar dagen’, lacht Sinan.