Ministeries

Nederlandse inzet en hulp aan Afghanistan

Nederland monitort de situatie in Afghanistan zo goed mogelijk in nauwe samenwerking met maatschappelijke organisaties en met gelijkgezinde landen. Vanwege de sluiting van de Nederlandse ambassade in Kaboel en vanwege gebrekkige informatienetwerken in Afghanistan, is het echter moeilijker geworden berichten te controleren.

Bekijk ook de veelgestelde vragen over de situatie in Afghanistan.

De diplomatieke inzet van Nederland richt zich op de volgende prioriteiten:

1) veilige doorgang voor Nederlandse ingezetenen en Afghanen die voor overbrenging naar Nederland in aanmerking komen;

2) hulpverlening aan de Afghaanse bevolking;  

3) mensenrechten en in het bijzonder de positie van vrouwen en meisjes.

Daarnaast vindt Nederland dat voorkomen moet worden dat Afghanistan een uitvalsbasis wordt voor internationaal terrorisme. Nederland zet zich zowel bilateraal als in multilateraal verband (EU, VN, NAVO, Anti-ISIS Coalitie) in voor deze prioriteiten. Naast de diplomatieke inzet kijkt Nederland ook naar ontwikkelingssamenwerking en humanitaire steun aan de Afghaanse bevolking.

Op dit moment is er geen sprake van grote nieuwe vluchtelingenstromen vanuit Afghanistan naar de regio. Toch bereidt Nederland zich alvast voor op een dergelijk scenario. Uitgangspunt daarbij is dat opvang in eerste instantie in de regio dient plaats te vinden.

In 2022 trekt Nederland 20 miljoen euro uit voor noodhulp aan de Afghaanse bevolking. Deze directe bijdrage gaat naar het Afghanistan Humanitarian Fund en komt bovenop de zogenoemde ongeoormerkte bijdragen van Nederland aan multilaterale organisaties zoals de Verenigde Naties. Een deel van deze ongeoormerkte bijdragen komt terecht in Afghanistan. De verdeling vindt plaats door de hulporganisaties op basis van wereldwijde noden.

Overbrengingen naar Nederland

Sinds de Taliban Kaboel hebben ingenomen zijn ongeveer 3100 mensen vanuit Afghanistan naar Nederland gebracht. Voor 1860 personen was dat tussen 15 en 26 augustus. Nog eens ruim 1200 mensen volgden tussen begin september en 21 maart. Hiervoor maakte Nederland vooral gebruik van vluchten via Qatar, Pakistan en Iran. Lees meer hierover in de Kamerbrief over de stand van zaken van 30 maart.

Nederland blijft zich actief inspannen om mensen die daarvoor in aanmerking komen vanuit Afghanistan, via landen in de regio, naar Nederland over te brengen. Zoals aangekondigd in de Kamerbrief van 11 oktober gaat het daarbij om personen (en leden van hun kerngezinnen) uit de volgende groepen:

  1. Nederlanders en Afghanen met een verblijfrecht in Nederland;
  2. personen die kwalificeren als doelgroep van de motie-Belhaj. Hieronder vallen:
    • Mensen die tijdens de acute evacuatiefase waren opgeroepen in het kader van deze motie maar die niet op tijd het vliegveld konden bereiken;
    • Medewerkers (aangedragen door NGOs) van een door BZ/BHOS gefinancierd project op het gebied van sociale vooruitgang, vrede en veiligheid of duurzame ontwikkeling;
    • Medewerkers die in een publiek zichtbare functie werkzaam waren voor Defensie of EUPOL;
  3. tolken en personen die hoog-profiel werkzaamheden hebben uitgevoerd voor Defensie of een internationale militaire of politiemissie;
  4. lokale medewerkers van de Nederlandse ambassade;
  5. lokale medewerkers van een internationale organisatie (EU, VN en NAVO).

Daarnaast is het kabinet bereid 25 mensenrechtenverdedigers en (fixers van) journalisten op te nemen. Deze staan op een door de de Europese Unie opgestelde lijst van ongeveer 650 Afghanen die een hoog risico lopen.