Ministeries

Hoe voorkomen we terrorisme in Noord-Afrika?

In de periode 2012-2015 groeide het aantal aanhangers van ISIS in Irak en Syrië. Een deel hiervan was afkomstig uit Tunesië en Libië. Het ministerie van Buitenlandse Zaken zet zich in om terrorisme in onder andere Noord-Afrika tegen te gaan, om ook Europa en Nederland veilig te houden. We nemen je mee achter de schermen.

Tunis, Tunesië
Beeld: ©Skander Zarrad via Getty Images

Terrorisme stopt niet bij de grens

Wanneer je denkt aan het voorkomen van radicalisering en gewelddadig extremisme, dan denk je misschien al snel aan het werk van Defensie, de politie of de AIVD. Maar onze veiligheid begint vaak buiten de grens. Daarom zet ook het ministerie van Buitenlandse Zaken zich actief in om Nederland veilig te houden.

Onder andere met behulp van een diplomatiek netwerk, gericht op het tegengaan van terrorisme. Sinds 2015 werken deze diplomaten, ook wel regionale veiligheidscoördinatoren, in zes verschillende gebieden in de wereld waar de veiligheidsrisico’s soms hoog zijn. Niet alleen voor het land zelf, maar ook voor Nederland.

Hun doel? Om terrorisme bij de bron te stoppen, ook voordat het naar Nederland kan komen. We spreken Sabrina Brandt, regionale veiligheidscoördinator in Noord-Afrika (Tunesië, Algerije en Libië) over de grootste uitdagingen daar.

Wereldwijd tegengaan van gewelddadig extremisme

Noord-Afrika: een instabiele regio vlak onder Europa

Sabrina Brandt werkt vanuit de ambassade in de Tunesische hoofdstad Tunis. Wat maakt haar werk daar zo belangrijk? “De afgelopen jaren zijn er in Tunesië verschillende aanslagen gepleegd. En vanuit het land waren er veel uitreizigers die zich aansloten bij terroristische organisaties in Irak, Syrië en Libië. Diverse aanslagen in Europa van de laatste jaren zijn gepleegd door mensen met de Tunesische nationaliteit.”

“Tunesië is een prachtig land met fijne mensen. Maar we zien dat het land erg lijdt onder de coronasituatie en een economische crisis. Zo is de werkloosheid in de afgelopen tijd met 10% gestegen, terwijl die al behoorlijk hoog was. Dat is een zorgwekkende ontwikkeling. Een groot gevaar is dat deze ontwikkelingen kunnen leiden tot de aantrekkingskracht van extremistische ideeën. Want radicalisering ontstaat het vaakst in groepen die kwetsbaar zijn.”

“Radicalisering ontstaat het vaakst in kwetsbare groepen.”

“Met deze instabiliteit en de mogelijke gevolgen houden wij ons op de ambassade bezig. Dat doen we bijvoorbeeld door gesprekken te voeren met de lokale autoriteiten, andere landen en NGOs (niet-overheidsorganisaties). Vanuit de ambassade doen we onderzoek, waaraan allerlei terrorisme-experts uit Noord-Afrika meewerken. Zij kennen het land, maar ook de regio, heel goed. Dankzij deze samenwerking proberen we inzicht te krijgen waar de problemen liggen, en hoe er op tijd kan worden ingegrepen, voordat terrorisme de kop opsteekt.

Daarvoor wisselen we kennis uit met lokale veiligheidsdiensten en autoriteiten over het voorkomen van radicalisering. En tegelijkertijd zetten we projecten op om lokale autoriteiten te trainen.”

Re-integratie en voorkomen van verdere radicalisering

“In de afgelopen jaren hebben zo’n 3.000 Tunesiërs zich aangesloten bij terroristische organisaties in het buitenland. Een deel van deze mensen is in Tunesië veroordeeld, en zal op een gegeven moment weer vrijkomen. We werken samen met de Tunesische autoriteiten om het management van gevangenissen en re-integratie te verbeteren, met een focus op het voorkomen van verdere radicalisering.” Waarom dat belangrijk is?

“Radicalisering in gevangenissen is een uitdaging waar de meeste landen wel mee te maken hebben. Ook Nederland. We weten dat gevangenissen actief worden gebruikt om leden voor terroristische organisaties te werven, dat is een risico. Ook moet juist in gevangenissen worden ingezet op voorkomen op verdere radicalisering van terrorisme-verdachten, of het rekruteren van andere gevangenen. Dit doen we bijvoorbeeld door het uitrollen van classificatiesystemen die inzicht verschaffen in welke gevangenen wel en niet bij elkaar geplaatst kunnen worden.

Libië en de dreiging van Islamitische Staat

“In Libië zijn nog steeds cellen van Islamitische Staat (IS) actief. Ze werken samen met andere terroristische organisaties in de Sahel en de Maghreb. We ondersteunen de Libische autoriteiten met het opstellen van een nationaal preventieplan.

Libië is een verdeeld land. Vanuit mijn expertise volg ik hoe de macht is verdeeld tussen alle milities en hoe dat zich in het huidige vredesproces uitspeelt. Een belangrijke vraag bij deze weg naar vrede is: hoe wordt er in Libië straks bepaald welke mensen er wél en niet als terrorist worden bestempeld? We moeten er goed zicht op houden dat iedereen het recht krijgt op een eerlijk proces.

Een belangrijk punt van aandacht is namelijk hoe andere landen omgaan met het tegengaan van terrorisme. Het is belangrijk dat we voorkomen dat terrorismebestrijding wordt gebruikt als excuus om mensenrechten te schenden. Dit is een thema dat niet alleen in Noord-Afrika speelt, maar  wereldwijd.”

Verband tussen migratie en terrorisme

“We rapporteren aan Den Haag en de Nederlandse veiligheidspartners over de ontwikkelingen in Noord-Afrika en analyseren de risico’s op het gebied van terrorisme en gewelddadig extremisme. Daarbij is onderlinge samenwerking van groot belang. Niet alleen tussen Nederland en andere landen, maar ook binnen het ministerie Buitenlandse Zaken. Zo hoop ik nog meer samen te kunnen werken met de regionale migratiecoördinator. Migratie ligt in het verlengde van terrorismebestrijding, omdat migratie en radicalisering vaak overlappende oorzaken hebben. Door beter samen te werken, kunnen we ons daar gezamenlijk tegen inzetten.”

“Migratie en radicalisering hebben vaak overlappende oorzaken.”

Sabrina Brandt
Sabrina Brandt tijdens een van haar veldbezoeken in Zuid-Tunesië aan een politiebureau, gebouwd en verbouwd door United Nations Development Programme met steun van Nederland. De politie werkt samen met de lokale autoriteiten en maatschappelijk middenveld aan lokale uitdagingen zoals migratie, radicalisering en geweld tegen vrouwen. Het vertrouwen tussen burger en de veiligheidsdiensten neemt daarmee toe. Dat is belangrijk voor het voorkomen van radicalisering en gewelddadig extremisme.

“Voor stabiliteit in de regio is het belangrijk dat er werkgelegenheid wordt gecreëerd, mensenrechten worden gerespecteerd en mensen toegang hebben tot levensvoorzieningen; juist in de armere gebieden van Tunesië en Libië. Als regionale veiligheidscoördinator beheer ik een aantal projecten die bijdragen aan het verbeteren van het vertrouwen tussen de bevolking en autoriteiten. Bijvoorbeeld door de samenwerking tussen de politie en maatschappelijke organisaties te bevorderen, en de politie op het gebied van mensenrechten te trainen.

We blijven met de autoriteiten in gesprek over mensenrechten, en proberen kwetsbare groepen weerbaar te maken. Waar nodig delen we onze eigen kennis. Dit is van groot belang om als Nederland een bijdrage te leveren. Daarmee helpen we ook voorkomen dat deze problemen, of de effecten van terrorisme overslaan naar Europa.”