Volop kansen in het onderwijs

De komende jaren neemt het aantal vacatures in het onderwijs toe. Bijvoorbeeld door de vergrijzing. Vooral in de Randstad en de grotere steden is er volop werk voor leraren. Om voldoende goede leraren aan te trekken heeft het kabinet maatregelen genomen die het beroep van leraar aantrekkelijker maken. En maatregelen die het makkelijker maken om leraar te worden.

Niet overal worden vacatures in het onderwijs verwacht de komende  jaren. Ook zijn de verschillen per sector groot. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) maakt per regio en sector prognoses van de verwachten tekorten:

Nieuwe cao en beter salaris voor leraren primair onderwijs

Een groot aantal mensen onderschat de salarissen van leraren, zo blijkt uit onderzoek. Leraren verdienen beter dan veel mensen denken. Bekijk hoeveel leraren verdienen:

Het kabinet wil het salaris van leraren in het primair onderwijs verbeteren. Daarom stelt het kabinet per januari 2018 ‚ā¨270 miljoen beschikbaar voor betere salarissen en arbeidsvoorwaarden in het primair onderwijs. Dat staat in de Rijksbegroting 2018.

De vakbonden en de werkgevers (de sociale partners) zijn nu aan zet. Zij moeten afspreken hoe het extra geld wordt ingezet. De overheid heeft daar geen rol in. 

Ontwikkeling docenten stimuleren

Naast beloning is het carrièreperspectief voor leraren van belang. Veel leraren hebben de behoefte zich te blijven ontwikkelen. De overheid onderzoekt samen met onder meer leraren, schoolleiders en lerarenopleidingen welke mogelijkheden er zijn voor de verdere ontwikkeling van leraren of de school. Zoals de mogelijkheden om zich binnen teams te specialiseren als onderwijsontwikkelaar, coach, mentor of onderzoeker. Zo blijft het vak boeiend en uitdagend.

Lesbevoegd, maar niet voor de klas

Er zijn mensen die les mogen geven en dus lesbevoegd zijn, maar niet voor de klas staan. In totaal gaat het om:

  • 31.000 mensen die lesbevoegd zijn voor het primair onderwijs; 
  • 52.000 mensen die lesbevoegd zijn voor het voortgezet onderwijs.

Een groot deel van deze 'stille reserves' werkt buiten het onderwijs en verdient minder dan 80% van een lerarensalaris. Willen zij (weer) in het onderwijs werken, dan mogen zij meteen voor de klas staan. Zij zijn nog steeds lesbevoegd. Wel kan het raadzaam zijn een opfriscursus te volgen. De school kan daarbij helpen.

Er zijn verschillende subsidies beschikbaar voor mensen die (weer) voor de klas willen staan.