Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

Gemeenten moeten er voor zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. De gemeente geeft ondersteuning thuis via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).Officieel heet deze wet Wmo 2015.

Ondersteuning thuis vanuit de Wmo

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn. Het gaat bijvoorbeeld om:

Ondersteuning die past bij persoonlijke situatie

Meldt iemand zich bij de gemeente met het verzoek om ondersteuning? Dan moet de gemeente onderzoek doen naar de persoonlijke situatie. 

Persoonsgebonden budget (pgb)

De gemeente kan onder voorwaarden een persoonsgebonden budget (pgb) geven. Met een pgb kan de cliënt de ondersteuning zelf kiezen en inhuren. Het geld komt niet op de eigen rekening. De Sociale Verzekeringsbank zorgt voor de betaling.

Eigen bijdrage Wmo

Gemeenten mogen voor de ondersteuning die zij bieden een eigen bijdrage vragen. Op de website van het CAK kunt u een indicatie krijgen van de hoogte van de eigen bijdrage.

Eigen bijdrage Wmo in 2017

De eigen bijdrage in de Wmo wordt lager in 2017. Alleenverdieners met een chronisch zieke partner merken er het meeste van.

Vanaf 2019 abonnementstarief voor gebruik Wmo-voorzieningen

De ondersteuning vanuit de Wmo kost vanaf 2019 voor iedereen €17,50 per 4 weken, ongeacht inkomen, vermogen of gebruik. Het abonnementstarief is een maximumtarief. Er blijft ruimte voor gemeenten om een lagere eigen bijdrage vast te stellen. Bijvoorbeeld bij mantelzorg of voor huishoudens met een minimuminkomen.

Zorg of ondersteuning aanvragen

Iedere gemeente organiseert de toegang tot ondersteuning op zijn eigen manier. Sommige gemeenten kiezen voor het Wmo-loket. Veel gemeenten kiezen sociale wijkteams waar mensen terecht kunnen met hun hulpvraag. Wat het wijkteam precies doet, verschilt per gemeente.