Vervroegde vrijlating

De koning kan straffen die een rechter oplegt kwijtschelden, verminderen of veranderen. Dit heet gratie verlenen. Daarnaast kunnen veroordeelden onder bepaalde voorwaarden vrijkomen door de voorwaardelijke invrijheidstelling.

Gratie

Gratie is alleen mogelijk als een nieuwe situatie zich voordoet bij een veroordeelde. Bijvoorbeeld een verslechterende gezondheid. De Dienst Justis neemt gratieverzoeken in behandeling.

De volgende personen kunnen gratie aanvragen:

  • veroordeelden;
  • hun advocaat;
  • reclasseringsambtenaar;
  • familieleden.

Voorwaardelijke invrijheidstelling

Gedetineerden met een celstraf kunnen eerder vrijkomen. Dit kan alleen onder bepaalde voorwaarden. De voorwaarden en duur van de voorwaardelijke invrijheidstelling zijn per 1 juli 2021 veranderd. De periode van voorwaardelijke invrijheidstelling bedraagt maximaal 2 jaar.

Ook komen gedetineerden niet vanzelfsprekend voorwaardelijk vrij. Ze moeten eerst laten zien dat ze de vrijheid buiten de gevangenis verdienen. Het Openbaar Ministerie (OM) beslist of de gedetineerde voorwaardelijk in vrijheid kan worden gesteld. Dit hangt af van:

  • het gedrag van de gedetineerde tijdens de gehele detentie;
  • de eventuele risico’s van vrijlating;
  • de belangen van de slachtoffers, nabestaanden en andere relevante personen.

Dit staat in de Wet straffen en beschermen die per 1 juli 2021 van kracht is. Voor de voorwaardelijke invrijheidstelling geldt daarbij een overgangssituatie: bij een straf van 1 jaar of meer die vóór 1 juli 2021 definitief is opgelegd geldt nog de ‘oude’ regeling.

Als sprake is van een combinatie (straf van 1 jaar of meer die definitief is opgelegd vóór 1 juli én een straf van 1 jaar of meer die is opgelegd vanaf 1 juli) zit een gedetineerde eerst de verschillend berekende periodes binnen de gevangenismuren uit. Hierna kan de gedetineerde voorwaardelijk vrijkomen. 

In het specifieke geval dat een straf van korter dan 1 jaar die definitief is opgelegd vóór 1 juli samen met een straf van korter dan 1 jaar die is opgelegd vanaf 1 juli wel meer dan 1 jaar duurt, is de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling van toepassing die sinds 1 juli 2021 geldt. Het is mogelijk om hier andere opgelegde straffen aan toe te voegen, voor de berekening van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Tenzij sprake is van een straf van meer dan 1 jaar die definitief is opgelegd vóór 1 juli. Hiervoor geldt de ‘oude’ regeling.

Proeftijd

Tijdens hun proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling mogen gedetineerden niet opnieuw een strafbaar pleit plegen. Doen zij dat wel, dan kan het OM de voorwaardelijke invrijheidstelling terugdraaien.

De proeftijd gaat in op de dag van de voorwaardelijke invrijheidstelling. De proeftijd duurt net zolang als het restant van de straf. Behalve als het restant minder is dan 1 jaar, dan geldt een minimum van 1 jaar. In bijzondere gevallen bepaalt het OM de duur van de proeftijd.

Reclassering

De reclassering controleert of de veroordeelden zich aan de voorwaarden houden en helpt hen. De volgende organisaties vormen de reclassering:

Gemeenten krijgen een melding over de aanstaande terugkeer of het verlof van een (ex-)gedetineerde. Dit gebeurt via het systeem Bestuurlijke Informatievoorziening Justitiabelen (BIJ).

Zware criminelen langer onder toezicht

Zware gewelds- en zedendelinquenten die voorwaardelijk worden vrijgelaten komen langer onder intensief toezicht te staan. De rechter kan bijvoorbeeld iemand voor langere tijd een alcoholverbod geven. Of een zedendelinquent verbieden om bepaalde soorten vrijwilligerswerk te doen.

Dit staat in de Wet langdurig toezicht, gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking.