Aanpak coronavaccinatie in Nederland

De overheid verwacht dat iedereen vanaf 18 jaar medio juli 2021 tenminste 1 coronaprik gehad kan hebben. De meeste mensen hebben dan alle prikken al gehad. Dit voorkomt (ernstige) ziekte en sterfte door corona. Het kabinet werkt samen met verschillende organisaties om dit mogelijk te maken.

Keuze voor volgorde coronavaccinatie

Voor iedereen die dat wil in Nederland moet een coronavaccin beschikbaar zijn, vindt de overheid. Er zijn niet meteen voldoende vaccins voor iedereen. Bepaalde groepen mensen komen als eerste in aanmerking voor vaccinatie. Dit om de meest kwetsbare mensen te beschermen en om de druk op de gezondheidszorg te verlagen. 

Op basis van het advies van de Gezondheidsraad is gestart met de vaccinatie van de groepen waar het risico op ernstige ziekte en sterfte het grootste is. En met de mensen die voor hen zorgen. Dat zijn: 

Na deze groepen zijn de mensen van 18 tot 60 jaar aan de beurt. Daarbij vindt vaccinatie van oud naar jong plaats. Dat is omdat het risico op ernstige ziekte en sterfte stijgt als u ouder wordt.

Doel: zo snel mogelijk bescherming tegen corona

Een goed werkend vaccin is de belangrijkste manier om de wereldwijde verspreiding van het coronavirus te stoppen. Het doel van het kabinet is dan ook om zo snel mogelijk zoveel mogelijk mensen te vaccineren. Daarmee beschermen we niet alleen onszelf en de kwetsbaren in onze samenleving. Maar zo krijgen we ook stapje voor stapje steeds meer vrijheid terug. 

Op 21 februari 2021 werd in Nederland de miljoenste prik gezet. Op 19 maart 2021 de 2 miljoenste prik en op 8 april 2021 de 3 miljoenste prik. Op 26 april, 11 dagen na de 4 miljoenste prik, is de 5 miljoenste prik gezet. En op 6 mei de 6 miljoenste prik. Op 28 mei is de 9 miljoenste prik gezet. Deze versnelling wordt doorgezet. Volgens de planning van vaccinatie krijgt iedereen vanaf 18 jaar voor medio juli 2021 een 1e prik.

Tempo van vaccineren 

Het aantal vaccinaties wordt versneld door:

  • Een zo klein mogelijke voorraad.
    Hierdoor zijn meer vaccins beschikbaar voor de 1e prik. Een beperkte voorraad is nodig om tegenvallende leveringen van vaccins op te vangen. Een 2e prik kan daarmee toch op tijd worden gezet.
  • Terugbrengen van verspilling van vaccins.
    Eerder werd verwacht dat er sprake was van 10 % verspilling van vaccins. Dit blijkt in de praktijk minder dan 5%. Verspilling is niet helemaal te voorkomen maar er wordt constant gekeken hoe dit beperkt kan worden. Hoe minder verspilling, hoe meer van de geleverde vaccins ook daadwerkelijk in prikken terug te zien is.
  • Een groter aantal vaccins.
    Er komen steeds meer vaccins beschikbaar waardoor steeds meer mensen gevaccineerd kunnen worden.
  • Meer priklocaties.
    Hierdoor kunnen meer mensen zich makkelijker laten vaccineren.
  • Zoveel mogelijk groepen uitnodigen voor een vaccinatie.
    Door de beschikbare vaccins en de capaciteit op de priklocaties worden zoveel mogelijk groepen uitgenodigd voor een vaccinatie. Bij de volgorde volgt het kabinet de adviezen van de Gezondheidsraad.

Een actueel overzicht van onder andere het aantal gezette prikken, het aantal geplande prikken en de hoeveelheid geleverde en beschikbare vaccins staat op het coronadashboard.

Samenwerken met organisaties

Om zo snel mogelijk zoveel mogelijk mensen te vaccineren, werkt het kabinet samen met onder andere de volgende partijen:

  • het RIVM, die zorgt voor de distributie van de vaccins en het versturen van de uitnodigingen. Defensie en het bedrijfsleven helpen het RIVM hierbij;
  • het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, zorgt voor de beoordeling van de veiligheid van de vaccins;
  • het Bijwerkingencentrum Lareb onderzoekt meldingen van bijwerkingen en houdt ze in de gaten;
  • de Gezondheidsraad geeft adviezen bij de inzet van vaccins;
  • het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) zorgt voor beoordeling van vaccins op veiligheid en effectiviteit;
  • koepelorganisaties en brancheorganisaties in de zorg delen informatie. Bijvoorbeeld over de vaccins en de planning van de vaccinaties met de zorgmedewerkers en hun werkgevers;
  • GGD-GHOR en de landelijke GGD’en zijn verantwoordelijk voor de vaccinatie van mensen:
  • De Landelijke Huisartsen Vereniging zorgt via huisartsen voor de vaccinatie van mensen:
    • geboren in 1956 - 1960;
    • die niet-mobiel zijn en geboren in 1960 of eerder;
  • Het Landelijk Netwerk Acute Zorg organiseert de inzet van de ziekenhuizen bij vaccinatie van ziekenhuismedewerkers;
  • De Federatie van Medisch Specialisten geeft aan welke personen op basis van extra hoog risico een vaccinatie mogen ontvangen.

Vragen en antwoorden over de aanpak van coronavaccinatie