Kwaliteitseisen kinderopvang

Goede kinderopvang is van groot belang. Kinderen moeten zich veilig voelen en de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. De Rijksoverheid heeft daarom kwaliteitseisen opgesteld waaraan kinderopvangorganisaties zich moeten houden. Deze eisen zijn onderdeel van de wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK).

Ontwikkeling staat centraal

De ontwikkeling van kinderen is belangrijk. Het legt een basis voor de rest van hun leven. Kinderopvangorganisaties moeten daarom informatie over de ontwikkeling uitwisselen met de school van het kind. Dat kan pas gebeuren nadat de ouders daar schriftelijk toestemming voor hebben gegeven.

Voor ieder kind een mentor

Ieder kind in de kinderopvang krijgt een mentor. Ook de kinderen die op wisselende dagen naar de opvang gaan (flexibele opvang). De mentor is een pedagogische medewerker uit de groep van het kind die de ontwikkeling van het kind stimuleert. Bijvoorbeeld door doelen te stellen. Zijn er bijzonderheden in de ontwikkeling van het kind, dan verwijst de mentor de ouders door voor verdere hulp.

Aantal pedagogisch medewerkers per kind

De groepsgrootte en groepssamenstelling moet in de juiste verhouding staan tot het aantal pedagogisch medewerkers. Het maximaal aantal baby’s van 0 jaar per pedagogisch medewerker gaat per 1 januari 2019 omlaag. Deze gaat van 1 pedagogisch medewerker op 4 nuljarigen naar 1 pedagogisch medewerker op 3 nuljarigen. De pedagogisch medewerker heeft hierdoor meer tijd en aandacht voor kinderen in het eerste levensjaar.

Voor kinderen van 7 jaar en ouder in de buitenschoolse opvang (BSO) gaat het maximaal aantal kinderen per pedagogisch medewerker omhoog per 1 januari 2019. Deze gaat van 1 op 10 kinderen naar 1 pedagogisch medewerker op 12 kinderen.

Vrijwilligers tellen niet meer mee als pedagogisch medewerker als het gaat om de berekening van het maximaal aantal kinderen per pedagogisch medewerker.

Vaste medewerkers voor nuljarigen

Nuljarigen moeten bij de opvang minimaal 2 vaste medewerkers hebben die hen begeleiden. Dat wordt ook wel het vaste-gezichtencriterium genoemd. Een vaste medewerker weet hoe een baby zich ontwikkelt, waar het kind van gestrest raakt en waar deze behoefte aan heeft. Het vaste-gezichtencriterium geldt niet voor de buitenschoolse opvang (BSO).

Coaching door pedagogisch beleidsmedewerker

Elke kinderopvang moet per 1 januari 2019 een pedagogisch beleidsmedewerker hebben die de pedagogisch medewerkers coacht bij de dagelijkse werkzaamheden. De coaching moet minimaal jaarlijks plaatsvinden. De pedagogisch beleidsmedewerker houdt zich ook bezig met het pedagogisch beleid en de werkwijze daarbij. Bijvoorbeeld hoe de pedagogisch medewerkers kinderen uitdagen om nieuwe vaardigheden aan te leren.

Opleiding en ontwikkeling van pedagogisch medewerkers

De kinderopvangorganisatie moet een opleidingsplan hebben voor de opleiding en ontwikkeling van pedagogisch medewerkers. De inzet van stagiaires en medewerkers die nog niet voldoen aan de opleidingseisen voor pedagogisch medewerker moet worden beperkt. Op die manier is er voldoende tijd en capaciteit om hen te kunnen begeleiden.

Per 1 januari 2023 moeten alle pedagogisch medewerkers die met baby’s werken specifiek worden geschoold. Ook invalkrachten en pedagogisch medewerkers die op tijdelijke basis op babygroepen werken, moeten dan voldoen aan deze kwalificatie-eis.

Nederlandse taal

Per 1 januari 2023 treden de eisen voor het minimumtaalniveau voor beroepskrachten in werking. Zij moeten de Nederlandse taal goed beheersen.

Veiligheid

Kinderen in de kinderopvang zijn kwetsbaar. Zeker als zij zo jong zijn dat ze zich nog niet verbaal kunnen uiten. De Rijksoverheid zet zich daarom in om de veiligheid in de kinderopvang te verbeteren.

Bekijk de maatregelen om de veiligheid in de kinderopvang te waarborgen

Controle kwaliteitseisen

De GGD controleert of kinderopvangorganisaties voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen. Zij doen dit in opdracht van de gemeente. Gemeenten moeten handhavend optreden als organisaties niet voldoen aan de eisen. Dat kan bijvoorbeeld door een waarschuwing te geven of een boete op te leggen. De Inspectie van het Onderwijs onderzoekt jaarlijks of gemeenten hun wettelijke taken op het gebied van kinderopvang uitvoeren.

In het Landelijk register Kinderopvang (LRK) vindt u per kinderopvanglocatie een samenvatting van inspectieresultaten van de GGD. 

Kwaliteitsoordeel

Voor ouders komt er een kwaliteitsoordeel van de kinderopvang. Zo kunnen zij zien hoe goed een bepaalde kinderopvang is. Het kwaliteitsoordeel wordt onafhankelijk, openbaar en voor iedereen toegankelijk. De GGD gaat dit ontwikkelen, samen met ouders en vertegenwoordigers van de kinderopvang.