Tuinbouw als motor achter verduurzaming: hoe Nederland en Zuid-Afrika samenwerken aan een duurzame toekomst

Ministeries

Eind van dit decennium sluit de Grootvlei-kolencentrale die jarenlang Zuid-Afrika van energie heeft voorzien. Hoewel dit een belangrijke stap is in de strijd tegen klimaatverandering, brengt het ook uitdagingen met zich mee. Voor de 15.000 mensen die direct of indirect afhankelijk zijn van de kolencentrale dreigt werkloosheid. Om duurzame landbouw als alternatief te positioneren voor de verloren werkgelegenheid opent Nederland in samenwerking met Nederlandse bedrijven een demonstratiekas op het terrein van de Grootvlei-kolencentrale. 

Vergroot afbeelding
Beeld: ©D’amor Photography

Werkgelegenheid

Joanne Doornewaard is de ambassadeur van Nederland in Zuid-Afrika en is namens Nederland aanwezig bij de opening van de kas. ‘Toen de eerste kolencentrale een aantal jaar geleden dicht ging, verloren veel mensen hun baan. De kolencentrale was de impuls die de lokale economie liet draaien, en toen deze sloot had dat enorme impact. Zuid-Afrika kampt met hoge werkloosheid, dus dat maakt het sluiten van kolencentrales impopulair omdat velen hun banen zullen verliezen.’

Het sluiten van kolencentrales is wel hard nodig om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Doornewaard: ‘Bij het verbranden van kolen komt veel CO2 vrij. Het vervangen van deze centrales door duurzame energiebronnen is goed voor het klimaat en gaat de verdere opwarming van de aarde tegen. Bovendien zal de sluiting de luchtkwaliteit rondom de centrale verbeteren.’

Vergroot afbeelding
Beeld: ©D’amor Photography
Ambassadeur Doornewaard bij de openingsceremonie van de demonstratiekas in Grootvlei.

Nederland helpt Zuid-Afrika sinds 2023 met de groene transitie als onderdeel van de Just Energy Transition Partnership. Als onderdeel daarvan creëert Nederland alternatieve werkgelegenheid in Zuid-Afrika. Doornewaard: ‘Door alternatieven aan te bieden willen we ervoor zorgen dat de mensen die afhankelijk waren van de centrales toch positief blijven over de energietransitie. We hopen door concrete alternatieven te bieden voor werkgelegenheid de bevolking te laten zien dat het sluiten van kolencentrales ook nieuwe kansen biedt.’

Van kolencentrale naar duurzame landbouw

Een oude kolencentrale is op het eerste gezicht niet de meest logische plek voor een landbouwproject. Toch is het volgens Doornewaard in de praktijk juist een heel goede plek. ‘De kolencentrale is goed verbonden met de snelweg, en ligt binnen een uur van Johannesburg, de grootste stad van Zuid-Afrika. Ook dat de grond arm is, is geen probleem. Het substraat waar de planten in groeien wordt bovenop de grond gelegd, en lokaal gemaakt. Daarnaast stelt de eigenaar van de kolencentrale, ESKOM, ruim 20 hectare beschikbaar voor het project.’

Tuinbouw is de snelst groeiende economische sector van Zuid-Afrika. In de afgelopen jaren is er steeds meer tuinbouwgrond bijgekomen, met een focus op exportproducten zoals citrusvruchten, druiven en avocado’s. Doornewaard: ‘Voor Nederland is Zuid-Afrika een goed partnerland voor de tuinbouw. Het land heeft tegengestelde seizoenen, maar ligt wel in dezelfde tijdzone. Daarnaast heeft het land zelf ook al veel innovatie en kennis in huis op het gebied van tuinbouw, waar Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen weer van kunnen leren.’

Vergroot afbeelding
Beeld: ©D’amor Photography
De demonstratiekas is een samenwerking tussen de Zuid-Afrikaanse eigenaar van de kolencentrale ESKOM en Nederland

Kansen voor Nederlandse kennis en kunde

Maar op het gebied van de landbouw en tuinbouw kampt Zuid-Afrika met grote uitdagingen.  Doornewaard: ‘Er valt nog een hoop te verbeteren voor de landbouw. Zoals bijvoorbeeld efficiënt watergebruik. Meer dan de helft van het beschikbare water wordt gebruikt voor de land- en tuinbouw. Door klimaatverandering zal het weer waarschijnlijk nog extremer worden, met mogelijk grote gevolgen voor de boeren.’

In Nederland zijn bedrijven en kennisinstellingen al heel ver in het adresseren van deze problemen. Doornewaard: ‘Nederlandse kennis en kunde is hier echt van toegevoegde waarde. In duurzaamheid, maar ook in slimme irrigatie lopen Nederlandse bedrijven voorop. Zij beschikken over de kennis en technologie om in deze regio’s landbouw toch financieel interessant te maken.’

In de demonstratiekas komen de kennis en technologie van Nederlandse bedrijven samen om als voorbeeld te dienen voor de mensen in Zuid-Afrika. Doornewaard: ‘De kas dient als trainings- en demonstratiefaciliteit om lokale bevolking op te leiden tot agrarische ondernemers. Ze leren de Nederlandse technologie te gebruiken en hoe je bijvoorbeeld efficiënt met water kan omgaan. Het uiteindelijke doel is dat zij bedrijfjes starten die de technieken uit de kas toepassen in hun eigen ondernemingen.’

Plannen voor de toekomst

In Grootvlei start nu het eerste project, en als dit succesvol blijkt hopen we dat dit als een voorbeeld kan zijn voor vergelijkbare projecten in andere regio’s. Doornewaard: ‘Zuid-Afrika heeft het doel om per 2050 klimaat neutraal te zijn. Dat betekent een grote overgang van fossiele bronnen naar duurzame bronnen, zoals wind of zonne-energie. We hopen dat dit project een voorbeeld kan zijn voor de mensen die nu in en rondom de kolencentrales werken, om te laten zien dat landbouw nieuwe kansen biedt.’

Ook voor Nederland heeft het project voordelen. Doornewaard: ‘Over een jaar starten hier diverse kleine bedrijfjes in de landbouwsector. Zij zijn getraind met Nederlandse kennis, en zijn bekend met Nederlandse kassen, irrigatiesystemen en andere technologie die specifiek voor de Zuid-Afrikaanse situatie is aangepast. Er ontstaat dus een grote potentiële afzetmarkt voor Nederlandse bedrijven. Daarnaast verbetert het de internationale reputatie van Nederlandse bedrijven waarmee zij hun exportmogelijkheden vergroten.’

Volgens Doornewaard is het project in Grootvlei een voorbeeld van hoe Nederland ontwikkelingssamenwerking laat werken voor de ontwikkeling van lage- en middeninkomenslanden én voor Nederland. ‘Met dit project laten we zien hoe economische samenwerking en maatschappelijke impact hand in hand kunnen gaan. Door alternatieven te bieden voor de werkgelegenheid die verloren gaat bij de sluiting van kolencentrales, draagt Nederland bij aan het verbeteren van de werkgelegenheid, het beperken van de uitstoot van broeikasgassen en het creëren van kansen voor Nederlandse ondernemers.’