Nederland is veiliger in een sterk en verbonden Europa. Dat is nu extra belangrijk, door de Russische agressie en onrust in de wereld. Om Europa beter te beschermen, werkt Nederland daarom samen met landen in de NAVO, de Europese Unie (EU) en daarbuiten.
Sterker Europa in de NAVO
De NAVO blijft de belangrijkste basis voor een veilig Europa. Dit bondgenootschap tussen 32 landen zorgt voor de bescherming van het Noord-Atlantisch verdragsgebied, waar Europa deel van uitmaakt. Nederland wil werken aan een sterker Europa binnen de NAVO. Dat betekent dat Europese landen meer investeren in defensie en meer verantwoordelijkheid nemen voor de veiligheid van Europa.
De EU: samen sterker voor vrede en veiligheid
In de EU werken 27 landen samen, ook op het gebied van veiligheid. Dat is nodig, want dreigingen gaan steeds vaker over landsgrenzen heen. Denk aan cyberaanvallen, terrorisme of de agressie van Rusland, die zich ook tegen Nederland richt. Samenwerking in de EU zorgt voor:
Door samen informatie uit te wisselen, kunnen landen sneller criminelen en terroristen opsporen.
Door samen Europa te beschermen tegen cyberaanvallen, bijvoorbeeld in opdracht van andere landen of criminele netwerken.
Samen kunnen EU‑landen harder optreden tegen agressie van andere landen. Zoals sancties tegen Rusland vanwege de oorlog in Oekraïne.
Door samen wapens en ander materieel te kopen, zijn de kosten vaak lager. En zijn landen beter op elkaar afgestemd. Dat maakt de Europese defensie sterker en voordeliger. Ook door meer in Europa te produceren.
Oekraïne is een Europees land en beschermt niet alleen zichzelf, maar ook de rest van Europa tegen de Russische agressie. Het is dus belangrijk om Oekraïne te blijven steunen. Alle EU-landen dragen daaraan bij.
De EU helpt ook conflicten in de wereld tegen te gaan. Bijvoorbeeld met diplomatie, internationale afspraken en vredesmissies. De EU werkt daarbij vaak samen met de NAVO en andere bevriende landen.
De rol van Nederland
Ook Nederland draagt bij aan een sterker en veiliger Europa. Bijvoorbeeld door:
- meer te investeren in de Nederlandse krijgsmacht;
- de Nederlandse en Europese defensie‑industrie te versterken;
- Oekraïne bij te staan met militaire en niet-militaire steun;
- beter voorbereid te zijn op cyberaanvallen en andere hybride dreigingen;
- een grotere militaire verantwoordelijkheid binnen de NAVO te nemen. Bijvoorbeeld door met het Duits-Nederlandse Legerkorps (1GNC) leiding te geven aan NAVO-troepen in Estland en Letland.