Financiële sector

Deze hoofdrubriek bevat 5 rubrieken:

Een gezonde financiële sector is een voorwaarde voor de economie om goed te kunnen functioneren. Het kabinet wil consumenten en bedrijven, die hun geld toevertrouwen aan financiële instellingen, zo goed mogelijk beschermen. Door toezicht op de werkwijze van individuele bedrijven en het hele financiële systeem. En door misbruik van de financiële sector met maatregelen tegen te gaan.

Een gezonde financiële sector

Animatie waarin wordt uitgelegd waarom een gezonde financiële sector onmisbaar is voor het functioneren van de economie. 

Minister Dijsselbloem:

Goedemiddag. Dank voor jullie komst.
We hebben vanmiddag in de ministerraad gesproken over de kabinetsvisie voor de bankensector over de volle breedte van de financiële sector van Nederland en een aparte brief over de toekomstplannen met ABN-AMRO en ASR, twee van de financiële instellingen die in het licht van de financiële crisis zijn overgenomen en die twee hangen nauw met elkaar samen.
Ik zal eerst stilstaan bij de bankenvisie dus het verhaal dat gewoon breed geldt, wat we gedaan hébben en wat ons nog te doen staat om de bankensector op orde te krijgen.
En vervolgens zal ik iets zeggen over wat de toekomstplannen zijn met ABN en ASR. Het spreekt voor zich dat gezonde banken cruciaal zijn voor economisch herstel en een belangrijke maatschappelijke functie vervullen in het betalingsverkeer voor het veilig kunnen bewaren, wegzetten, sparen van geld en natuurlijk kredietverlening voor bedrijven.
Dus consumenten en bedrijven zijn ook sterk afhankelijk van het goed functioneren van banken op deze taken en de grote uitdaging is, eigenlijk al sinds 2008 om de banken weer in die traditionele rol te zetten te zorgen dat ze die taak met waarborgen omkleed vervullen met minder risico's dan in het verleden.
Daarop richt zich het beleid al de afgelopen jaren en dat zal ook de komende jaren met nieuwe kracht worden ingezet.
Een sterke en stabiele sector, die bijdraagt aan het vertrouwen ook het vertrouwen in de economie. Daarom komen we met maatregelen op het gebied van strengere kapitaaleisen versterking en uitbreiding van het toezicht, concurrentiebevordering bevorderen van integriteit, integer handelen en de klant centraal stellen.
Als ik die punten met u mag langslopen.
Op de eerste plaats: kapitaaleisen zijn cruciaal om banken stabiel en sterk te krijgen. Daarvoor zijn er in Europa natuurlijk initiatieven genomen en minimumnormen afgesproken.
We hebben in Nederland, het wetsvoorstel ligt inmiddels bij de Kamer het voornemen om risicogewogen ratio's extra te versterken voor systeemrelevante banken, en daarbovenop speelt een discussie over de zogenaamde 'leverage ratio', die niet risicogewogen is die een harde ratio geeft voor de kwaliteit van het kapitaal in de onderneming.
De commissie-Wijffels, die belangrijk werk heeft verricht voor dit visiestuk van het kabinet, heeft vastgesteld dat de drie procent zoals die nu in Europa voorlopig is vastgesteld, onvoldoende hoog is.
Het kabinet heeft in deze brief uitgesproken dat het ten minste vier procent moet worden voor de Nederlandse banken.
En dat zullen we doen door ons in te zetten in Europa om het niveau van drie procent ook omhoog te krijgen.
In Europa is deze discussie nog op drie manieren in beweging.
In de eerste plaats het niveau van de leverage ratio in de tweede plaats de vraag of die voor iedereen moet gelden en in de derde plaats de vraag of nationale overheden de ruimte krijgen om daarin verder te gaan dan de Europese afspraak.
De Nederlandse regering zal er zich voor inzetten dat de leverage ratio in Europa op een hoger niveau wordt afgesteld dan de nu voorlopig vastgestelde drie procent en wij zullen zelf streven naar, zeker voor onze systeemrelevante banken een leverage ratio van minimaal vier procent.
De Nederlandsche Bank krijgt daar zoals we dat nu ook al hebben voor de gewogen ratio de ruimte om met de banken een tijdpad af te spreken en een ratio die uiteindelijk voor hen adequaat is.
Ook het opschonen van bankbalansen is nog niet voltooid in Nederland.
In het licht van de crisis is daar nog het nodige werk te verrichten.
Zoals u weet, worden het komende jaar onder leiding van de Centrale Bank bij de grote banken in Europa allemaal de balansen doorgelicht en dat gebeurt door middel van 'asset-quality reviews' en stresstesten en de Nederlandse overheid zal, in samenwerking met de ECB, zorgen dat op tijd, zodra dat proces is afgerond en waar nodig, wordt geherkapitaliseerd.
Dan de uitbreiding van het toezicht, de kwaliteit van het toezicht.
Daar is al veel gebeurd sinds 2008.
Toezichthouders moeten sneller kunnen ingrijpen als banken in problemen komen, doen dat ook maar banken zullen zo moeten worden georganiseerd, dat zij áls zij in problemen komen, ook gesplitst kunnen worden en dat in ieder geval de nutsfuncties gesplitst kunnen worden en veiliggesteld kunnen worden. Daarvoor worden nu 'living wills' opgesteld.
Die moeten voor het einde van het jaar klaar zijn.
Daarmee wordt de structuur van banken inzichtelijk.
Er worden ook afspraken gemaakt welke maatregelen moeten worden genomen om die afwikkelbaarheid te vergroten en te zorgen dat in geval van een crisis sparen en kredietverlening kunnen worden veiliggesteld.
Ook bij eventuele faillissementen van banken zal in de toekomst moeten worden voorkomen dat de rekening weer bij de belastingbetaler terechtkomt.
De kosten horen te liggen bij diegene die het risico heeft genomen dan wel risicovol heeft belegd. Een belangrijk principe dat ook in de Europese wetgeving nu is verankerd.
Ook de structuur van banken krijgt aandacht in de brief.
In lijn met de voorstellen van de commissie-Liikanen en de commissie-Wijffels wil het kabinet een scheidingsverplichting invoeren voor bepaalde risicovolle handelsactiviteiten van banken indien deze een bepaalde omvang overstijgen.
Een maatregel die het risicoprofiel van banken beperkt.
Verder is er natuurlijk een belangrijke ontwikkeling gaande in Europa wat wordt genoemd de 'resolutie'.
Het resolutiebeleid, er is een resolutie-instrumentarium dat ook voor Nederlandse banken, zowel voor hun balanssamenstelling als voor de verantwoordelijkheidsverdeling en de wijze waarop we om zullen gaan met banken in de problemen impact hebben. En stappen daartoe zijn gezet.
Dan het thema 'integer handelen en de klant centraal'.
Dat zou in een normale sector ook een open deur zijn.
Dat is op basis van de ervaringen tot 2008 níet normaal geweest en banken hebben daar nog heel veel vertrouwen terug te winnen bij hun klanten.
Bestuurders van banken moeten geschikt en betrouwbaar zijn en daarop streng worden getoetst waarbij excessief risicogedrag moet worden uitgebannen.
De screening die al is ingevoerd en nu voor het eerst heeft plaatsgevonden van de top van banken, de DNB en de AFM hebben dat samen gedaan zal worden uitgebreid ook naar bankmedewerkers verantwoordelijk voor transacties met hoge risico's.
En ook de reikwijdte van de bankierseed wordt uitgebreid naar alle medewerkers die klantcontact hebben.
Daarnaast dienen financiële producten begrijpelijk te zijn.
Consumenten moeten in staat zijn om ook met elementaire kennis een goeie afweging te kunnen maken bij de aanschaf van een financieel product.
En het kabinet steunt daarom de introductie van standaardproducten een trend die overigens ook al gaande is.
Tot slot op dit punt: het beloningsbeleid.
Het kabinet zal komen met een aparte Wet beloning banken die een aantal zaken in zich verenigt.
Enerzijds zijn nu de voorschriften die daar gelden voor beloningen in de financiële sector, zijn versnipperd deels in codes, die ook nog een vrijwillig karakter hebben deels in regelgeving van De Nederlandsche Bank zelf en deels, nog beperkt, in regelgeving van de overheid.
Dit zal bij elkaar worden gebracht en dus van enige vrijwilligheid worden ontdaan in een wet waarin ook het maximum wordt vastgelegd van twintig procent variabele beloning dus maximale bonussen van twintig procent van de vaste beloning.
De Kamer wordt over de contouren van dit wetsvoorstel op korte termijn verder geïnformeerd.
Tot slot: over de bankenbrief streeft het kabinet naar een open en diverse bankensector, waarin concurrentie is waarmee banken worden geprikkeld om te innoveren, efficiënt te opereren in te spelen op reële behoeften van klanten.
En het kabinet zal met de sector en De Nederlandsche Bank zoeken naar verdere mogelijkheden om het voor nieuwe aanbieders aantrekkelijk te maken om ook op de Nederlandse bankenmarkt te gaan opereren.
Dat laatste punt is meteen een naadloze overgang naar het tweede thema: de toekomst van de ABN-AMRO en ASR.
In die visiebrief hebben we uitgezet hoe we de financiële sector weer willen stabiliseren dienstbaar willen maken aan de economie en aan de klant.
En in de context van dat strengere beleid en de voortgang die daarin is geboekt heeft het kabinet het principebesluit genomen over de toekomst van ABN-AMRO en ASR.
Een keuze om in principe de ABN te vervreemden is eigenlijk een bevestiging van de voornemens die mijn voorgangers op dit punt altijd hebben gehad.
Eigenlijk vanaf het moment van overname in 2008-2009 is het voornemen geweest om de banken ook weer te vervreemden, te verkopen zodra de situatie daartoe ruimte bood. Dat heeft het kabinet nu bevestigd.
De wijze waarop we dat willen doen, is in principe via een beursgang.
En we hebben een aantal alternatieven die in de discussie genoemd zijn of waar de Kamer eerder naar heeft gevraagd, beargumenteerd en gewogen.
Ten eerste zal ik iets meer zeggen over ABN-AMRO en daarna ASR.
Zoals gezegd, mijn voorgangers hebben steeds gezegd ABN-AMRO is niet overgenomen omdat wij anders publieke belangen in de breedte in de financiële sector en voor de langere termijn niet kunnen borgen maar omdat de financiële stabiliteit op dat moment het onafwendbaar maakte.
Met een breed palet aan maatregelen zullen we zorgen dat de stabiliteit van die sector er blijft en verder wordt versterkt en dat banken gezond en verantwoordelijk zich zullen opstellen.
Met de verkoop van ABN en overigens ook ASR zullen we een stap zetten naar de normalisering van concurrentieverhoudingen in de bankenwereld.
Naar ons oordeel is voor ABN de beursgang de beste optie.
We doen dit ook op basis van advies van NLFI dat is de instelling die voor de Nederlandse financiële instellingen die door de Staat zijn overgenomen, daar het beheer voor voert namens de Staat.
NLFI heeft een verkenning gedaan van de verschillende opties en de mogelijkheden de voor- en nadelen daarvan, en het kabinet daarover geadviseerd.
Beursgang is de beste optie.
Er zijn op dit moment in ieder geval geen kopers die een grote onderneming als ABN-AMRO direct zouden willen overnemen, zouden willen kopen of daarmee zouden willen fuseren.
Mochten die zich alsnog melden, in het traject dat wij nu ingaan dan is daar ruimte voor om daar opnieuw naar te kijken.
Op dit moment, en de verkenning heeft dat laten zien zijn die geïnteresseerde partijen er niet.
Ook onderhandse verkoop is als optie eigenlijk afgevallen omdat partijen die daarvoor zich zouden lenen denk aan institutionele beleggers feitelijk niet geïnteresseerd zijn in onderhandse plaatsing van de bank bij hen.
Mocht ook dat veranderen, dan is daar ook in de komende tijd nog ruimte voor om dat opnieuw te wegen. Maar dit is de stand van zaken op dit moment.
Beursgang is wel een goeie optie om daarmee de concurrentie weer in de bankenwereld in Nederland te versterken maar natuurlijk ook om zo veel mogelijk van het geïnvesteerde vermogen ten tijde van de redding terug te verdienen.
Er zullen beschermingsconstructies worden ingericht die niet ongebruikelijk zijn vergelijkbaar met wat ING bijvoorbeeld kent om de continuïteit van de onderneming, ook na beursgang, te borgen.
Dit alles betekent niet dat ABN morgen naar de beurs gaat.
Het kabinet heeft nu een principebesluit genomen ter bevestiging van de eerdere voornemens.
Ja, ABN wordt gewoon op termijn weer een volledig private onderneming.
Dat doen we aan de hand van drie toetsstenen.
Die toetsstenen gaan we pas op zijn vroegst over een jaar beoordelen.
Dus het enige wat we nu hebben besloten, bevestigt ABN wordt gewoon weer vervreemd, wordt weer een private onderneming.
Twee: we zullen dat in principe doen door middel van een beursgang.
Drie: over een jaar bezien we waar we staan op de drie hoofdcriteria die getoetst zullen worden.
Dat is: is de onderneming er klaar voor, is de sector er klaar voor en is de markt er klaar voor?
'Is de onderneming er klaar voor?' betekent gewoon: is de onderneming erop ingesteld?
En dat gaat zowel over: zijn ze voldoende gezond...
..is de interne 'governance' op orde, is de kwaliteit en de cultuur op orde?
Dat zijn de vraagstukken rond 'is de bank er klaar voor?'.
Is de sector er klaar voor betekent gewoon: hebben we de sector voldoende op orde gebracht?
Dat vergt ook verdere stappen in termen van wet- en regelgeving deels nu al ingezet. Drie: is de markt er klaar voor?
Is er interesse in de markt en zullen we in staat zijn om een zo goed mogelijke prijs te realiseren?
Dat besluiten we beoordelen we opnieuw over een jaar. Als op dat moment naar oordeel van het kabinet de omstandigheden nog niet voldoende zijn aan deze drie criteria nog niet voldoende is voldaan dan zullen we er gewoon meer tijd voor nemen.
Vinden we de voortgang voldoende is de marktomstandigheid goed, is de sector voldoende stabiel et cetera dan zullen we over een jaar mogelijk de beslissing nemen om definitief groen licht te geven voor de beursgang die dan overigens nog een voorbereidingstijd heeft.
Dus dan op zijn vroegst zou het een halfjaar later zijn.
Maar dat tijdpad kan gewoon langer worden op het moment dat wij van oordeel zijn dat de tijd nog niet rijp is, dat de sector, de bank en/of de belastingbetaler ermee gediend is om meer tijd te nemen.
Nog enkele opmerkingen over ASR.
Bij ASR houden we nog een extra optie open.
In de verzekeringsmarkt wordt een verdere consolidatie voorzien zeker in de sfeer van de levensverzekeringen.
In dat verband kan ASR ook... de toekomst van ASR ook een rol spelen.
Dat betekent dat ASR gevraagd zal worden zich voor te bereiden op een beursgang en tegelijkertijd de mogelijkheden voor verkoop aan een andere verzekeraar of een investeerder onderzocht worden.
Dat zou dan gaan om een onderhandse verkoop.
Die mogelijkheid is voor ASR wél interessant om die voor te bereiden en uit te werken, verder te verkennen omdat er gewoon concrete interesse is getoond bij marktpartijen om ASR over te nemen.
Voor ASR zal dus gelden dat ik over een halfjaar zal bekijken of zij klaar zijn om te worden verkocht, c.q. of er voldoende interesse is.
Tot slot over het thema 'opbrengst en verlies'.
We moeten er, denk ik, rekening mee houden dat het geld dat in 2008 geïnvesteerd is, niet in volle omvang zal terugkomen.
Die investering toen was nou niet bepaald in de beste omstandigheid en móest gebeuren. Een belangrijke drijfveer was het zeker stellen van de stabiliteit van het hele financiële systeem in Nederland en in die omstandigheden is die prijs betaald.
In deze omstandigheden zal het zeer moeilijk zijn om dat bedrag terug te halen.
We hebben tot nu toe 21,6 miljard euro in de onderneming ABN geïnvesteerd.
De inschatting op dit moment ook van NLFI is dat de waarde van de bank op dit moment rond de vijftien miljard ligt.
Bij ASR wordt de waarde geschat op 2,1 of 2,2 miljard euro en de Staat heeft tot nu toe 3,6 miljard aan ASR uitgegeven.
Ook hier geldt dat de omstandigheden ten tijde van de overname de nationalisatie zo u wilt en de verkoop nu natuurlijk onvergelijkbaar zijn en het zal ook daar moeilijk worden om de geïnvesteerde bedragen terug te verdienen.
Dat is een lastige boodschap, maar terugkijkend op de periode van de crisis waarin deze beslissingen werden genomen ook móesten worden genomen, ook een reële boodschap.
Dat is eigenlijk alles wat ik vooraf met u wilde delen.
GESPREKSLEIDSTER: Vragen. De Telegraaf.
JOURNALIST: Moet de waarde van de bank hoger liggen dan de 15 miljard die hij nu waard is volgens de experts om volgend jaar in aanmerking te komen voor een beursgang?
Dat kun je zo niet zeggen.
Zoals u weet, we hebben drie criteria om te oordelen. Is de onderneming er klaar voor functioneert die gewoon goed? Dat zit ook in winstgevendheid.
Is de sector er klaar voor in termen van stabiliteit, voortgang?
En in die omstandigheden kun je de prijs vaststellen wat zou de bank waard móeten zijn?
En als vervolgens de markt dat niet biedt in wat voor omstandigheden dan ook, dan kunnen we het uitstellen.
Maar het is niet zo dat je kunt zeggen: Ik wil omdat het 21 komma zoveel heeft gekost een hoger bedrag terugkrijgen. Zo werkt het niet.
Het is een markt, en in de omstandigheden van het moment van beslissing zullen we kijken wat de reële prijs is.
JOURNALIST: Dus die prijs van 15 miljard van nu dat zegt eigenlijk niet zo veel voor de afrekening van volgend jaar?
Nee, maar als de marktomstandigheden volgend jaar veel slechter zouden zijn op zichzelf zijn ze nu al vele malen beter dan een paar jaar geleden er zijn ook al banken die weer aandelenuitgifte hebben gedaan dus dat wordt op de voet gevolgd.
De omstandigheden zijn nu al veel beter dan een aantal jaren geleden.
Wij zijn van mening dat de bank dit nu waard zou zijn.
Afhankelijk van marktomstandigheden, winstgevendheid ontwikkelingen in de economische groei, zal die prijs zich ontwikkelen.
JOURNALIST: Even een ander onderwerp.
U had het heel kort over beschermingsconstructies.
Kunt u daar iets meer over uitleggen? Betekent dat dat de Staat preferente aandelen houdt, hoe zit dat in elkaar?
Het zal gaan door middel van een stichting, 'Stichting Continuïteit' ik geef maar even de werktitel, waarbij op het moment van eerste tranche...
Misschien had ik dat nog expliciet erbij moeten zeggen.
Het is naar onze huidige inschatting niet zo dat we de bank in één keer alle aandelen zullen verkopen.
Dat zal in tranches gaan.
Dan moet je bijvoorbeeld denken aan drie tranches van een derde ook in de tijd uitzetten.
Maar vanaf het eerste moment van aandelenuitgifte of verkoop zal duidelijkheid worden geboden in de statuten dat er een stichting komt Stichting Continuïteit, die door middel van een call-optie preferente aandelen kan krijgen onder zeer gespecificeerde omstandigheden.
Even populair gezegd, een vijandige overname die de continuïteit van het bedrijf in gevaar zou brengen.
En in die omstandigheid krijgt deze stichting dus statutair gewoon het recht om preferente aandelen, dat zit niet in de aantallen aandelen maar in de zeggenschap erin, dus dat worden aandelen met een zeggenschap zodanig dat een vijandige overname die de continuïteit van de onderneming zou bedreigen, kan tegenhouden.
JOURNALIST: Maar dat betekent dat die stichting wordt opgericht maar dat de overheid via de stichting altijd de vinger aan de pols kan houden bij deze banken.
Dat zullen we nog precies uitwerken, dus hoe het precies gaat werken.
De 'governance'-structuur van de stichting zal duidelijk zijn op het moment dat er sprake is van een eerste beursgang.
Dat gebeurt natuurlijk ook in overleg met De Nederlandsche Bank.
Maar het zal niet heel veel afwijken van hoe dat bij veel beursgenoteerde Nederlandse ondernemingen, waaronder de ING nu is ingericht. Daar zit bij de ING de overheid niet zelf in de stichting maar wij zijn natuurlijk wel nu in een positie om te beïnvloeden hoe die stichting in elkaar zit, wie daarin komt hoe de benoeming plaatsvindt, wat de doelstelling van de stichting wordt in welke omstandigheid de stichting die zeggenschap kan uitoefenen.
JOURNALIST: Even samenvattend: het zou dus zo kunnen zijn dat de overheid zelf zitting neemt in die stichting.
Dat denk ik niet. Om de eenvoudige reden dat ik vind dat we toe moeten naar een genormaliseerd bankenbestel waarin ABN ook weer een normale bank wordt in gelijke positie met andere banken.
Dus daarom wil ik ook zo veel mogelijk qua beschermingsconstructie kijken naar hoe dat bij de ING geregeld is. Bij de ING zit de overheid er ook niet in.
Het verschil is alleen dat wij nu in de omstandigheid zijn dat wij als eigenaar beslissen over de beursgang en de wijze waarop, en dus kunnen wij ook besluiten nu of straks, als het zover is, over hoe die stichting wordt vormgegeven.
En dan gaat het over 'governance', wie komt daarin wat zijn hun bevoegdheden, et cetera, et cetera.
De overheid zal er zelf niet ingaan.
JOURNALIST: Is de bescherming bedoeld om bepaalde beleggers buiten de deur te houden?
Die bescherming is bedoeld om de continuïteit van de ABN als gewoon een zelfstandig bedrijf, bankbedrijf voor Nederland overeind te houden.
JOURNALIST: Kunt u iets zeggen over uw voorkeur wie de aandelen gaan kopen?
Heeft u daar een voorkeur voor of zijn er bepaalde bedrijven waarvan u denkt: doe maar niet?
Nee, ik heb daar geen voorkeur voor. De reden waarom we zo'n beschermingsconstructie in het leven zullen roepen is om te voorkomen, bijvoorbeeld, wat er in het verleden is gebeurd.
Dat willen we natuurlijk niet opnieuw dat een aantal partijen de bank over willen nemen om hem gewoon uit elkaar te trekken en daar onderdelen uit te halen et cetera zodat aan het einde van de dag Nederland geen ABN-AMRO meer heeft.
Dat zou slecht zijn voor het bankenlandschap in Nederland voor de onderlinge concurrentie, voor het aanbod voor bedrijven en burgers.

GEROEZEMOES

JOURNALIST: Wordt het daarmee niet onmogelijk voor buitenlandse partijen om ABN over te nemen?
-Nee, dat kun je ook niet zeggen.
Het is natuurlijk denkbaar dat een buitenlandse partij de bank overneemt met als doelstelling gewoon een Nederlandse bank te hebben en ABN ook gewoon te continueren als Nederlandse bank.
Mijn onderscheid is niet buitenlands of binnenlands.
JOURNALIST: Nu is de koers behoorlijk gestegen de afgelopen tijd in ieder geval op de beurs, dus ook de waardering voor de bank.
U schat hem nu op 15 miljard.
Zou dat genoeg zijn, die 15 miljard, als u hem vandaag zou kunnen verkopen?
Ik ga hem niet vandaag verkopen, sowieso niet.
Alleen, we hebben wel gezegd op basis van de huidige samenstelling van de bank de balans, wat de bank presteert, is ten minste een bedrag van 15 miljard reëel.
Dat hebben we overigens niet zelf bedacht op de achterkant van een sigarendoosje.
Dat heeft de NLFI gedaan op basis van normale waarderingsmethoden wat is een bedrijf waard? Dat zegt niets over wat we ervoor zullen krijgen.
Dat is afhankelijk van het moment waarop we daadwerkelijk de verschillende tranches gaan verkopen, en pas als het geheel zal zijn verkocht en dan zijn we misschien jaren verder kunnen we dus zeggen wat de bank heeft opgebracht en welk deel van het geïnvesteerde vermogen is teruggekomen.
JOURNALIST: Heeft uw voorganger te veel betaald?
Nee. Ik denk dat de prijs die toen betaald werd puur werd betaald vanwege het immense belang op dat moment om de Nederlandse financiële sector overeind te houden.
Een belang dat de hele samenleving raakte.
Dus ook gewoon alle mensen die geld in de bank hadden, of in andere banken.
Want de redding van deze bank heeft ook de sector als geheel gestabiliseerd.
JOURNALIST: Een laatste vraag, als dat mag.
Wat merkt een rekeninghouder, die nu veilig bij de overheid zit, hiervan?
Die zit nog steeds, ook in de toekomst, veilig want een van onze voorwaarden is dat de sector stabiel is.
Waarom doen we dat? Dat is op zichzelf natuurlijk geen doel.
Een stabiele sector betekent dat er geen onacceptabele risico's zijn voor mensen die rekeningen hebben die hun geld hebben toevertrouwd aan banken in Nederland.
Dat is nu al overigens niet zo. Mensen hebben hun geld veilig bij de ABN.
Dat blijft in de toekomst dus ook zo.

GEROEZEMOES

JOURNALIST: Een van die voorwaarden, dat is, zei u net is de bank er klaar voor? Betekent dat...
Is de bank op dit moment niet klaar voor een beursgang en wat zou er moeten gebeuren het komende jaar wil de onderneming er wél klaar voor zijn?
Zij zullen zich daar echt op moeten instellen. Het gaat ook over prestaties.
Dus daar zal verdere Ik geloof dat Gerrit Zalm daar vanochtend op zijn eigen persconferentie ook nog over heeft gesproken hoe hij gewoon de prestaties van de bank verder wil verbeteren de service en dienstverlening verbeteren, rentabiliteit verder versterken.
Dat is natuurlijk belangrijk op het moment dat een bedrijf particuliere investeerders wil gaan aantrekken.
Dan moet je een gezond bedrijf zijn dat goeie prestaties levert.
JOURNALIST: En dat is het op dit moment nog niet?
Ik heb Gerrit Zalm vanochtend op de persconferentie horen vertellen welke ambities hij daar verdergaand heeft. U weet, u kent mijn opvatting maar die geldt voor banken breed dat ik vind dat er kostenbesparing verder mogelijk is bijvoorbeeld op het punt van beloningsbeleid.
Ook dat speelt overigens bij meerdere banken.
JOURNALIST: Doet u niet eigenlijk twee dingen die op gespannen voet met elkaar staan, want als u de bankenbrief leest daar zitten een aantal maatregelen in die het minder aantrekkelijk maken om in banken te gaan beleggen, om in een bank te stappen en tegelijkertijd moet u toch een zo hoog mogelijke prijs binnenhalen voor ABN-AMRO.
Ja en nee. Er zit natuurlijk een spanning tussen de eisen die de overheid stelt aan banken bijvoorbeeld ook weer voor kapitaalsratio's en hoe aantrekkelijk, hoe makkelijk een bank daaraan kan voldoen de winstgevendheid op korte termijn.
Tegelijkertijd weten we allemaal met elkaar dat het onvermijdelijk is dat banken hun balansen versterken. Het kan niet zo zijn dat we om maar zo snel mogelijk zo veel mogelijk terug te verdienen weer risico's gaan nemen die we voor 2008 al allemaal te lang hebben veronachtzaamd.
Dus daarom zijn die drie doelstellingen belangrijk.
De bank moet er klaar voor zijn, de sector moet er klaar voor zijn én de markt.
'De sector er klaar voor zijn' betekent dus ook dat de sector al een belangrijk eind gevorderd is op weg naar die versterkte balansen.
Daar staan gewoon tijdpaden voor, dat hoeft niet van vandaag op morgen dat zou ook niet kunnen.
Dat zou de kredietverlening op korte termijn in gevaar brengen.
Maar die ratio's moeten omhoog, balansen moeten worden versterkt. Het is geen of/of.
JOURNALIST: Nog even een vraag over die beloningswet waar u mee komt.
Het is toch wel uitzonderlijk dat u voor een particuliere sector een het is eigenlijk een soort van loonwet die we, geloof ik, sinds de jaren zestig niet meer hebben gehad.
Dus dat...
Hoezo dat een bankensector door de Staat een beloningssysteem opgelegd krijgt?
Dat is heel eenvoudig, omdat de wijze waarop het beloningssysteem zonder overheidsregulering zich had ontwikkeld grote risico's meebracht voor de samenleving voor de Nederlandse economie.
Overigens in andere landen precies hetzelfde systeem precies dezelfde perverse prikkels. Dat willen we voorkomen.
Veel banken hebben er hun beloningsbeleid al aan aangepast.
Ook banken die dat niet moesten van de overheid maar die er zelf voor hebben gekozen om de hele bonuscultuur radicaal aan te pakken.
Dat verankeren we nu ook in de wet- en regelgeving.
Dus het heeft echt te maken met een cultuuromslag en het maatschappelijk belang van deze sector.
We gaan niet weer dezelfde fouten maken die vóór 2008 tot grote risico's hebben geleid.
JOURNALIST: Je kunt natuurlijk als tegenargument verwachten dat banken gaan zeggen: We moeten de beste talenten aantrekken we moeten op een internationale arbeidsmarkt concurreren en Nederland prijst zich hiermee volledig uit de markt om die beste talenten aan te trekken.
Ik ben met banken en verzekeraars in gesprek om te kijken wat voor reële problemen er zich voor zouden doen als het gaat om internationale aspecten.
Dus dat komt allemaal op een later moment maar dat zouden dan echt zeer beperkte uitzonderingen zijn wat mij betreft, op een harde regel.
JOURNALIST: Ja, ik heb een laatste vraag.
Dat is: de AMRO-bank, die heeft 1.000 euro weggehaald bij een cliënt van hen.
Ik ga niet zeggen wie die cliënt is, dat snapt u wel.
Maar dus die 1.000 euro, die krijgt-ie niet meer terug.
Kan dat en moet hij dan naar de rechter gaan?
Of vindt u dat de staat ook daarmee te maken heeft?
Ik heb er iets van gehoord. Ik begrijp dat er verschillende versies zijn van of dit echt zo is en of het echt zo gegaan is.
JOURNALIST: Ja, dat is echt zo.
Dus ik geloof niet dat ik in individuele gevallen daar zomaar een oordeel over kan hebben maar volgens mij is er al door mensen naar gekeken of het verhaal klopt dus ik laat het even hierbij.

Zie ook

Verantwoordelijk

De Rijksoverheid. Voor Nederland