Nederland blijft aan het werk in een gespannen Libanon
Ministeries
Al meer dan een jaar leeft Libanon onder hoge spanning. Nog elke dag voert Israël aanvallen uit op Libanees grondgebied, vooral in het zuiden. Toch keert langzaam een vorm van rust terug. Voor het team van de Nederlandse ambassade betekent dat een terugkeer naar het diplomatieke werk. ‘We kunnen eindelijk vooruitkijken,’ zegt ambassadeur Frank Mollen.
Wat viel jou het eerste op toen je aankwam in Libanon?
‘Ik kwam hier aan in augustus 2024, in een periode van grote spanning. Nog geen jaar na de Hamas-aanval op Israël en de daaropvolgende reactie van Hezbollah. Kort daarna ontploften in één klap duizenden piepers en walkie-talkies, het begin van de gevechten tussen Israël en Hezbollah.
Voor de mensen was het verschrikkelijk. Ook bij ons op de ambassade voelde je de druk. Collega’s moesten verhuizen omdat hun wijk werd getroffen. En veel Libanezen vroegen zich af: wat gebeurt er nu weer met mijn land? Want sinds 2019 is het hier crisis op crisis geweest: de financiële ineenstorting, de havenexplosie, en nu weer oorlog.
Toch is er ook iets anders dat me meteen opviel: de veerkracht. Libanezen zijn ongelooflijk sterke mensen. Ondanks alles blijven ze doorgaan, met een warmte en gastvrijheid die je overal voelt. Dat is bewonderenswaardig.’
‘Iedereen voelde de druk, maar niemand liet zich uit het veld slaan.’
Hoe was het om in zo’n context te beginnen?
‘Ik kwam terecht in een team dat, ondanks alle spanning, goed overeind bleef. Dat vond ik echt indrukwekkend. Iedereen voelde de druk, maar niemand liet zich uit het veld slaan. Dat zegt veel over de mensen hier, en over het ambassadeteam.
Hiervoor werkte ik in Iran, en dat maakt het contrast alleen maar groter. Iran is een gesloten land, moeilijk toegankelijk, met een kleine internationale gemeenschap. Libanon is precies het tegenovergestelde: klein, open en levendig. Je kunt hier iedereen spreken, van ministers tot kunstenaars en journalisten. Mensen zijn direct en warm, en ondanks alle zorgen merk je een enorme levenslust.
Het is bovendien een prachtig land. De kust, de bergen, het eten, de Libanese keuken is echt geweldig. Dat was in die eerste periode lastig, want we konden nauwelijks reizen. Maar zelfs in tijden van spanning proef je hier iets van die gastvrijheid. Dat maakt Libanon bijzonder.’
Is de rust enigszins teruggekeerd?
‘Absoluut. Na twee maanden van zware gevechten kwam er half november een staakt-het-vuren. Al is het relatief: Israël voert nog bijna dagelijks aanvallen uit op Libanon. Dat zorgt voor onrust, maar het is totaal niet te vergelijken met de periode daarvoor, toen ook Beiroet zelf voortdurend werd geraakt.
De aanvallen zijn nu meer doelgericht, wat niet wegneemt dat het de soevereiniteit van het land onder druk zet. Toch zie je voorzichtig optimisme terugkomen. De horeca leeft weer op, restaurants zitten vol, toeristen keren langzaam terug. Ook in de bouw zie je beweging. De economie groeit, al komt die van een heel laag niveau.
Er is hoop, maar ook angst. Angst voor een nieuw conflict met Israël. En veel mensen vragen zich af wat er gebeurt als de oorlog in Gaza voorbij is. Of dat juist méér aandacht naar Libanon zal trekken. Niemand weet het, maar één ding is zeker: het is niet te vergelijken met die donkere maanden van vorig jaar.’
‘We helpen Libanon overeind te blijven in een moeilijke regio.’
Op welke onderwerpen werkt Nederland samen met Libanon?
‘We geven veel steun aan Syrische vluchtelingen, maar ook aan de Libanese gemeenschappen die hen opvangen. Dat is belangrijk, want als je alleen de vluchtelingen helpt, krijg je scheve verhoudingen. Daarom doen we beide. Ook helpen we bijv. lokale organisaties op het gebied van mensenrechten, waaronder vrouwenrechten en vrijheid van meningsuiting.
Daarnaast werken we aan stabiliteit: Libanon helpen overeind te blijven in een moeilijke regio. Dit is een land met drie grote religieuze groepen (christenen, soennieten en sjiieten) en daaronder weer kleinere gemeenschappen. Dat maakt het land rijk, maar ook kwetsbaar. Van oudsher is er veel wantrouwen tussen de groepen.
Het Libanese leger, de Lebanese Armed Forces, is eigenlijk het enige instituut dat door iedereen wordt vertrouwd. Het bewaakt de grenzen, en speelt een rol in ontmijning en veiligheid. Maar ook in projecten die direct de bevolking raken: ziekenhuizen, scholen, waterinstallaties. Een deel van onze steun gaat dus naar dat leger, om het land overeind te houden.’
‘Libanezen zijn, net als wij, sterke handelaren.’
Zijn er ook gebieden waar jullie economisch samenwerken?
‘Zeker. We werken samen met de private sector, vooral in de landbouw. Daar liggen kansen: avocado’s, kersen, appels – en druiven natuurlijk. Producten die hier volop groeien, maar waarvan de export nog nauwelijks op gang is gekomen. Nederland staat in Libanon bekend als een knowledge powerhouse op landbouwgebied. Die reputatie opent deuren. Libanezen zijn, net als wij, sterke handelaren. Kleine landen die groot denken. Dat schept een band.’
Wat vind je het mooiste aan je werk?
‘Het mooiste vind ik om Nederland te mogen vertegenwoordigen in het buitenland. Dat blijft bijzonder. Als diplomaat krijg je de kans om in drie of vier jaar een land echt goed te leren kennen. Je spreekt mensen uit alle lagen van de samenleving. Iedereen heeft zijn eigen verhaal, en samen vormen die het grotere beeld van een land.
Wat dit werk ook bijzonder maakt, is dat je telkens opnieuw mag beginnen. Een nieuw land, nieuwe mensen, een nieuw perspectief. Dat houdt het levend. Je moet als diplomaat een natuurlijke nieuwsgierigheid hebben, de wil om te ontdekken. Als je dat hebt, is het de mooiste baan die er is.
En het is ook dankbaar werk. We steunen bijvoorbeeld boeren en producenten in de landbouwsector. Daar zie je direct het resultaat: kennis delen, nieuwe technieken, mensen die zelf verder kunnen. Dat geeft veel voldoening.’