Straffen en maatregelen voor volwassenen

Personen boven de 18 jaar die een strafbaar feit plegen, worden gestraft volgens het commune strafrecht (volwassenenstrafrecht). Bijvoorbeeld met een boete, taakstraf of gevangenisstraf. Voor jongvolwassenen tot 23 jaar kan de rechter ook kiezen om het jeugdstrafrecht toe te passen (ook wel adolescentenstrafrecht genoemd). 

Boete

Voor alle strafbare feiten kan de rechter een geldboete opleggen. Bijvoorbeeld voor te hard rijden of te vroeg aanbieden van huisvuil. Een overzicht van boetes voor de meest voorkomende lichte overtredingen staan in de boetebase van het OM.

De rechter of officier van justitie bepalen de daadwerkelijke hoogte van de boete. Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) int de boetes. Meer informatie over de betaling van boetes vindt u op de website van het CJIB.

Bestuurlijke boete

Een bestuurlijke boete is een boete die een overheidsdienst kan opleggen zonder tussenkomst van het OM of een rechter. Bijvoorbeeld de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit of de Inspectie SZW. Meer informatie over de bestuurlijke boete vindt u op de website van het CJIB.

Schadevergoeding

Bij een schadevergoeding moet de veroordeelde de door hem gemaakte schade vergoeden. Het CJIB int de schadevergoedingen en stort dit geld op de rekening van het slachtoffer.

Taakstraf

De rechter mag een taakstraf opleggen bij lichte strafbare feiten zoals verkeersovertredingen. Bij een taakstraf moet de veroordeelde maximaal 240 uur onbetaald werk doen. Bijvoorbeeld schoonmaken of graffiti verwijderen. Meer informatie over taakstraffen vindt u op de website Rechtspraak.nl.

Gevangenisstraf

Een gevangenisstraf kan tijdelijk, maximaal 30 jaar, of levenslang zijn. De levenslange gevangenisstraf is de zwaarste straf die Nederland kent. Alleen mensen die de meest ernstige misdrijven hebben gepleegd krijgen deze straf. Het gaat dan bijvoorbeeld om moord of terrorisme. Levenslang was in Nederland decennia lang ook echt levenslang. Een veroordeelde kwam nooit meer vrij. Op 5 juli 2016 heeft de Hoge Raad der Nederlanden geoordeeld dat de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf niet voldoet aan de eisen van artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). In navolging van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EVRM), oordeelde de Hoge Raad dat een gedetineerde altijd uitzicht moet houden op vrijlating. Na dit oordeel legden rechters in Nederland de levenslange gevangenisstraf niet meer op.

Inmiddels is de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf aangepast aan de eisen van het EVRM. Zo wordt er voor de zwaarste misdrijven wel weer levenslang opgelegd kan worden. Levenslanggestraften krijgen een kans om te laten zien dat zij in staat zijn zich in de maatschappij te begeven en mogelijk ooit weer vrij te komen. Een speciaal daartoe ingesteld college van experts, het Adviescollege Levenslanggestraften, adviseert na 25 jaar gevangenisstraf of iemand met een levenslange gevangenisstraf in aanmerking komt voor re-integratieactiviteiten. Belangrijke uitgangspunten hierbij zijn de mate van herstel, het risico op herhaling en de belangen van slachtoffers en nabestaanden. Uiteindelijk beslist de minister voor Rechtsbescherming of de levenslanggestrafte ook echt mag gaan werken aan de terugkeer in de maatschappij. Dit betekent overigens niet dat betrokkene ook daadwerkelijk vrij komt. Dat hangt onder meer af van hoe de re-integratie verder verloopt. Uiterlijk twee jaar na eerdergenoemde beoordeling wordt er middels een gratieprocedure een herbeoordeling uitgevoerd. Het Openbaar Ministerie (OM), de rechterlijke macht en het Adviescollege beoordelen in ieder geval of het wat hen betreft veilig is om de gestrafte (onder strenge voorwaarden) te laten terugkeren in de samenleving. Zij advieseren de minister voor Rechtsbescherming. Op grond van deze advieen doet de minister een voordracht aan de Koning. Deze kan negatief of positief zijn. De Koning beslist uiteindelijk of aan de betrokkene daadwerkelijk gratie wordt verleend.

Intrekken paspoort bij gevangenisstraf

Wordt iemand veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 maanden of langer? Dan kan het OM vragen het paspoort van een veroordeelde in te trekken. Dit om te voorkomen dat die naar het buitenland vlucht om zo zijn straf te ontlopen.

Straatverbod of contactverbod

Iemand die ernstige overlast veroorzaakt, kan een straatverbod of gebiedsverbod krijgen. Een voetbalvandaal kan bijvoorbeeld een stadionverbod krijgen. Ook bij huiselijk geweld kan de dader een straatverbod of contactverbod krijgen.

Elektronische enkelband

Als een gedetineerde of verdachte ergens niet mag komen of juist thuis moet blijven, kan hij een elektronische enkelband om krijgen. Zo controleert de reclassering iemand. Op een beeldscherm ziet een medewerker van de meldkamer of iemand met een enkelband zich op de juiste plek bevindt.
Bekijk de video: Hoe werkt de elektronische enkelband?

Adolescentenstrafrecht voor jongvolwassenen tot 23 jaar

Adolescenten zijn jongeren in de leeftijd van 16 tot 23 jaar. Het adolescentenstrafrecht biedt meer mogelijkheden om bij het straffen van adolescenten rekening te houden met hun ontwikkelingsfase. De reclassering adviseert de officier van justitie en de rechter bij jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar. Hierbij geeft de reclassering aan welk strafrecht het beste past bij de ontwikkelingsleeftijd van de jongere. Hierdoor kan de rechter er bij jongvolwassenen tot 23 jaar voor kiezen het jeugdstrafrecht toe te passen in plaats van het volwassenenstrafrecht (commune strafrecht).

Opleggen straf door Openbaar Ministerie

Het OM mag voor een aantal veel voorkomende strafbare feiten zelf een straf opleggen. De rechter doet dan geen uitspraak. Dit heet OM-afdoening. De straf die het OM oplegt heet een strafbeschikking. Meer informatie over de strafbeschikking vindt u op de website van het CJIB.

Rijbewijs innemen

De politie kan het rijbewijs innemen. Bijvoorbeeld als iemand veel te hard heeft gereden of dronken achter het stuur zit. De officier van justitie beslist vervolgens of de dader zijn rijbewijs weer terugkrijgt.

Onvoorwaardelijke en voorwaardelijke straffen

Een onvoorwaardelijke straf moet iemand altijd uitzitten of uitvoeren. Een voorwaardelijke straf niet. Aan een voorwaardelijke straf is een voorwaarde verbonden. Bijvoorbeeld dat de veroordeelde binnen een bepaalde termijn niet opnieuw de fout in mag gaan. Of dat de veroordeelde zich door een psycholoog moet laten behandelen. Doet de veroordeelde dat niet? Dan geldt de straf alsnog.