Vervroegde vrijlating

De Koning kan straffen die door de rechter zijn opgelegd kwijtschelden, verminderen of veranderen. Dit heet gratie verlenen. Daarnaast kunnen veroordeelden onder bepaalde voorwaarden vrijkomen door voorwaardelijke invrijheidsstelling.

Gratie

Gratie is alleen mogelijk als sprake is van nieuwe omstandigheden bij een veroordeelde. Bijvoorbeeld een verslechterende gezondheid. De Dienst Justis neemt gratieverzoeken in behandeling.

De volgende personen kunnen een gratieverzoek indienen:

  • veroordeelden;
  • hun advocaat;
  • reclasseringsambtenaar;
  • familieleden.

Voorwaardelijke invrijheidsstelling

Gedetineerden die minimaal 1 jaar vastzitten, kunnen eerder vrijkomen. Dit kan alleen onder bepaalde voorwaarden. Zo mogen ze tijdens hun proeftijd niet opnieuw een strafbaar pleit plegen. Doen zij dat wel, dan kan de vervroegde vrijlating worden teruggedraaid.

Duur proeftijd

De proeftijd gaat in op de dag van de vrijlating. De proeftijd duurt net zolang als het restant van de straf. Behalve als het restant minder is dan 1 jaar, dan geldt een minimum van 1 jaar. In bijzondere gevallen bepaalt het Openbaar Ministerie (OM) de duur van de proeftijd.

Reclassering

De reclassering controleert of de veroordeelden zich aan de voorwaarden houden en begeleidt hen. De volgende organisaties vormen de reclassering:

Gemeenten krijgen een melding over de aanstaande terugkeer of het verlof van een (ex-)gedetineerde. Dit gebeurt via het systeem Bestuurlijke Informatievoorziening Justitiabelen (BIJ).

Zware criminelen langer onder toezicht

Zware gewelds- en zedendelinquenten die voorwaardelijk worden vrijgelaten komen langer onder intensief toezicht te staan. Zo kan de rechter bijvoorbeeld iemand voor langere tijd een alcoholverbod opleggen. Of een zedendelinquent verbieden om bepaalde soorten vrijwilligerswerk te verrichten.

Dit staat in de Wet langdurig toezicht, gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking.

Wetsvoorstel: stelsel voorwaardelijke invrijheidstelling veranderen

De minister voor Rechtsbescherming wil het stelsel van voorwaardelijke invrijheidsstelling veranderen. Gedetineerden komen na tweederde van hun straf niet meer vanzelf voorwaardelijk vrij. Of de gevangene in aanmerking komt voor voorwaardelijke invrijheidsstelling hangt af van:

  • het gedrag van de gevangene tijdens de detentie;
  • de eventuele risico’s van vrijlating;
  • de belangen van de slachtoffers, nabestaanden en getuigen.

Daarnaast wil de minister de periode voor de voorwaardelijke invrijheidsstelling beperken tot maximaal 2 jaar. Dit heeft effect op gevangenisstraffen van 6 jaar en langer. Nu hoeft een gedetineerde met een straf van bijvoorbeeld 12 jaar maar 8 jaar uit te zitten. Daarna verkeert hij 4 jaar in voorwaardelijke vrijheid. Straks zit de gedetineerde geen 8 jaar maar 10 jaar in de gevangenis. Het wetsvoorstel van de minister vloeit voort uit het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’.