Vrouwen aan het werk

Veel vrouwen werken niet of in deeltijd. Daardoor hebben ze niet genoeg geld om economisch zelfstandig te zijn. Ongeveer de helft van de vrouwen in Nederland staat financieel niet op eigen benen. Hun inkomen is minder dan 70% van het netto minimumloon. De overheid wil de economische zelfstandigheid en de financiële onafhankelijkheid van vrouwen vergroten.

Vergroten economische zelfstandigheid en financiële onafhankelijkheid vrouwen

De economische en financiële verschillen tussen mannen en vrouwen worden kleiner. Toch wil het kabinet dat nog meer vrouwen zich economisch zelfstandig en financieel redden. De overheid wil bijvoorbeeld beloningsdiscriminatie voorkomen. Beloningsdiscriminatie betekent  dat mannen meer verdienen voor hetzelfde werk dan vrouwen.

Als vrouwen niet economisch zelfstandig zijn, lopen ze financiële risico's. Het is belangrijk dat vrouwen dat in de gaten hebben. Een scheiding kan bijvoorbeeld grote gevolgen hebben. Of als de partner werkloos raakt. Financieel zelfstandige vrouwen kunnen hun eigen keuzes maken. Zij staan sterker in de maatschappij.

Dit kabinet heeft hieraan een nieuwe en ambitieuze doelstelling toegevoegd. Het verschil tussen mannen en vrouwen dat financieel onafhankelijk is, is veel groter. Het kabinet wil dat verschil kleiner maken. Dat moet de keuzevrijheid van vrouwen nog verder verbeteren.

Meer vrouwen aan het werk

Vaak verrichten vrouwen de grootste zorgtaken. Denk bijvoorbeeld aan het de zorg voor kinderen en het huishouden. De  overheid wil makkelijker maken om werk en zorg te combineren. Zowel voor mannen als vrouwen. Bijvoorbeeld door te stimuleren dat bedrijven afspraken maken over flexibele werktijden. Door verlofregelingen of door een financiële tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang.

De arbeidsparticipatie van vrouwen ligt (Europees gezien) goed. Maar in Nederland werken veel vrouwen in deeltijdbanen en lang niet altijd vrijwillig. Soms is voor een deeltijdbaan gekozen, bijvoorbeeld om zorg en werk te combineren. (Kleine) deeltijdbanen hebben wel nadelen. Wie weinig werkt, verdient minder en heeft ook minder mogelijkheden om zich professioneel te ontwikkelen. Deze deeltijdbanen houden de ongelijke verdeling in stand tussen mannen en vrouwen. Bovendien wordt deze verdeling sterk bepaald door stereotiepe rolpatronen. Het kabinet wil dit doorbreken.

Kansen verhogen vrouwen met een afstand tot de arbeidsmarkt

Sommige vrouwen werken niet, omdat zij een grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Mensen die bijvoorbeeld moeite hebben met lezen en schrijven, hebben meer moeite om een baan te vinden. Ook onder vrouwen is er nog veel laaggeletterdheid. De overheid verkleint de achterstanden op de arbeidsmarkt van specifieke groepen vrouwen, bijvoorbeeld:

  • laagopgeleide vrouwen;
  • vrouwen met een arbeidsbeperking;
  • alleenstaande moeders;
  • vrouwen met een migratieachtergrond.

Belangrijke samenwerkingspartners hierbij zijn de gemeenten en het UWV.

De overheid stimuleert vrouwen zonder werk en/of zonder uitkering om hun talenten te ontdekken. Het project Educatie voor Vrouwen met Ambitie (EVA) biedt trainingen empowerment, taalscholing en/ of arbeidsmarktoriëntatie aan. Sinds de start in 2014 hebben in totaal 5.000 vrouwen deelgenomen aan een EVA traject/cursus en daarmee een stap richting economische zelfstandigheid gezet.

Meer vrouwen naar de top

Nog steeds is het aantal vrouwen in hogere functies te laag. Vooral aan de top van de organisaties. De overheid vindt dat vrouwen te langzaam doorstromen naar topposities. De economie groeit namelijk beter bij het inzetten van alle talenten die Nederland rijk is. Daarom is er een aanpak voor Vrouwen naar de Top. Op de website Topvrouwen.nl vinden bedrijven met vacatures een groep hooggekwalificeerde vrouwen met talent en ambitie.

Minstens 30% vrouwen in hogere functies

Het kabinet wil dat topfuncties gelijkmatig verdeeld worden over mannen en vrouwen. Daarom moeten grotere bedrijven zich houden aan een wettelijk streefcijfer. Zij moeten minstens 30% vrouwen en minstens 30% mannen in hun Raad van Bestuur of Raad van Commissarissen hebben.

Dit wettelijke streefcijfer geldt tot 2020. In 2019 wordt de balans opgemaakt. Als de naleving dan nog onvoldoende is, is het kabinet bereid met stevige maatregelen te komen. Tot die tijd wordt er een bijeenkomst georganiseerd met de top van het Nederlandse bedrijfsleven over dit onderwerp en zal worden benadrukt hoe belangrijk meer diversiteit in de top van het bedrijfsleven is.